Probleem 5
Piaget kreeg veel kritiek op zijn theorie op zijn theorie over de psychologische ontwikkeling, omdat
het de sociale aard van de menselijke ontwikkeling achterwege laat.
Hij zegt geen ontwikkelingspsycholoog, maar een epistemologie te zijn (iemand die alles over kennis
en weten bestudeerd) en hij gebruikte de ontwikkeling van het kind alleen maar om vragen over de
aard en de natuur van de logica te beantwoorden.
Vygotsky was juist geïnteresseerd in het bestuderen van hoe mensen leden worden van een
historische culturele gemeenschap.
Het socioculturele perspectief opgekomen als tegenhanger van andere benaderingen om de
verscheidenheid en het sociale karakter van de ontwikkeling te benadrukken.
Kritiek op Piaget en Vygotsky:
- Universalistisch: het gaat ervan uit dat de ontwikkeling overal in de wereld op dezelfde
manier verloopt (er is maar één weg), sommige mensen bereiken de formeel operationele
fase niet, maar dat heeft te maken met scholing.
- Decontextueel: er zijn algemene ontwikkelingsmechanismen die onafhankelijk zijn van de
context waarin je leeft.
- Etnocentrisch: het claimt dat er tekorten zijn in andere culturen en in de eigen cultuur niet.
- Adultocentristisch: claimen van tekorten in waarden en praktijken van kinderen als ze door
volwassenen niet begrepen worden, omdat die het alleen vanuit hun perspectief bekijken.
Bv het three-top-mountain experiment. Hierbij moesten kinderen vanuit het perspectief
van iemand die aan de andere kant staat beschrijven hoe de berg eruit zag. Dit lukte de
kinderen niet en Piaget wijdde dit aan het egocentrisme van de kinderen (dus dat ze
dingen alleen nog maar vanuit hun eigen perspectief kunnen bekijken).
Maar toen Danoldson dit experiment ook deed, maar het aanpaste aan de leefwereld
van de kinderen, lukte het ze wel.
Feitelijk was wat Piaget zag als het egocentrisme van kinderen dus feitelijk zijn eigen
adultocentrisme zijn geweest.
Piaget focust zich meer op het relationele aspect terwijl Vygotsky zich meer richt op het mediator
aspect (bemiddelen).
Volgens Piaget is de samenwerking met gelijkwaardige partners belangrijk om tot een hoog niveau
van symbolisme en wederkerigheid in het denken te komen. Door deze samenwerking krijgt het kind
toegang tot het perspectief van een ander.
Hij zegt ook dat kinderen van peuters tot schoolkind eigenlijk solodenkers zijn op het gebied van
sociale, culturele en fysieke wereld (egocentrisme). Pas bij de ontwikkeling van het concreet
operationele stadium worden kinderen beïnvloed door samenwerking met gelijkwaardige partners.
Vygotsky: kinderen kunnen rond 2/3 jaar al beïnvloed worden door de sociale omgeving. Hij
onderscheidt ook een lower/higher level in de ontwikkeling:
- Lower level: natuurlijke biologische ontwikkeling.
- Higher level: sociaal-culturele ontwikkeling waarbij het lower level wordt gereorganiseerd.
Sommige samenlevingen blijven hangen in de lower level.
Piaget kreeg veel kritiek op zijn theorie op zijn theorie over de psychologische ontwikkeling, omdat
het de sociale aard van de menselijke ontwikkeling achterwege laat.
Hij zegt geen ontwikkelingspsycholoog, maar een epistemologie te zijn (iemand die alles over kennis
en weten bestudeerd) en hij gebruikte de ontwikkeling van het kind alleen maar om vragen over de
aard en de natuur van de logica te beantwoorden.
Vygotsky was juist geïnteresseerd in het bestuderen van hoe mensen leden worden van een
historische culturele gemeenschap.
Het socioculturele perspectief opgekomen als tegenhanger van andere benaderingen om de
verscheidenheid en het sociale karakter van de ontwikkeling te benadrukken.
Kritiek op Piaget en Vygotsky:
- Universalistisch: het gaat ervan uit dat de ontwikkeling overal in de wereld op dezelfde
manier verloopt (er is maar één weg), sommige mensen bereiken de formeel operationele
fase niet, maar dat heeft te maken met scholing.
- Decontextueel: er zijn algemene ontwikkelingsmechanismen die onafhankelijk zijn van de
context waarin je leeft.
- Etnocentrisch: het claimt dat er tekorten zijn in andere culturen en in de eigen cultuur niet.
- Adultocentristisch: claimen van tekorten in waarden en praktijken van kinderen als ze door
volwassenen niet begrepen worden, omdat die het alleen vanuit hun perspectief bekijken.
Bv het three-top-mountain experiment. Hierbij moesten kinderen vanuit het perspectief
van iemand die aan de andere kant staat beschrijven hoe de berg eruit zag. Dit lukte de
kinderen niet en Piaget wijdde dit aan het egocentrisme van de kinderen (dus dat ze
dingen alleen nog maar vanuit hun eigen perspectief kunnen bekijken).
Maar toen Danoldson dit experiment ook deed, maar het aanpaste aan de leefwereld
van de kinderen, lukte het ze wel.
Feitelijk was wat Piaget zag als het egocentrisme van kinderen dus feitelijk zijn eigen
adultocentrisme zijn geweest.
Piaget focust zich meer op het relationele aspect terwijl Vygotsky zich meer richt op het mediator
aspect (bemiddelen).
Volgens Piaget is de samenwerking met gelijkwaardige partners belangrijk om tot een hoog niveau
van symbolisme en wederkerigheid in het denken te komen. Door deze samenwerking krijgt het kind
toegang tot het perspectief van een ander.
Hij zegt ook dat kinderen van peuters tot schoolkind eigenlijk solodenkers zijn op het gebied van
sociale, culturele en fysieke wereld (egocentrisme). Pas bij de ontwikkeling van het concreet
operationele stadium worden kinderen beïnvloed door samenwerking met gelijkwaardige partners.
Vygotsky: kinderen kunnen rond 2/3 jaar al beïnvloed worden door de sociale omgeving. Hij
onderscheidt ook een lower/higher level in de ontwikkeling:
- Lower level: natuurlijke biologische ontwikkeling.
- Higher level: sociaal-culturele ontwikkeling waarbij het lower level wordt gereorganiseerd.
Sommige samenlevingen blijven hangen in de lower level.