H1. Cultuur en cultuurelementen
1.2 Cultuur
Cultuur is dynamisch, dit maakt dat we af moeten zien van stereotypen, maar
voortdurend onszelf en anderen moeten bevragen op de betekenis van
cultuurelementen.
Sommige culturen bevatten tradities. Een traditie is een oud cultureel gebruik dat
de nieuwe krachten van differentiëring en integratie tegengaat.
Cultuur wordt vaak in 1 adem genoemd met waarden en normen.
Waarde: Een object dat voor de leden van een groep belangrijk is.
( denk aan: Geloof of gezondheid)
Norm: Is een gedragsregel
- Kan statistisch, iedereen gedraagt zich zo
- Of ideëel, je hoort je volgens je waardes ( wat jij belangrijk vindt) zo te gedragen.
Vb. Waarde: Je bent gelovig Norm: Je gaat naar de kerk en leest de bijbel.
Cultuur wordt aangeleerd, vooral d.m.v. taal en is niet in biologische zin erfelijk. De
onderdelen van een cultuur functioneren als geïntegreerd.
Zichtbaar – Gedragingen of materiële producten.
Onzichtbaar – Normen en waarden
Cultuurelementen
Zijn onderdelen van een cultuur die kenmerkend zijn voor bepaalde groeps-
culturen.
Ritueel:
Sterk geformaliseerd gedrag ten aanzien van bepaalde waarden. Veel rituelen
hebben als functie mensen te helpen bij belangrijke overgangsfasen in het leven
(huwelijk, geboorte op begrafenis) dit worden overgangsrituelen genoemd.
Daarnaast -> intensiveringrituelen die gehouden worden bij een crisis in een
gemeenschap. ( Dodenherdenking of Koninginnedag) versterken het groepsgevoel!
Helden
Iemand die voor een groep een belangrijk identificatiemodel is. Deze held
vertegenwoordigt de eigenschappen die in een cultuur een hoog aanzien hebben.
(vb. Napoleon, Robin Hood of Nelson Mandela.)
Symbolen
Voorwerp, een teken of een gebaar dat verwijst naar een persoon, een idee of een
kwaliteit.
Het ui-diagram
‘Hoe dieper men erin snijdt, hoe meer tranen er
komen’
, 1.3 levensbeschouwing
Als levensbeschouwing de verklaring van allerlei verschijnselen en gebeurtenissen
buiten de alledaagse werkelijkheid zoekt, spreken we van religie. Zodra religie
gekoppeld wordt aan een geloofsgemeenschap op een kerk, spreken we van
godsdienst.
Godsdienst en cultuur zijn sterk met elkaar verweven. Godsdienst heeft betrekking
op de relatie van de mensen tot een specifieke entiteit buiten de menselijke
maatschappij. Anderen zien godsdienst als een complex van metaforische
uitspraken en symbolische gedragingen.
1.4 attributies
Definitie: Een zoeken voor hetgeen wat een persoon overkomt.
Externe attributies: De oorzaak buiten zichzelf zoeken.
Interne attributies: Men schrijft het probleem aan zichzelf toe.
Zingevende attributies: ‘Sinds ik dat hartinfarct heb overleefd, ben ik meer
gaan genieten van het leven. Het kan immers zomaar afgelopen zijn.’ godsdienst
kan bij deze attributie een belangrijke rol spelen. Elke cultuur kent wat betreft
ziekte en rampspoed 2 attributies. (Noem ik even A&B)
A. personalistische attributie:
Binnen de personalistische attributie zoekt men de oorzaak van problemen
of ziekte bij
God(en), geesten of mensen. (denk aan het puberruil flimpje: Jongen zei:
God is boos toen
Het zo hard ging regenen.)
B. Naturalistische attributie:
Binnen een naturalistische attributie wordt ziekte vanuit een onpersoonlijke
oorzaak
Verklaard. Genezers trachten het gestoorde evenwicht in het lichaam te
herstellen, zonder
Dat de oorzaak achterhaald hoeft te worden.
1.5 cultuur en tijdsoriëntatie
Tijdsoriëntatie heeft te maken met lange of juist kortetermijndenken en met de
waarde die men toekent aan het verleden. Verschil in tijdsoriëntatie kant tot uiting
komen doordat men op korte termijn of juist op lange termijn plannen maakt.
Verschil zit hem in de lineaire tijdsoriëntatie: van de westerling. Deze heeft een
begin en een eind, men is steeds bang dat de tijd opraakt. In een cyclische
tijdsoriëntatie: is er een natuurlijke volgorde van de dingen op een dag, die niet
door het begrip tijd of een afspraak gestuurd worden.
1.6 Humor
Heeft in verschillende culturen 1 ding gemeen: Het is een ideale uitlaatklep voor
spanningen. Via humor kan men stoom afblazen met betrekking tot een
onderdrukkend regime, maar men kan ook andere gevoelige onderwerpen
bespreekbaar maken. Zoals: Dood, seksualiteit, zwangerschap en ziekte.
1.7 rolgedrag
Een rol is een geheel van gedragskenmerken dat door een groep aan een bepaalde
plaats in de samenleving wordt gekoppeld. Rolgedrag hangt dus samen met in de
samenleving heersende waarden en normen. Rolgedrag kan ons oordeel over
mensen op een dwaalspoor brengen. Het is moeilijk in verschillende situaties