> Algemeen;
- Parkinson is een progressieve, neurodegenerateve aandoening
- Naast Alzheimer de meest voorkomende neurodegenerateve aandoening
- Mannen > vrouwen (1,5x vaker)
- Diagnose meestal na het 60ste levensjaar gesteld
> Diagnostek
Diagnose wordt gesteld door een specialist (meestal een neuroloog), voornamelijk op grond van
klinische criteria;
Klinische symptomen
- Aanwezigheid van bradykinesie (het maken van tragere en kleinere bewegingen)
- Progressieve afname van de snelheid van bewegen
- Afname van de bewegingsuitslag bij herhaalde bewegingen
Bijkomende symptomen;
- Aanwezigheid van rigiditeit (stjjeid van spieren)
- Rustremor
- Houdingsinstabiliteit
Symptomen welke juist niet wijzen op Parkinson, maar juist op atypische parkinsonisme;
- Bij aanvang symmetrie van de symptomen
- Valincidenten in het jaar waarin de eerste klachten zijn ontstaan
- Ontbreken van respons op de medicate evodopa
> Pathofysiologie
- Dopamineproducerende cellen in de substanta nigra sterven af (oorzaak hiervan is idiopathisch)
> Stoornissen in motorische functes
In een vroeg stadium;
- Bradykinesie
- Rigiditeit
- Afname van dynamische balans
In een gevorderd stadium;
- Flexiehouding t.g.v. de rigiditeit, met uiteindelijk uitval van de houdingsrefexen en
achteruitgang evenwichtsreactes
- Axiale rigiditeit (antecollis en scoliose)
- Rustremor
> Stoornissen in niet-motorische functes
In een vroeg stadium;
- Reukstoornissen
- Remslaap-gedragsstoornissen
- Constpate
- Depressie
- Mentale stoornissen (met name geheugen, reactetjd en executeve functess)
In een gevorderd stadium;
- Demente
- Urine-incontnente
- Seksuele stoornissen
, s Executeve functes
Zijn cruciaal voor het uitoefenen van doelgericht gedrag en dus voor het dagelijks functoneren.
Bijvoorbeeld; concentreren, plannen, organiseren, confictoplossing, sociale interactes, details en tjd
onthouden, aandacht verplaatsen, besluiten nemen
Motorische uitngen Niet motorische uitngen
- oopproblemen - Apathie
- Vallen (met name tjdens dubbeltaken) - Visuele hallucinates
- Pijn
- Angst
- Depressie
- Persoonlijkheidsveranderingen (minder spontaan, etc.)
De stoornissen in niet-motorische functes kunnen ruim 10 jaar eerder optreden dan de stoornissen
in motorische functes. De aanwezigheid van deze factoren kan een negatef eeect hebben op de
therapietrouw.
> Beperkingen in actviteiten en partcipateprorlemen
- Motorische stoornissen die beperkingen in actviteiten en partcipateproblemen opleveren, zijn;
- Traag bewegen en praten
- Tremor
- Rigiditeit
- Pijn
- Psychische instabiliteit
- Slikproblemen
- Kwijlen
- Spraakproblemen
- Wisselende respons op medicate
- Problemen in actviteiten;
- Transfers arm- en handvaardigheid
- Communicate
- Eten
- open
- Aan lopen gerelateerde actviteiten
- Inactviteit is een bijkomend probleem, de fysieke capaciteit verslechtert, waardoor dit uiteindelijk
resulteert in een verdere beperking van de actviteiten en een verhoogd risico op comorbiditeiten.
- Veel patiënten ontwikkelen problemen op het gebied van schrijven ( inschakelen ergotherapeut)
> Ziektestadium
Veel neurologen gebruiken classifcate van Hoehn en Yahr (H&Y) om vast te stellen in welk
ziektestadium patiënten zich bevinden;