Burgerlijk recht Hoorcollege 3
Je kunt geen eigenaar zijn van een bestanddeel van een zaak (art. 3:4 BW). Als je eigenaar bent van
een deur en die wordt nagetrokken door een gebouw dan ben je het eigendom van de deur kwijt.
Als meerdere roerende zaken bij elkaar worden gevoegd moet je eerst de vraag beantwoorden of er
sprake is van één zaak (3:4 BW) of dat het nog losse zaken zijn.
Artikel 3:14 BW heeft betrekking op roerende zaken die samen met roerende zaken een andere zaak
vormt.
3:4 ziet op de vraag of het één zaak is.
3:14 ziet op de vraag welke zaak de hoofdzaak is en welke het bestanddeel.
Dit wordt beantwoord d.m.v.
- Waardeverhouding
- Verkeersopvatting
Deze worden nevenschikkend geplaatst.
Het draait bijna altijd om de verkeersopvatting. Als de waardeverhouding het ene zegt en de
verkeersopvatting het andere dan is de verkeersopvatting leidend. Denk maar aan het voorbeeld dat
een motor van een boot veel meer waard is dan het casco.
Is er sprake van één zaak? (3:4 BW)
Nee > dan ben je klaar
Ja > Wat is de hoofdzaak? (5:14 BW> bij roerende zaken)
Als geen zaak als hoofdzaak aan te merken is > 5:14 lid 2 BW.
Dan ontstaat er mede-eigendom. Elk voor een aandeel naar evenredigheid aan de waarde van de
zaak.
Mede-eigendom: samen met een ander eigenaar van het object, je hebt er een onverdeeld aandeel
in.
Het woord vermenging in 5:15 en het woord vermenging 3:81 lid 2 zijn twee verschillende dingen.
Vermenging zoals in art. 5:15 is feitelijk mengen (vloeistoffen bij elkaar gooien, meel bij elkaar
gooien, etc.).
Het arrest Zalco gaat over vermenging.
Je kunt geen eigenaar zijn van een bestanddeel van een zaak (art. 3:4 BW). Als je eigenaar bent van
een deur en die wordt nagetrokken door een gebouw dan ben je het eigendom van de deur kwijt.
Als meerdere roerende zaken bij elkaar worden gevoegd moet je eerst de vraag beantwoorden of er
sprake is van één zaak (3:4 BW) of dat het nog losse zaken zijn.
Artikel 3:14 BW heeft betrekking op roerende zaken die samen met roerende zaken een andere zaak
vormt.
3:4 ziet op de vraag of het één zaak is.
3:14 ziet op de vraag welke zaak de hoofdzaak is en welke het bestanddeel.
Dit wordt beantwoord d.m.v.
- Waardeverhouding
- Verkeersopvatting
Deze worden nevenschikkend geplaatst.
Het draait bijna altijd om de verkeersopvatting. Als de waardeverhouding het ene zegt en de
verkeersopvatting het andere dan is de verkeersopvatting leidend. Denk maar aan het voorbeeld dat
een motor van een boot veel meer waard is dan het casco.
Is er sprake van één zaak? (3:4 BW)
Nee > dan ben je klaar
Ja > Wat is de hoofdzaak? (5:14 BW> bij roerende zaken)
Als geen zaak als hoofdzaak aan te merken is > 5:14 lid 2 BW.
Dan ontstaat er mede-eigendom. Elk voor een aandeel naar evenredigheid aan de waarde van de
zaak.
Mede-eigendom: samen met een ander eigenaar van het object, je hebt er een onverdeeld aandeel
in.
Het woord vermenging in 5:15 en het woord vermenging 3:81 lid 2 zijn twee verschillende dingen.
Vermenging zoals in art. 5:15 is feitelijk mengen (vloeistoffen bij elkaar gooien, meel bij elkaar
gooien, etc.).
Het arrest Zalco gaat over vermenging.