HOOFDSTUK 9 LYMFATISCH SYSTEEM EN
IMMUUNSYSTEEM
9.1. HET LYMFE STELSEL
➢ Lymfesysteem bestaat uit
o Lymfe
o Lymfevaten
o Lymfocyten
o Lymfoïde organen en weefsels
▪ Milt
▪ Rode beenmerg
▪ Tonsillen (amandel)
▪ Thymus
▪ Lymfeknopen ( lymfeklieren: geen klier het produceert geen hormoon) => een plaats
waar alle lymfe samen komen -> wordt gefiltert en zo in aan de bloedbaan gegeven
FUNCTIES VAN LYMFE
➢ Regelen van de immuniteit B- T lymfocyten
➢ Regelen van de vochtbalans in de weefsels
➢ Absorptie van vet uit spijsverteringsstelsel onder de vorm van chylomicronen -> opgenomen in lymfe -
> via subclavia naar de bloedbaan -> Vetten worden op geslaan in lymfe
9.2.1. LYMFEVORMING
➢ Elke dag stroomt 30L bloed in de capilliaren ( wand bestaat maar uit 1 laag epitheel)
➢ Slecht 27L verlaat de capillairen
➢ 3L wordt als gevolg van capillaire bloeddruk doorheen de wand van bloedvaten geprest naar de
weefsels
o Weefselvocht
o Verzameld door lymfecapillairen en terug naar de bloedbaan gebracht
o Lymfe = plasma + stoffen uit weefsels( hormonen, enzymen)
1
, 9.2.2 LYMFECIRCULATIE
➢ Lymfevaatselsel= lymfevaten + lymfeknopen
➢ Lymfecapillairen beginnen ‘ blind’
➢ Absorberen weefselvocht
➢ Vervoeren dit naar grotere lymefevaten
➢ Passeert doorheen de lymfeknopen
➢ Stroomt tot één van de twee grote verzamelvaten
o Ductus lymfaticus dexter (recht) kleinste blauwste deel
o Ductus thoracicus ( links) vangt het grootste deel van het
lymfe in het lichaam
➢ Brengen lymfe terug naar de bloedbaan
Bloedcirculatie in venen VS lymfecirculatie in lymfevaten
➢ VERSCHIL:
o Lymfe wordt niet actief rondgepompt
➢ GELIJKENISSEN:
o Ondersteund door contracties omliggende skeletspieren
o Kleppen in de wand ( voorkomen terugstroming
Vaak voorkomen uitzaaiigen kankercellen ( bv vrouwen bij borstkanker volledige lymfeknopen verwijderen)
9.3. LYMFOÏDE ORGANEN
➢ Bestaan uit lymfeweefsel
o Bevat drie belangrijke celsoorten
1) Macrofagen
• Fagocyteren ( opruimen)
2) Reticulaire cellen
• Maken reticulaire vezels aan ( vangnet voor lymfocyten)
3) Lymfocyten ( worden aangemaakt in het rode beenmerg)
• Vastnestelen op reticulaire vezels
• Lymfocytenvangnet
9.3.1. LYMFEKNOPEN
• Lymfeklieren ( geven geen hormonen af)
• Klein rond boonvorming
• 1-25 mm groot 450 in het hele lichaam
• Filteren lymfe => functie van de lymfeknopen
• Uitrijping lymfocyten
• Zijn overal verspreid
➢ Drie plaatsen met regionale lymfeknopen -> groepen oppervlakkige lymfeknopen
o thv oksel, lies, hals
• lymfeknopen zijn omringd door een kapsel van vast bindweefsel- > zorgt voor stevigheid
o kapsel zal instulpingen maken -> Trabelkels
o inwendig skelet
• lymfeklieren: = filterstation voor lymfe
o controle van lymfe door residente macrofagen
o gezuiverde lymfe verlaat dan de lymfeknoop via efferent lymfevat (afvoerend)
2
IMMUUNSYSTEEM
9.1. HET LYMFE STELSEL
➢ Lymfesysteem bestaat uit
o Lymfe
o Lymfevaten
o Lymfocyten
o Lymfoïde organen en weefsels
▪ Milt
▪ Rode beenmerg
▪ Tonsillen (amandel)
▪ Thymus
▪ Lymfeknopen ( lymfeklieren: geen klier het produceert geen hormoon) => een plaats
waar alle lymfe samen komen -> wordt gefiltert en zo in aan de bloedbaan gegeven
FUNCTIES VAN LYMFE
➢ Regelen van de immuniteit B- T lymfocyten
➢ Regelen van de vochtbalans in de weefsels
➢ Absorptie van vet uit spijsverteringsstelsel onder de vorm van chylomicronen -> opgenomen in lymfe -
> via subclavia naar de bloedbaan -> Vetten worden op geslaan in lymfe
9.2.1. LYMFEVORMING
➢ Elke dag stroomt 30L bloed in de capilliaren ( wand bestaat maar uit 1 laag epitheel)
➢ Slecht 27L verlaat de capillairen
➢ 3L wordt als gevolg van capillaire bloeddruk doorheen de wand van bloedvaten geprest naar de
weefsels
o Weefselvocht
o Verzameld door lymfecapillairen en terug naar de bloedbaan gebracht
o Lymfe = plasma + stoffen uit weefsels( hormonen, enzymen)
1
, 9.2.2 LYMFECIRCULATIE
➢ Lymfevaatselsel= lymfevaten + lymfeknopen
➢ Lymfecapillairen beginnen ‘ blind’
➢ Absorberen weefselvocht
➢ Vervoeren dit naar grotere lymefevaten
➢ Passeert doorheen de lymfeknopen
➢ Stroomt tot één van de twee grote verzamelvaten
o Ductus lymfaticus dexter (recht) kleinste blauwste deel
o Ductus thoracicus ( links) vangt het grootste deel van het
lymfe in het lichaam
➢ Brengen lymfe terug naar de bloedbaan
Bloedcirculatie in venen VS lymfecirculatie in lymfevaten
➢ VERSCHIL:
o Lymfe wordt niet actief rondgepompt
➢ GELIJKENISSEN:
o Ondersteund door contracties omliggende skeletspieren
o Kleppen in de wand ( voorkomen terugstroming
Vaak voorkomen uitzaaiigen kankercellen ( bv vrouwen bij borstkanker volledige lymfeknopen verwijderen)
9.3. LYMFOÏDE ORGANEN
➢ Bestaan uit lymfeweefsel
o Bevat drie belangrijke celsoorten
1) Macrofagen
• Fagocyteren ( opruimen)
2) Reticulaire cellen
• Maken reticulaire vezels aan ( vangnet voor lymfocyten)
3) Lymfocyten ( worden aangemaakt in het rode beenmerg)
• Vastnestelen op reticulaire vezels
• Lymfocytenvangnet
9.3.1. LYMFEKNOPEN
• Lymfeklieren ( geven geen hormonen af)
• Klein rond boonvorming
• 1-25 mm groot 450 in het hele lichaam
• Filteren lymfe => functie van de lymfeknopen
• Uitrijping lymfocyten
• Zijn overal verspreid
➢ Drie plaatsen met regionale lymfeknopen -> groepen oppervlakkige lymfeknopen
o thv oksel, lies, hals
• lymfeknopen zijn omringd door een kapsel van vast bindweefsel- > zorgt voor stevigheid
o kapsel zal instulpingen maken -> Trabelkels
o inwendig skelet
• lymfeklieren: = filterstation voor lymfe
o controle van lymfe door residente macrofagen
o gezuiverde lymfe verlaat dan de lymfeknoop via efferent lymfevat (afvoerend)
2