Casusbespreking: ‘opfrissen’:
Probleem:
- Kennis te kort t.a.v. vitale functies van het menselijk lichaam en observaties bij
volwassenen.
Kennis:
- Saturatie 100% is het beste
- Ademhaling: 12 -14 x per minuut, geluid, bloed, tong, hyperventilatie, cyanose
Leerdoelen:
Ademhaling, circulatie, thermoregulatie, vochthuishouding
- Saturatie: volwassenen 95%, kinderen 93%.
- Hoe werkt het ademhalingsstelsel?
Inademing: er wordt gebruik gemaakt van de buitenste tussenribspieren
(borstademhaling) en het middenrif (buikademhaling). Er wordt zuurstof in
het lichaam opgenomen.
Uitademing: gebeurt door de binnenste tussenribspieren en de buikspieren
(deze laatste duwen de ingewanden, en daarmee het middenrif, weer
omhoog). Afvalstoffen worden door de longen afgevoerd.
Rustpauze: een belangrijke fase voordat een nieuwe inademing volgt. Een
fase waarvan men zich vaak niet bewust is.
De ademhalingsbewegingen worden automatisch geregeld. Hierin speelt het
ademcentrum een belangrijke rol.
Ademcentrum: is een deel van het centraal zenuwstelsel waar de prikkels
voor de adembewegingen ontstaan.
- Wat zijn observaties bij ademhalingsproblemen?
Frequentie: het aantal ademhalingen per minuut.
Diepte: de hoeveelheid lucht die per adem teug wordt ingeademd.
Regelmaat: observeren van de adempauzes. De tijdsduur kan verschillend zijn
Gelijkmatigheid: de diepte van elke in- en uitademing hoort ongeveer
hetzelfde te zijn.
Neus vleugelen, buik/borstademhaling
Rochelen/stridor: bijgeluid bij een ademhaling.
o Inspiratoire bij inademing/hoog in de luchtwegen
o Expiratoire stridor bij uitademhaling/laag in de luchtwegen.
o Is een pijnlijke ademhaling of als de auxiliaire ademhalingsspieren
worden gebruikt. Je helpt je lijf om de ademhaling sneller, thorax
uitzetten om meer zuurstof op te nemen. Risico’s: verzuring van
spieren en bloed (acidose), uitputting. Dit omdat er teveel CO2 in het
bloed zit, bloedgaswaardes gaan omhoog.
1
, Saturatiemeting (streefwaarde 95 tot 100%).
Verkleuring van de huid (blauw om de mond etc.)
2
, - Wat moet je doen bij iemand met ademhalingsproblemen?
Iemand rechtop laten zitten/houdingsverandering
Ademhalingsoefeningen (in geval van stress,
Zuurstof geven (COPD niet teveel zuurstof geven i.v.m. kans op
ademstilstand) (wisselend van werk of je zonder of met toestemming van de
arts mag
Vernevelen
Medicatie geven op voorschrift van de arts, luchtwegverwijdende middelen.
Of kalmeringsmiddel (van stress kan je ademhaling anders gaan reguleren).
Huffen/leren ophoesten: deze techniek bestaat uit: rechtop zittend diep
inademen en zo kort en krachtig mogelijk, met geopende stembanden
uitademen. Met behulp van deze geforceerde uitademing wordt sputum
vanuit de longen hoger de trachea in gemobiliseerd.
Drainagehouding: op de zij te gaan liggen en licht in Trendelenburg (benen
liggen hoger dan het hart). In deze houding verplaatst het sputum zich
gemakkelijker met de zwaartekracht mee vanuit de linker long via de trachea
naar de keelholte.
- Wat zijn de onderliggende problemen van ademhalingsproblemen?
Leeftijd (een kind haalt meer ademhalingen per minuut dan een volwassene)
Lichamelijke en emotionele toestand van de patiënt
Ziekte, stress
Obstructie.
Geneesmiddelen zoals morfine.
- Wat zijn veel voorkomende risico’s bij een gebrekkige ademhaling?
Je kunt jezelf vergiftigen door het stijgende gehalte van koolstofdioxide.
- Gevaarlijke ademhalingspatronen:
Cheyne Stokes-ademhaling: de ademhaling wordt steeds dieper, vaak gevolgd
door een zucht waarna de ademdiepte afneemt en overgaat in een apneu, die
wel een minuut kan duren. Vaak bij hersenaandoeningen zoals een
hersentumor/bloeding. Ook tijdens een stervensproces of bepaalde medicatie
Kussmaul-ademhaling: Zie je vaak bij het diabetisch coma en acidose
(verzuring). Doorgaans is de ademhaling zeer diep, maar de frequentie vrijwel
normaal. Deze ademhaling is een patroon bij een niet-behandelde
suikerziekte en bij nierfalen, waarbij de elektrolytenbalans verstoord is.
3