Geschiedenis Zuid-Amerikaanse indianen
Zuid-Amerikaanse indianen: Val van de grote rijken
Na de laatste ijstijd ging men in zowel de Oude als Nieuwe wereld (vanwege het veranderende
klimaat) aan landbouw doen. Hierdoor ontstond een sedentaire levenswijze, meer voedsel,
bevolkingsgroei en specialisatie in andere taken (ambachten).
Op veel plekken leidde dit tot complexe samenlevingen. In de Nieuwe Wereld ontstonden
deze in Meso-Amerika en het Peruaans kustgebied.
Olmeken, Maya’s en Azteken
1519: Cortes ontdekte het Azteekse Rijk (militaire agressieve beschaving die sterk leunde op andere
indiaanse culturen die zich in de loop der tijd in Midden-Amerika hadden ontwikkeld). Tenochtitlan
was hun hoofdstad, gebouwd op kunstmatige eilanden in een moeras (het was veel groter en
schoner dan Parijs). Na 2 jaar slaagde Cortes erin om de Azteken te verslaan en de stad volledig te
vernietigen.
Maïs -> basisvoedsel van culturen in Meso-Amerika.
Olmeken (2000-300 V.C.): De eerste indianen die dankzij landbouw een complexe cultuur met steden
ontwikkelden. Ze waren van grote invloed op de latere Meso-Amerikaanse culturen.
Goede beeldhouwers (veel informatie uit gehaald).
Eerste stad San Lorenzo, na de ondergang bouwden ze een tweede stad La Venta (nog
groter).
Maya’s (verschenen rond 400 V.C. - nu):
Ook hun cultuur kon ontstaan dankzij de landbouw (maïs belangrijk).
Er werden slimme irrigatietechnieken gebruikt om de grond van gekapt regenwoud geschikt
te maken voor landbouw. De bevolking kon hierdoor groeien en het maakte enorme steden
als Calakmul mogelijk.
Verschillende stadstaten van de Maya’s waren regelmatig in oorlog met elkaar.
Precolumbiaanse periode: geloofden ze in de meerdere goden en de cyclische aard van tijd.
Ze geloofden dat verschijnselen aan de hemel iets konden vertellen over het dagelijks leven
en de toekomst.
Om deze verschijnselen goed te kunnen voorspellen werden er 3 kalanders geïntegreerd met
elkaar gebruikt.
Belangrijkste vijand: Teotihuacon (0-900) (een niet-Maya stadstaat).
Veel Mayasteden zijn door de begroeiing van het regenwoud goed bewaard gebleven.
Azteken:
Hoogontwikkeld, maar zeer oorlogszuchtig.
Grote bewonderaars van Tolteken (voelden zich erfgenaam van de stadstaat Teothuacon.
Waren vrij lang een onbelangrijk volk waarvan de mensen als huursoldaat werden ingezet.
Totdat Tlacaelel hun nieuwe leider werd. Hij veranderde de codices en schreef een nieuwe
ontstaansgeschiedenis waarmee de veroveringsdrang van de Azteken gerechtvaardigd kon
worden (de zon moest gevoerd blijven worden met mensenoffers om te kunnen blijven
schijnen), bovenop zonnetempels werd het hart van krijgers lichaam gerukt.
Zuid-Amerikaanse indianen: Val van de grote rijken
Na de laatste ijstijd ging men in zowel de Oude als Nieuwe wereld (vanwege het veranderende
klimaat) aan landbouw doen. Hierdoor ontstond een sedentaire levenswijze, meer voedsel,
bevolkingsgroei en specialisatie in andere taken (ambachten).
Op veel plekken leidde dit tot complexe samenlevingen. In de Nieuwe Wereld ontstonden
deze in Meso-Amerika en het Peruaans kustgebied.
Olmeken, Maya’s en Azteken
1519: Cortes ontdekte het Azteekse Rijk (militaire agressieve beschaving die sterk leunde op andere
indiaanse culturen die zich in de loop der tijd in Midden-Amerika hadden ontwikkeld). Tenochtitlan
was hun hoofdstad, gebouwd op kunstmatige eilanden in een moeras (het was veel groter en
schoner dan Parijs). Na 2 jaar slaagde Cortes erin om de Azteken te verslaan en de stad volledig te
vernietigen.
Maïs -> basisvoedsel van culturen in Meso-Amerika.
Olmeken (2000-300 V.C.): De eerste indianen die dankzij landbouw een complexe cultuur met steden
ontwikkelden. Ze waren van grote invloed op de latere Meso-Amerikaanse culturen.
Goede beeldhouwers (veel informatie uit gehaald).
Eerste stad San Lorenzo, na de ondergang bouwden ze een tweede stad La Venta (nog
groter).
Maya’s (verschenen rond 400 V.C. - nu):
Ook hun cultuur kon ontstaan dankzij de landbouw (maïs belangrijk).
Er werden slimme irrigatietechnieken gebruikt om de grond van gekapt regenwoud geschikt
te maken voor landbouw. De bevolking kon hierdoor groeien en het maakte enorme steden
als Calakmul mogelijk.
Verschillende stadstaten van de Maya’s waren regelmatig in oorlog met elkaar.
Precolumbiaanse periode: geloofden ze in de meerdere goden en de cyclische aard van tijd.
Ze geloofden dat verschijnselen aan de hemel iets konden vertellen over het dagelijks leven
en de toekomst.
Om deze verschijnselen goed te kunnen voorspellen werden er 3 kalanders geïntegreerd met
elkaar gebruikt.
Belangrijkste vijand: Teotihuacon (0-900) (een niet-Maya stadstaat).
Veel Mayasteden zijn door de begroeiing van het regenwoud goed bewaard gebleven.
Azteken:
Hoogontwikkeld, maar zeer oorlogszuchtig.
Grote bewonderaars van Tolteken (voelden zich erfgenaam van de stadstaat Teothuacon.
Waren vrij lang een onbelangrijk volk waarvan de mensen als huursoldaat werden ingezet.
Totdat Tlacaelel hun nieuwe leider werd. Hij veranderde de codices en schreef een nieuwe
ontstaansgeschiedenis waarmee de veroveringsdrang van de Azteken gerechtvaardigd kon
worden (de zon moest gevoerd blijven worden met mensenoffers om te kunnen blijven
schijnen), bovenop zonnetempels werd het hart van krijgers lichaam gerukt.