ABDOMEN 1
WEEK 4 – GEELZUCHT
ALGEMENE LEERDOELEN 2
TAAK 4.1 – ICTERUS OP BASIS VAN HEPATITIS DOOR GENEESMIDDELEN 3
TAAK 4.2 – GALSTEEN ICTERUS 8
TAAK 4.3 – ICTERUS BIJ HEPATITIS B INFECTIE 13
TAAK 4.4 – ICTERUS NEONATORUM 21
TAAK 4.5 – ICTERUS BIJ PANCREASKOPCARCINOOM 27
EXTRA INFORMATIE 36
,ALGEMENE LEERDOELEN
1) Algemene aspecten metabolisme van koolhydraten, eiwitten en vetten (niet de
opname).
Zie taak week 3
2) Fysiologie en biochemie van lever met accent op metabole functies
Dit is de weg dat een geneesmiddel af moet leggen in het lichaam:
3) Anatomie/histologie lever, milt en galblaas
Anatomie/histologie van lever en galblaas: zie taak 4.2
Anatomie/histologie van milt: zie taak 4.4
4) Enterohepatische kringloop
Zie taak 4.2
Week 4 – geelzucht Page 2 of 37
,TAAK 4.1 – ICTERUS OP BASIS VAN HEPATITIS DOOR
GENEESMIDDELEN
Anamnese
Een 65-jarige vrouw heeft sinds 1 week last van jeuk en ziet sinds één dag geel. Patiënte heeft
geen pijn, geen koliekaanval gehad. Patiënte heeft suikerziekte waarvoor zij medicatie
gebruikt. Een maand geleden ontwikkelde patiënte wondroos (erysipelas) van haar
rechteronderbeen na een val waardoor haar huid beschadigd raakte. Patiënte werd met
flucloxacilline per os behandeld tot 3 dagen geleden.
Medische voorgeschiedenis = cholecystectomie op 55-jarige leeftijd
Medicatie = metformine 2dd 850mg, avandia 8mg
Intoxicatie = rookt niet, gebruik zelden alcohol
Lichamelijk onderzoek
− Vitale parameters: bloeddruk RR 145/85, pols 88 regelmatig equaal Temperatuur 37.2
°C, gewicht 84 kg, lengte 173 cm
− Sclerae geel
− Hart en longen geen afwijkingen
− Abdomen:
o Inspectie: lichte abdominale obesitas, litteken rechter bovenbuik
o Auscultatie: levendige peristaltiek
o Percussie: wisselende tympanie.
o Palpatie: scherpe leverrand, niet vergroot
Bloedonderzoek = ALAT 500 U/L, ASAT 450 U/L, Gamma GT 100 U/L, Alkalische fosfatase
140 U/L en bilirubine 110 μmol/l, geconjugeerd 50 μmol/l
Echo bovenbuik = tekenen van een leververvetting, status na cholecystectomie, iets verbrede
hoofdgalweg van 9mm zonder concrementen
1) Macroscopie: anatomie van de lever (herhaling week 1)
Alle bloed uit de GI-tract, pancreas en milt gaat door de lever. Dit zodat bv. als je iets eet niet
meteen alle glucose in de algemene circulatie komt.
Week 4 – geelzucht Page 3 of 37
, 2) Histologie van de lever
De lever wordt omgeven door een bindweefselkapsel, het kapsel van Glisson. Het hilum van
de lever wordt gevormd door grote bloedvaten, afvoerende galgangen, lymfevaten en een tak
van de n. vagus.
De lever is opgebouwd uit lobuli hepatici (leverlobjes). In het midden van elke lobuli loopt een
v. centralis (3) (welke uitmondt in de vena hepatica vena cava inferior) en op de hoekpunten
een aantal triades hepaticae (4) (driehoekje van Kiernan) welke bestaat uit
− a. interlobularis (tak van a. hepatica) (5), heeft sterke wand, plat epitheel en een wijd
lumen
− v. interlobularis (tak van vena portae) (6), heeft dunne wand, plat epitheel en een nauw
lumen
− Ductus bilifer interlobularis (7) (galgang), prismatisch (kubus) epitheel en heel nauw
lumen
In een leverlobje stroomt het bloed vanuit de a. en v. interlobularis door de sinusoïden tussen
de levercelplaten (aantal hepatocyten bij elkaar) naar de v. centralis, waarbij ondertussen
uitwisseling tussen bloed en hepatocyten van de levercelplaten plaatsvindt. Hepatocyten (8)
produceren o.a. gal, welke door de minuscule canaliculi biliferi (11) tussen de hepatocyten
door wordt afgevoerd, via de canalis bilifer (16) (kanaal van Hering) richting de grotere ductus
bilifer (7) (galgang).
Langs de sinusoïde zijn ook cellen van Kupffer aanwezig (macrofagen en hebben dus een
functie bij de afweer). Deze Kupffer cellen liggen rond de triaden, omdat daar het bloed als
eerste de lever binnenkomt. Elke leverplaat is begrensd door de ruimte van sinusoïden. De
peri-sinusoïdale ruimte (ruimte van Disse) wordt door endotheelcellen grotendeels van de
sinusoïden gescheiden, maar bloedserum kan wel passeren, zodat uitwisseling tussen bloede
en hepatocyten kan plaatsvinden. Door de vulling van de sinusoïden met erytrocyten zijn de
peri-sinusoïdale ruimten als dunne witte spleten langs de leverplaten te zien. In de ruimte van
Disse bevinden zich ook Ito cellen die vet opslaan.
Week 4 – geelzucht Page 4 of 37
WEEK 4 – GEELZUCHT
ALGEMENE LEERDOELEN 2
TAAK 4.1 – ICTERUS OP BASIS VAN HEPATITIS DOOR GENEESMIDDELEN 3
TAAK 4.2 – GALSTEEN ICTERUS 8
TAAK 4.3 – ICTERUS BIJ HEPATITIS B INFECTIE 13
TAAK 4.4 – ICTERUS NEONATORUM 21
TAAK 4.5 – ICTERUS BIJ PANCREASKOPCARCINOOM 27
EXTRA INFORMATIE 36
,ALGEMENE LEERDOELEN
1) Algemene aspecten metabolisme van koolhydraten, eiwitten en vetten (niet de
opname).
Zie taak week 3
2) Fysiologie en biochemie van lever met accent op metabole functies
Dit is de weg dat een geneesmiddel af moet leggen in het lichaam:
3) Anatomie/histologie lever, milt en galblaas
Anatomie/histologie van lever en galblaas: zie taak 4.2
Anatomie/histologie van milt: zie taak 4.4
4) Enterohepatische kringloop
Zie taak 4.2
Week 4 – geelzucht Page 2 of 37
,TAAK 4.1 – ICTERUS OP BASIS VAN HEPATITIS DOOR
GENEESMIDDELEN
Anamnese
Een 65-jarige vrouw heeft sinds 1 week last van jeuk en ziet sinds één dag geel. Patiënte heeft
geen pijn, geen koliekaanval gehad. Patiënte heeft suikerziekte waarvoor zij medicatie
gebruikt. Een maand geleden ontwikkelde patiënte wondroos (erysipelas) van haar
rechteronderbeen na een val waardoor haar huid beschadigd raakte. Patiënte werd met
flucloxacilline per os behandeld tot 3 dagen geleden.
Medische voorgeschiedenis = cholecystectomie op 55-jarige leeftijd
Medicatie = metformine 2dd 850mg, avandia 8mg
Intoxicatie = rookt niet, gebruik zelden alcohol
Lichamelijk onderzoek
− Vitale parameters: bloeddruk RR 145/85, pols 88 regelmatig equaal Temperatuur 37.2
°C, gewicht 84 kg, lengte 173 cm
− Sclerae geel
− Hart en longen geen afwijkingen
− Abdomen:
o Inspectie: lichte abdominale obesitas, litteken rechter bovenbuik
o Auscultatie: levendige peristaltiek
o Percussie: wisselende tympanie.
o Palpatie: scherpe leverrand, niet vergroot
Bloedonderzoek = ALAT 500 U/L, ASAT 450 U/L, Gamma GT 100 U/L, Alkalische fosfatase
140 U/L en bilirubine 110 μmol/l, geconjugeerd 50 μmol/l
Echo bovenbuik = tekenen van een leververvetting, status na cholecystectomie, iets verbrede
hoofdgalweg van 9mm zonder concrementen
1) Macroscopie: anatomie van de lever (herhaling week 1)
Alle bloed uit de GI-tract, pancreas en milt gaat door de lever. Dit zodat bv. als je iets eet niet
meteen alle glucose in de algemene circulatie komt.
Week 4 – geelzucht Page 3 of 37
, 2) Histologie van de lever
De lever wordt omgeven door een bindweefselkapsel, het kapsel van Glisson. Het hilum van
de lever wordt gevormd door grote bloedvaten, afvoerende galgangen, lymfevaten en een tak
van de n. vagus.
De lever is opgebouwd uit lobuli hepatici (leverlobjes). In het midden van elke lobuli loopt een
v. centralis (3) (welke uitmondt in de vena hepatica vena cava inferior) en op de hoekpunten
een aantal triades hepaticae (4) (driehoekje van Kiernan) welke bestaat uit
− a. interlobularis (tak van a. hepatica) (5), heeft sterke wand, plat epitheel en een wijd
lumen
− v. interlobularis (tak van vena portae) (6), heeft dunne wand, plat epitheel en een nauw
lumen
− Ductus bilifer interlobularis (7) (galgang), prismatisch (kubus) epitheel en heel nauw
lumen
In een leverlobje stroomt het bloed vanuit de a. en v. interlobularis door de sinusoïden tussen
de levercelplaten (aantal hepatocyten bij elkaar) naar de v. centralis, waarbij ondertussen
uitwisseling tussen bloed en hepatocyten van de levercelplaten plaatsvindt. Hepatocyten (8)
produceren o.a. gal, welke door de minuscule canaliculi biliferi (11) tussen de hepatocyten
door wordt afgevoerd, via de canalis bilifer (16) (kanaal van Hering) richting de grotere ductus
bilifer (7) (galgang).
Langs de sinusoïde zijn ook cellen van Kupffer aanwezig (macrofagen en hebben dus een
functie bij de afweer). Deze Kupffer cellen liggen rond de triaden, omdat daar het bloed als
eerste de lever binnenkomt. Elke leverplaat is begrensd door de ruimte van sinusoïden. De
peri-sinusoïdale ruimte (ruimte van Disse) wordt door endotheelcellen grotendeels van de
sinusoïden gescheiden, maar bloedserum kan wel passeren, zodat uitwisseling tussen bloede
en hepatocyten kan plaatsvinden. Door de vulling van de sinusoïden met erytrocyten zijn de
peri-sinusoïdale ruimten als dunne witte spleten langs de leverplaten te zien. In de ruimte van
Disse bevinden zich ook Ito cellen die vet opslaan.
Week 4 – geelzucht Page 4 of 37