Hoofdstuk 1
Na ineenstorting van het Romeinse rijk raakten de wegen in verval wegen in de middeleeuwen
waren zeer slecht. Begin 19e eeuw Napoleon wegenaanleg op grote schaal.
Amsterdam, 1873 stampasfalt op Kalverstraat. 1923 Amsterdam, petroleumasfalt.
Goederenvervoer per weg:
- Grote bereikbaarheid;
- Kleine hoeveelheden;
- Hoge snelheid;
- Geen overslag.
Het autoverkeer is in een periode van tien jaar (1995 – 2005) sterker gegroeid dan andere
vervoerswijzen.
Indeling naar wegbeheerder:
- Rijkswegen (direct door Rijk);
- Provinciale wegen (algemene middelen, het Rijk stort in fondsen);
- Overige wegen:
o Gemeentewegen grootste aandeel qua lengte;
o Waterschapswegen (omslagheffing);
o Particuliere wegen.
Indeling naar gebruiksfunctie:
- Stroomwegen stromen, fysieke scheiding, ongelijkvloers;
- Gebiedsontsluitingswegen stromen en uitwisselen, scheiding snel en langzaam,
gelijkvloers;
- Erftoegangswegen verblijfsfunctie, toegang tot percelen, gemengd.
Verder is een indeling op basis van verkeersbelasting is mogelijk (zie pagina 14 – 15).
De gebruiksfunctie en ligging bepalen het wegontwerp capaciteit, snelheid en ligging van de weg.
Autosnelwegen Nieuwe Ontwerprichtlijn Autosnelwegen.
Overige wegen Handboek Wegontwerp.
Hoofdstuk 2
1. Functies die door het systeem van de weg moeten worden vervuld,
maatschappelijke doelstellingen, bereikbaarheid en leefbaarheid;
2. Eis van de gebruiker;
3. Kwantificeerbare eigenschappen van het eindresultaat, eis aan het
gedrag van de wegconstructie;
4. Eis aan constructie, duurzaamheid, vervormbaarheid en sterkte;
5. Eisen aan materialen en verwerking;
6. Bouw- en grondstoffen met specifieke eigenschappen.
Soorten eisen:
- Functionele eisen: gebruikseigenschappen;
- Structurele eisen: structurele sterkte, weerstand tegen
vermoeiing, scheurvorming en blijvende vervorming;
- Duurzaamheidseisen: weerstand tegen fysische en
chemische aantasting.
Weglichaam: aardebaan en verharding.
Aardebaan: zandbed en grondverbetering.
Verharding: asfaltconstructie en fundering.
Ondergrond: natuurlijke ondergrond, moet voldoende zijn om
belasting af te dragen. Niet het geval verbeteren.
Na ineenstorting van het Romeinse rijk raakten de wegen in verval wegen in de middeleeuwen
waren zeer slecht. Begin 19e eeuw Napoleon wegenaanleg op grote schaal.
Amsterdam, 1873 stampasfalt op Kalverstraat. 1923 Amsterdam, petroleumasfalt.
Goederenvervoer per weg:
- Grote bereikbaarheid;
- Kleine hoeveelheden;
- Hoge snelheid;
- Geen overslag.
Het autoverkeer is in een periode van tien jaar (1995 – 2005) sterker gegroeid dan andere
vervoerswijzen.
Indeling naar wegbeheerder:
- Rijkswegen (direct door Rijk);
- Provinciale wegen (algemene middelen, het Rijk stort in fondsen);
- Overige wegen:
o Gemeentewegen grootste aandeel qua lengte;
o Waterschapswegen (omslagheffing);
o Particuliere wegen.
Indeling naar gebruiksfunctie:
- Stroomwegen stromen, fysieke scheiding, ongelijkvloers;
- Gebiedsontsluitingswegen stromen en uitwisselen, scheiding snel en langzaam,
gelijkvloers;
- Erftoegangswegen verblijfsfunctie, toegang tot percelen, gemengd.
Verder is een indeling op basis van verkeersbelasting is mogelijk (zie pagina 14 – 15).
De gebruiksfunctie en ligging bepalen het wegontwerp capaciteit, snelheid en ligging van de weg.
Autosnelwegen Nieuwe Ontwerprichtlijn Autosnelwegen.
Overige wegen Handboek Wegontwerp.
Hoofdstuk 2
1. Functies die door het systeem van de weg moeten worden vervuld,
maatschappelijke doelstellingen, bereikbaarheid en leefbaarheid;
2. Eis van de gebruiker;
3. Kwantificeerbare eigenschappen van het eindresultaat, eis aan het
gedrag van de wegconstructie;
4. Eis aan constructie, duurzaamheid, vervormbaarheid en sterkte;
5. Eisen aan materialen en verwerking;
6. Bouw- en grondstoffen met specifieke eigenschappen.
Soorten eisen:
- Functionele eisen: gebruikseigenschappen;
- Structurele eisen: structurele sterkte, weerstand tegen
vermoeiing, scheurvorming en blijvende vervorming;
- Duurzaamheidseisen: weerstand tegen fysische en
chemische aantasting.
Weglichaam: aardebaan en verharding.
Aardebaan: zandbed en grondverbetering.
Verharding: asfaltconstructie en fundering.
Ondergrond: natuurlijke ondergrond, moet voldoende zijn om
belasting af te dragen. Niet het geval verbeteren.