Hoofdstuk 1 - microstructuren
1.1 Atoombouw
Massagetal = p + n
Atoommassa = gewogen – cijfers achter de komma
Atomen: p = e. In ionen is dit niet zo.
Elektronen zitten in banen elektronenschillen
Atomaire massaeenheid: unit, u. p = n = 1u
Elementair ladingskwantum (e) : voor lading van elektronen en protonen.
Atoomnummer: aantal protonen
Isotopen: zelfde aantal protonen, ander aantal neutronen.
Relatieve atoommassa: gewogen gemiddelde van de verschillende isotopen van een
element. Afhankelijk van de hoeveelheid dat in de natuur voorkomt.
1.2 periodiek systeem
Periodes: horizontaal. Op atoomnummer.
o Telkens als er een nieuwe elektronenschil komt, komt er een nieuwe periode.
Elektronenconfiguratie: de manier waarop de elektronen zich verdeeld hebben over
de schillen. Bepaalt de chemische eigenschappen.
o De valentie-elektronen, de elektronen in de buitenste schil, zijn hierbij het
belangrijkst.
o De edelgasconfiguratie, 8 elektronen in de buitenste schil, geeft veel stabiliteit.
Octetregel: het feit dat stabiele deeltjes de elektronenconfiguratie
hebben.
Groepen: verticaal. Zelfde eigenschappen.
Alkalimetalen reageren heftig met halogenen en water, want dan krijgen ze de
edelgasconfiguratie.
Halogenen reageren makkelijk met metalen.
Metalen: glanzend, vast, geleiden stroom en warmte.
Niet-metalen: ong. de helft hiervan bestaat uit twee-atomige moleculen.
1.3 Metalen
Een metaalatoom heeft meestal 1,2 of 3 elektronen in de buitenste schil (een paar)
loslaten edelgasconfiguratie wordt benaderd. Daardoor ontstaan positief geladen
metaalresten (ionen) en negatieve ionen.
Metaalrooster. In vloeibare fase kunnen ook de ionen vrij bewegen.
Door de positieve en negatieve deeltjes is er een sterke
metaalbinding hoog smeltpunt.
Door de vrij bewegende elektronen hebben metalen een goede
geleiding van warmte en elektriciteit.
Metaal is vervormbaar. Wanneer je druk uitoefent op een metaal,
schuift een rij atomen plaatsen op, waardoor het nog steeds stevig is.
Aan het metaalrooster verandert dan niks.
Legering: alliage: mengsel van metaalsoorten. Niet vervormbaar door de
verschillende groottes van de deeltjes.
o Gietijzer: ijzer met koolstof.
Erts: gesteente of mineraal dat een economisch winbaar gehalte van een metaal
bevat.
o Onedele metalen komen alleen in verbindingen voor.
o Edelmetalen reageren nauwelijks.
1.4 Moleculen
Atomen Metaalatoom Niet- metaalatoom
(Wil elektronen (Wil elektronen opnemen)