Hoofdstuk 1: De opbouw van het bewegingsapparaat
Bindweefsel
Bindweefsel bestaat uit 2 samenstellende delen:
1. Cellen die naar vorm en functie bij elkaar horen
2. Tussenstof/intercellularie substantie (tussen de cellen gelegen)
1) Amorfe component/grondsubstantie: bevat allerlei anorganische en
organische stoffen, waarvan glycosaminoglycanen de belangrijkste.
2) Vezelige component: gevormd door collagene, elastische en reticulaire
vezels.
Collagene vezels: zijn het dikst, wel buigzaam maar niet rekbaar bijv.
ligamenten.
Reticulaire vezels: zijn dunner, in het algemeen netvormig
gerangschikt bijv. organen.
Elastische vezels: zijn veel dunner, zeer rekbaar bijv. wand bloedvat.
Functie bindweefsel: steunende, stabiliserende en verzorgende functie.
De samenstelling van vezels en tussenstof zijn kenmerkend voor het soort/aard bindweefsel.
Drie typen bindweefsel:
1. Losmazig bindweefsel: bevat veel intercellulaire substantie met veel collagene en
weinig elastische verzels, reticulaire vezels alleen op plaatsen waar het bindweefsel
aan een orgaan of ander weefsel grenst. Bijv. kapsels om organen en pezen. (fig. 1)
2. Reticulair bindweefsel: reticulaire vezels (fig. 1.2)
3. Vezelig bindweefsel: of veel elastische of veel collagene vezels (fig. 1.3)
Cellen die in losmazig bindweefsel voorkomen:
o Fibroblasten: (de vezelvormers) zijn lange,spoelvormige cellen met een ovale kern.
Spelen een rol bij de vorming van tussenstof, zowel amorfe als vezelige component.
o Macrofagen: vermogen om afgestorven weefsel en lichaamsvreemde stoffen op te
nemen, deze eigenschap wordt fagocytose genoemd.
o Mestcellen: grote cellen, produceren farmacologische actieve stoffen, zoals
histamine, spelen een belangrijke rol bij overgevoeligheidsreacties.
o Vetcellen: vetstapelende functie. Het in de cel opgehoopte vet kan in zo grote
hoeveelheid aanwezig zijn dat het gehele cytoplasma met de kern van de cel naar de
rand wordt gedrukt, dit noemt men dan een zegelringcel. Wanneer vetcellen in grote
aantallen in het weefsel voorkomen en andere cellen verdringen, wordt het
losmazige bindweefsel tot vetweefsel. Dit is niet overal in het lichaam mogelijk.
o Pigmentcellen: langgerekte cellen die klein korrels melanine bevatten.
o Ongedifferentieerde cellen: hebben dezelfde vorm al fibroblasten en zij meestal
rondom de bloedvaten gelegen. Het zijn cellen die zich pas onder invloed van
bepaalde prikkels, bijv. ontsteking, gaan differentiëren tot een bepaald type.
Kraakbeen
Kraakbeen bestaat uit:
1. cellen (spelen een rol bij de aanmaak van tussenstof).
2. intercellulaire scubstantie/tussenstof.