100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Nederlands doorstroom

Rating
-
Sold
1
Pages
5
Uploaded on
02-04-2019
Written in
2017/2018

Deze samenvatting bevat de onderdelen stijl, grammatica en zinsdelen. Hierin komt naar voren het schriftelijk weergeven (zelfstandig naamwoord, lidwoorden, voornaamwoorden) woordsoorten (hen of hun, voegwoorden etc.)(inversie, congruentie, contaminatie, pleonasme etc.)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Nederlands doorstroom
Stijl, grammatica en zinsdelen


Stijl
Onder stijl verstaan we de manier van schriftelijk weergeven van wat je wilt zeggen.

Zelfstandig naamwoord
Zelfstandig naamwoorden zijn woorden die mensen, begrippen, dieren, dingen en
verschijnselen aanduiden. (Agent, moeder, liefde, verdriet, paard, hond, boek)

Er zijn drie soorten zelfstandig naamwoorden: mannelijke, vrouwelijke en onzijdige
zelfstandige naamwoorden.
- Mannelijk: man, stoel vloer
- Vrouwelijk: vrouw, overheid, gemeente
- Onzijdig: boek, geluid, huis

Lidwoorden
Het Nederlands kent drie lidwoorden; de, het, een.
Voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden kun je het lidwoord ‘de’ zetten.
Voor onzijdige zelfstandige naamwoorden kun je het lidwoord ‘het’ zetten.
Het lidwoord ‘een’ kan voor onzijdige, mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden
staan.

Voornaamwoorden
- Aanwijzende voornaamwoorden
- Betrekkelijke voornaamwoorden
- Bezittelijke voornaamwoorden
- Persoonlijke voornaamwoorden

Aanwijzende voornaamwoorden
Woorden die een persoon, zaak, ding, kwestie e.d. aanwijzen, noemen we aanwijzende
voornamenwoorden. Bijvoorbeeld: deze, die, dat, dit.
Bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden horen ‘deze’ en ‘die’
Bij onzijdige zelfstandige naamwoorden horen ‘dit’ en ‘dat’.

Betrekkelijke voornaamwoorden
Een betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op een voorafgaand woord of een
voorafgaande zin. Veelgebruikte betrekkelijke voornaamwoorden zijn: die, dat, wat en wie.

Het betrekkelijk voornaamwoord ‘die’ heeft betrekking op een mannelijk of vrouwelijk
zelfstandig naamwoord. Het betrekkelijk voornaamwoord ‘die’ gebruik je ook als het
betrekking heeft op een woord dat in het meervoud staat.

Het betrekkelijk voornaamwoord ‘dat’ heeft betrekking op een onzijdig zelfstandig
naamwoord.

Het betrekkelijk voornaamwoord ‘wat’ gebruik je in de volgende drie gevallen:
1. Als het betrekking heeft op een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niets, veel)
(hij koopt alles wat hij wil)
2. Als het betrekking heeft op een overtreffende trap (het beste wat we voor u hebben,
is een appartement) (Het leukste wat hij had te vertellen, wist ik al).

, 3. Als het betrekking heeft op een hele zin (we gaan vanavond met zijn allen uit, wat
altijd heel gezellig is)

Bezittelijke voornaamwoorden
Een bezittelijk voornaamwoord geeft bezit aan. (Dat is zijn telefoon)(De moeder leest met
haar kinderen)
Verwijst een bezittelijk voornaamwoord naar een onzijdig woord, dan gebruiken we het
woord ‘zijn’. (Ik heb het gebouw met zijn dikke muren gefotografeerd)(Het gezelschap is met
zijn gids vertrokken)

Persoonlijke voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden verwijzen naar dieren, personen, voorwerpen, verschijnselen
e.d. (Die vrouw gaat naar de stad, zij gaat nieuwe kleding kopen) (Vandaag heb ik veel
huiswerk, als ik het afheb, ga ik fitnessen)

Onzijdige zelfstandige naamwoorden
Bij onzijdige zelfstandige naamwoorden (alle woorden met het lidwoord ‘het’) horen de
volgende verwijswoorden: dat, dit, et en zijn.
- Het bedrijf heeft zijn (het) personeel een feest aangeboden.

Bij mannelijke zelfstandig naamwoorden horen de volgende verwijswoorden: deze, die, hem,
hij en zijn.
- We hebben die stoel laten bekleden en hij (deze, die) ziet er mooi uit.

Bij vrouwelijke zelfstandig naamwoorden horen de volgende verwijswoorden: deze, die, zij,
ze en haar.
- Omdat mevrouw De Jong jarig is, geeft zij een feestje.

Woordsoort Verwijzen met
Het-woorden  Het, dat, dit, zijn
De-woorden Mannelijk  Hij, die, deze, hem, zijn
Vrouwelijk  Zij (ze), die, deze, haar
Meervoud  Zij (ze), die, deze, hen, hun

Hen of hun
Schrijf hun als:
- Het een bezittelijk voornaamwoord is
- Als het een meewerkend voorwerp is (zonder voorzetsel)
Schrijf hen als:
- Na een voorzetsel
- Als het een lijdend voorwerp is

Hoofd- en bijzinnen
Een enkelvoudige zin bevat één persoonsvorm en één onderwerp. Een samengestelde zin
bevat twee of meer persoonsvormen en twee of meer onderwerpen.
Samengestelde zinnen bestaan uit één hoofdzin en één of meer bijzinnen. De bijzinnen zijn
altijd ondergeschikt aan de hoofdzin. Iedere bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin.

Kenmerken hoofdzin
- Persoonsvorm en onderwerp staan (meestal) naast elkaar
- Je kunt geen ander woord (bijv ‘niet’ of ‘nooit’) tussen persoonsvorm en onderwerp
zetten
- Een hoofdzin kun je niet door één woord vervangen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 2, 2019
Number of pages
5
Written in
2017/2018
Type
SUMMARY

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MStroeve Aeres Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
134
Member since
7 year
Number of followers
94
Documents
15
Last sold
11 months ago

4.3

31 reviews

5
16
4
9
3
6
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions