Hoofdstuk 7 de sociale en persoonlijke ontwikkeling in de babytijd.
Alle baby’s ter wereld tonen dezelfde soort emoties.
De emoties en gezichtsuitdrukking van baby’s betekenen niet hetzelfde als wat volwassen denken.
Differentiële emotietheorie: de theorie van ontwikkelingspsycholoog C. Izard dat emotionele
uitingen niet alleen emotionele ervaringen weerspiegelen maar ook de emoties zelf helpen
reguleren.
Vreemdenangst: de voorzichtigheid en terughoudendheid die baby’s laten zien als ze een onbekende
ontmoeten.
Scheidingsangst: de angst die bij een kind wordt opgeroepen door de afwezigheid van hun vaste
verzorger.
Sociale glimlach: de glimlach van een baby in reactie op een ander persoon.
Zelfbesef: het bewustzijn dat men los van de rest van de wereld bestaat.
Social refencing: (8-9 maanden) het doelbewust zoeken naar informatie over de gevoelens van
anderen om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen.
Theory of mind: de cognitieve vaardigheid om jezelf en aan anderen gedachten, gevoelens, ideeën
en intenties toe te schrijven en op basis daarvan te anticiperen op het gedrag van anderen.
Empathie(1-2jaar): Een emotionele respons die correspondeert met de gevoelens van een ander
persoon.
Hechting: het intieme fysieke en emotionele contact tussen ouder en kind in de periode direct na de
geboorte. (sociale banden, 1e contact met VB de ouders.)
Vreemdesituatiesprocedure van Ainsworth: een aantal in scene gezette afleveringen die de kracht
van de hechting tussen een kind en zijn moeder weergeven.
Veilige hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen zich op hun gemak lijken te voelen als hun
moeder aanwezig is en ook al raken ze van streek als de moeder de ruimte verlaat, ze gelijk naar haar
toegaan als ze terug komt.
Angst-vermijdend hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen niet de nabijheid van hun
moeder opzoeken en haar lijken te vermijden als ze VB terugkeer in de kamer.
Angst-ambivalent hechtingspatroon: Hechtingsstijl waarbij kinderen een combinatie van positieve
en negatieve reacties op hun moeder vertonen nadat ze terugkeert van afwezigheid.
Gedesorganiseerd en gedesoriënteerd hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen
inconsistent en vaak tegenstrijdig gedrag vertonen.
Alle baby’s ter wereld tonen dezelfde soort emoties.
De emoties en gezichtsuitdrukking van baby’s betekenen niet hetzelfde als wat volwassen denken.
Differentiële emotietheorie: de theorie van ontwikkelingspsycholoog C. Izard dat emotionele
uitingen niet alleen emotionele ervaringen weerspiegelen maar ook de emoties zelf helpen
reguleren.
Vreemdenangst: de voorzichtigheid en terughoudendheid die baby’s laten zien als ze een onbekende
ontmoeten.
Scheidingsangst: de angst die bij een kind wordt opgeroepen door de afwezigheid van hun vaste
verzorger.
Sociale glimlach: de glimlach van een baby in reactie op een ander persoon.
Zelfbesef: het bewustzijn dat men los van de rest van de wereld bestaat.
Social refencing: (8-9 maanden) het doelbewust zoeken naar informatie over de gevoelens van
anderen om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen.
Theory of mind: de cognitieve vaardigheid om jezelf en aan anderen gedachten, gevoelens, ideeën
en intenties toe te schrijven en op basis daarvan te anticiperen op het gedrag van anderen.
Empathie(1-2jaar): Een emotionele respons die correspondeert met de gevoelens van een ander
persoon.
Hechting: het intieme fysieke en emotionele contact tussen ouder en kind in de periode direct na de
geboorte. (sociale banden, 1e contact met VB de ouders.)
Vreemdesituatiesprocedure van Ainsworth: een aantal in scene gezette afleveringen die de kracht
van de hechting tussen een kind en zijn moeder weergeven.
Veilige hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen zich op hun gemak lijken te voelen als hun
moeder aanwezig is en ook al raken ze van streek als de moeder de ruimte verlaat, ze gelijk naar haar
toegaan als ze terug komt.
Angst-vermijdend hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen niet de nabijheid van hun
moeder opzoeken en haar lijken te vermijden als ze VB terugkeer in de kamer.
Angst-ambivalent hechtingspatroon: Hechtingsstijl waarbij kinderen een combinatie van positieve
en negatieve reacties op hun moeder vertonen nadat ze terugkeert van afwezigheid.
Gedesorganiseerd en gedesoriënteerd hechtingspatroon: hechtingsstijl waarbij kinderen
inconsistent en vaak tegenstrijdig gedrag vertonen.