Hoofdstuk 1
Filosofie dealt met 2 soorten vragen:
- Wetenschap niet kan beantwoorden
- Waarom de wetenschap deze niet kan beantwoorden
De filosofische vragen over wat de sociale wetenschap kan en niet kan vertellen over het
menselijk leven zijn meer noodzakelijk dan de vragen die naar voren komen over de limiteten
van de natuurlijke wetenschap.
De leidende vraag die filosofen van de sociale wetenschap heeft: of we zullen zoeken naar een
soort van begrip van menselijke zaken dat de natuurlijke wetenschap ons geeft over niet
menselijke processen in de natuur, kennis dat het mogelijk maakt om te voorspelen en
beheersen van fenomenen.
Vragen over hoe de zaak moet zijn, wat we moeten doen, wat goed en fout is zijn normatief.
De vragen die centraal staan is dat mensen, in groepen of individueel, wiens zijn gedrag,
acties, en hun consequenties proberen te begrijpen dat het verschil maakt tussen sociale en
natuurlijke wetenschap.
, Hoofdstuk 2: Naturalisme vs interpretatie
Elke vergelijking van progressie in stellen van kennis door sociale en natuurlijke wetenschap
heeft een epistemologische startpunt nodig: een thesis over wat kennis vormt en hoe je het
verkrijgt.
Progres and prediction
Natuurwetenschappen heeft veel betrouwbare kennis opgedaan over de fysieke wereld.
NW (natuurwetenschappen) vindt dat de sociale wetenschap wetten moet hebben, modellen
en empirische generalisaties (want dat is mis met hun methoden), zodat je een betere
onderbouwing hebt en beter kan voorspellen.
Waarom wetten?
- De soorten van uitleg zoekt naar iets causaals. Causale kennis heeft regulariteit nodig.
(Herhaling).
- De certificatie van kennis claimt dat kennis komt van observatie, experimenten en data
verzameling.
Waarom heeft causaliteit wetten nodig (Hume)?
- We kunnen vaak niet iets direct observeren in 1 keer, maar herhaalde observeerbare
volgorde van gebeurtenissen zorgt er voor dat we kunnen zien dat de eerste
gebeurtenis het tweede veroorzaakt. Causaliteit Als het herhaaldelijk optreed.
Emperical and logical positivism in the philosophy of social science
LP: Onze kennis van de wereld kan worden gerechtvaardigd alleen bij de verklaring van de
zintuigen ervaringen, observatie, experiment.
Deductieve-nomologisch model
Dit model legt uit: om een specifieke gebeurtenis uit te leggen, moet de gebeurtenis worden
afgeleid van een set van 1 of meerdere wetten van de natuur samen met een beschrijving van
de aanvankelijke condities dat de wetten nodig zijn om de plaats vindende gebeurtenis uit te
leggen.
Theorieën en wetten maken universele claims. Het bewijs van deze claims over alles en altijd
is gelimiteerd aan het nu en het verleden. Wetenschappelijke kennis is feilbaar, altijd het
onderwerp van correctie, verbetering, enz.
Er is een algemene regel (Einstein) en daarvan ontstaan kleinere/specifiekere regels (Newton).
Maar deze regels ontstaan alleen door onderscheidende verdenkingen op/van de algemene
regel.
Principe van verificatie:
Woorden hebben een empirische betekenis door de gegeven rollen van de contributies dat ze
maken (rood = stoppen/gevaar). Dit kunnen we observeren/toetsen.
Maar er zijn ook betekenissen (elektron, zuur) waar geen observeerbare toetsen kunnen. Maar
het gebruik van zulke concepten kan indirect worden getest, door afgeleide statements te
testen die over observaties gaan. Dus experimentele observaties ontstaan uit een grote set van
theoretische statements die samen werken. Onderdeterminatie van theorie bij bewijs.
Consequenties onderdeterminatie: