bewegingsregistraties, semi-instelbare articulator
Hoofdstuk 1: Functional anatomy and biomechanics of the masticatory system
• Kauwsysteem: kauwen, praten, slikken, proeven en ademen.
o Botten, gewrichten, ligamenten, tanden, spieren.
o Neurologisch systeem → coördineert deze structuren.
• Tanden en ondersteunende structuren
o Volwassen gebit heeft 32 tanden. Tand bestaat uit kroon en wortel. Wortel is aan
alveolair bot gehecht met bindweefselvezels vanaf cement tot bot (periodontaal
ligament). Zorgt voor weerstand tegen krachten.
o Maxilla: stilstaand component van kauwsysteem en mandibula: bewegende
component kauwsysteem.
▪ Maxillaire tandboog > mandibulaire tandboog.
• Bovenincisieven breder dan onderincisieven.
• Bovenincisieven meer gebogen dan onderincisieven.
▪ Premolaren (bicuspids) gebruiken om voedsel allereerst kleiner te maken en
vervolgens nog kleiner gemaakt door de molaren.
• Skeletale componenten
o Skeletale componenten: schedel (bestaat uit verschillende botten, temporale, frontale,
parieetale, sphenoïdale, occipitale, zygomaticum, nasale, maxilla verbonden door fissuren) + OK.
o Skeletale componenten die kauwsysteem maken:
▪ Maxilla en mandibula → ondersteunen tanden
▪ Os temporale → ondersteunt onderkaak bij articulatie met schedel.
o Maxilla
▪ Twee maxillaire botten fuseren in midpalatinale fissuur.
▪ Grens maxilla superior vormt bodem van nasale holte en oogkas.
▪ Grens maxilla inferior vormt palatum en alveolaire randen
waar tanden in staan.
▪ Maxilla zit aan schedel vast en vormt dus een stationair
deel van het kauwsysteem.
o Mandibula
▪ U-vormig bot, ondersteunt ondertanden en vormt
onderste deel gelaat.
▪ Zit niet vast met botten aan de schedel, maar met spieren,
ligamenten en andere zachte weefsels → zorgt voor
mobiliteit.
▪ Bestaat uit ramus, coronoïd (anterior) en condylus
(posterior).
• Condylus articuleert met schedel → beweging vindt rond deze structuur
plaats.
o Mediale pool van condylus is prominenter dan laterale pool.
o Articulatie-oppervlak is groter postreior dan anterior.
▪ Sterk convex anterior-posteerior.
▪ Matig onvex mediaal-lateraal.
o Temporaal bot
▪ Condyle mandibula articuleert met squamous deel van temporaal bot →wordt het
temporomandibulair gewricht genoemd.
▪ Condyle bevindt zich in de fossa articulare/fossa mandibulare.
• Bot direct achter fossa: articular eminence → mate van convexiteit is
variabel en bepaald de route van de condylus wanneer de onderkaak naar
voren staat.
• Temporomandibulair gewricht
, o Ginglymoarthrodial joint genoemd → want scharnierbewegingen + geleidende bewegingen maken.
o TMJ gevormd door:
▪ Mandibulaire condylus
▪ Mandibulaire fossa van temporaal bot
▪ Discus articularis scheidt deze twee botten → discus articularis is een niet geossificeerd bot en zorgt voor de complexe
bewegingen van het gewricht.
• Fibreus weefsel met enkele bloedvaten en zenuwen.
o Vooral perifeer deel is matig geïnnerveerd.
o TMJ is een samengesteld gewricht en synoviaal gewricht.
o Synoviaal gewricht
▪ Synoviale vloeistof is het medium voor voedingsvoorziening
▪ Smeermiddel bij beweging → minimaliseert frictie (daarnaast is het articulaire deel van de disc, condyle en fossa glad →
ook minder frictie)
• Grens-smering: als gewricht beweegt (vindt vooral plaats)
• Weeping smering: vermogen van articulaire oppervlakken om een klein beetje synoviale vloeistof te absorberen
of af te geven bij drukkrachten.
o Innervatie: nervus trigeminus (aftakking nervus auriculotemporalis en afferente innervatie door nervus mandibularis). Daarnaast
ook diepe temporale en kauwspier zenuwen.
o 2 aparte biomechanische systemen
▪ Condylus-disc complex: rotatie-bewegingen
▪ Condylus-disc-fossa complex: translatie-bewegingen
• De spieren rond het TMJ hebben in rust een milde spiertonus (milde contractie)
• Discus articulare:
o Bestaat uit dicht fibreus bindweefsel
o Geen bloedvaten of zenuwvezels
▪ Meest perifere deel van de disc is heel klein beetje geïnnerveerd
o 3 delen o.b.v. dikheid:
▪ 1. Intermediate zone: centrale regio, is het dunste
▪ 2. Postior border: is iets dikker dan de anterior border
▪ 3. Anterior border
o Disc is mediaal dikker dan lateraal
o Precieze vorm van de disc wordt bepaald door de morfologie van de condylus en fossa
o Zit posterior vast aan retrodiscaal weefsel = RT (los bindweefsel, goed
gevasculariseerd)
o Aan de bovenkant (superior) wordt de disc afgegrensd door de retrodiscale lamina
(superior) en retrodiscale lamina (inferior)