Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
1. hersencellen cellen in de hersenen. De helft zijn neuronen en de an-
dere helft zijn cliacellen.
2. Neuronen zenuwcel bestaande uit; celmembraam, celkern, dendri-
eten & axon
3. celmembraam dit zorgt ervoor dat de cel een afgesloten geheel is, hierin
zitten kanaaltjes waardoor de cel kan communiceren.
4. soma celkern, hierin zit het genetisch materiaal
5. mitochondriën energiefabriekjes in de neuron waarin glucose wordt ver-
brandt wat weer energie vrij geeft.
6. ribosomen dit zit in de cel en maken eiwitten aan.
7. dendrieten de antennes van de neuron, hier komt de informatie bin-
nen
8. axon dit is het draadje wat aan het cel lichaam vast zit, hiermee
wordt informatie vervoerd
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
9. axon knopjes Aan het einde van de axon die vertakt zitten knopjes, die
maken contact met de dendrieten van een andere cel,
zo kan er informatie doorgegeven worden aan andere
neuronen
10. verloop van in- 1. dendrieten
formatie in de 2. soma
neuron 3. axon
4. presynaptische terminal
11. gliacellen ondersteunende functie van de neuronen.
1. steun
2. aan/afvoer stoffen
3. maken hersenvloeistof
4. maken myeline
5. afweer
6. rol in de ontwikkeling
12. astrocyte gliacellen die helpen met de aan en afvoer van stoffen.
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
13. hersenvloeistof gliacellen produceren hersenvloeistof. Dit zit in de holtes
van de hersenen en bestaat uit een vloeistof van bloed-
plasma's. Dit helpt voor het aan en afvoeren van stoffen
14. myeline witte stof. Het ligt om de axon heen. Het is een vettige
laagje die isoleert en zorgt dat de informatie die door de
axon loopt niet weglekt.
15. oigodendrocyte deze gliacel maakt de myeline
16. microglia Dit zijn gliacellen die een rol spelen in de afweer tegen
virussen en schimmels. Ze spelen een rol in herstel func-
ties
(Blauw in de afbeelding)
17. het centraal hersenen en ruggenmerg
zenuwstelsel
18. informatie die aangevoerd wordt
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
Afferent infor-
matiestroom
19. intrinsieke infor- De dendrieten en zon liggen in één en dezelfde structuur
matiestroom
20. efferente infor- als er informatie wordt afgevoerd
matiestroom
21. Bloedhersenbar- controleert streng welke stoffen de hersenen binnen
rière komen. Voedingstoffen worden wel toegelaten maar
schadelijke stoffen niet. Het loopt om elk bloedvat heen.
22. aminozuren bouwstoffen van eiwitten
23. elektrische prikkeloverdracht door ionenen binnen een cel
prikkelover-
dracht
24. ionenen geladen deeltjes, deze kunnen positief of negatief zijn
25. rustpotentiaal ladingsverschil; in dit geval is het binnen de cel negatiever
dan buiten de cel. Hierbij gebeurt er 'niets' in de cel.
Dit wordt in stand gehouden door een pomp
26. pomp (rustpo- Deze zorgt dat de binnen en buitenkant van de cel
tentiaal) negatief blijft ten opzichte van de buitenkant van de cel
die positief is
27. Actiepotentiaal Dit ontstaat als het rustpotentiaal verstoord word, als
er prikkels de cel binnenkomen en de drempel waarde
overschreden wordt.
28. Depolarisatie de binnenkant van de cel wordt positiever
29. herstelperiode dit is nadat de actiepotentiaal is geweest, er is een peri-
ode van herstel in de cel en de natrium kanaaltjes kunnen
niet open.
30. all or none law Het actiepotentiaal is altijd of aan of uit.
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
1. hersencellen cellen in de hersenen. De helft zijn neuronen en de an-
dere helft zijn cliacellen.
2. Neuronen zenuwcel bestaande uit; celmembraam, celkern, dendri-
eten & axon
3. celmembraam dit zorgt ervoor dat de cel een afgesloten geheel is, hierin
zitten kanaaltjes waardoor de cel kan communiceren.
4. soma celkern, hierin zit het genetisch materiaal
5. mitochondriën energiefabriekjes in de neuron waarin glucose wordt ver-
brandt wat weer energie vrij geeft.
6. ribosomen dit zit in de cel en maken eiwitten aan.
7. dendrieten de antennes van de neuron, hier komt de informatie bin-
nen
8. axon dit is het draadje wat aan het cel lichaam vast zit, hiermee
wordt informatie vervoerd
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
9. axon knopjes Aan het einde van de axon die vertakt zitten knopjes, die
maken contact met de dendrieten van een andere cel,
zo kan er informatie doorgegeven worden aan andere
neuronen
10. verloop van in- 1. dendrieten
formatie in de 2. soma
neuron 3. axon
4. presynaptische terminal
11. gliacellen ondersteunende functie van de neuronen.
1. steun
2. aan/afvoer stoffen
3. maken hersenvloeistof
4. maken myeline
5. afweer
6. rol in de ontwikkeling
12. astrocyte gliacellen die helpen met de aan en afvoer van stoffen.
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
13. hersenvloeistof gliacellen produceren hersenvloeistof. Dit zit in de holtes
van de hersenen en bestaat uit een vloeistof van bloed-
plasma's. Dit helpt voor het aan en afvoeren van stoffen
14. myeline witte stof. Het ligt om de axon heen. Het is een vettige
laagje die isoleert en zorgt dat de informatie die door de
axon loopt niet weglekt.
15. oigodendrocyte deze gliacel maakt de myeline
16. microglia Dit zijn gliacellen die een rol spelen in de afweer tegen
virussen en schimmels. Ze spelen een rol in herstel func-
ties
(Blauw in de afbeelding)
17. het centraal hersenen en ruggenmerg
zenuwstelsel
18. informatie die aangevoerd wordt
, Hersenen en gedrag
Online studeren bij https://quizlet.com/_e1ro57
Afferent infor-
matiestroom
19. intrinsieke infor- De dendrieten en zon liggen in één en dezelfde structuur
matiestroom
20. efferente infor- als er informatie wordt afgevoerd
matiestroom
21. Bloedhersenbar- controleert streng welke stoffen de hersenen binnen
rière komen. Voedingstoffen worden wel toegelaten maar
schadelijke stoffen niet. Het loopt om elk bloedvat heen.
22. aminozuren bouwstoffen van eiwitten
23. elektrische prikkeloverdracht door ionenen binnen een cel
prikkelover-
dracht
24. ionenen geladen deeltjes, deze kunnen positief of negatief zijn
25. rustpotentiaal ladingsverschil; in dit geval is het binnen de cel negatiever
dan buiten de cel. Hierbij gebeurt er 'niets' in de cel.
Dit wordt in stand gehouden door een pomp
26. pomp (rustpo- Deze zorgt dat de binnen en buitenkant van de cel
tentiaal) negatief blijft ten opzichte van de buitenkant van de cel
die positief is
27. Actiepotentiaal Dit ontstaat als het rustpotentiaal verstoord word, als
er prikkels de cel binnenkomen en de drempel waarde
overschreden wordt.
28. Depolarisatie de binnenkant van de cel wordt positiever
29. herstelperiode dit is nadat de actiepotentiaal is geweest, er is een peri-
ode van herstel in de cel en de natrium kanaaltjes kunnen
niet open.
30. all or none law Het actiepotentiaal is altijd of aan of uit.