100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting: Mededingingsrecht in de EU en NL

Rating
4.5
(2)
Sold
8
Pages
52
Uploaded on
08-01-2019
Written in
2018/2019

Samenvatting: Mededingingsrecht in de EU en Nederland Complete samenvatting van de hoofdstukken 1 t/m 7 - Studiestof Radboud Universiteit voor het vak Europees Economisch Recht - 2018/2019 Alle relevante begrippen gearceerd en lijstjes met kenmerken/voorwaarden dmv bulletpoints Samenvatting is volledig en met zorg gemaakt

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hf. 1 t/m 7 (enkel hf. 8 ontbreekt, geen verplichte studiestof radboud)
Uploaded on
January 8, 2019
Number of pages
52
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Mededingingsrecht in de EU en NL




Hf. 1 – Inleiding
Context

Decentralisatie
Decentralisatie als belangrijke tendens in het EU mededingingsrecht
- Einde aan het onthefngsmonopolie/machtigingssssteem van de EC (art. 101 lid 3 VWEU)
- Nu ook toets door nationale kartelautoriteiten en rechters
Artikel 101 VWEU heet rechtstreekse werking en kan daardoor decentraal en door nationale autoriteiten worden
toegepast

Decentralisatie in arresten:
- HvJ Wouters:
o Uitzondering op kartelverbod in verband met algemeen belang: nationale rechter mag toetsen
- HvJ CIF:
o ACM mag privaatpublieke arrangementen in strijd met het EU-recht oordelen (art. 4 lid 3 EU jo. art. 101 VWEU)
- HvJ Milk Marque:
o Nationale kartelautoriteiten mogen nationaal mededingingsrecht toepasseng om zo bij te dragen aan het goed
functioneren van een Gemeenschappelijke landbouwverordening
- HvJ Altmark
o ‘Altmark-doctrine’ – fnanciile compensatie voor uitvoering openbare dienstverplichting
o Sinds 2014 Groepsvrijstellingsverordening – nationale beoordeling staatsteun

Doelstelling gedecentraliseerde EU-mededingingsrecht
- Verordening 1/2003 – spil in decentralisatie
o Beoogt een coherente en eenvormige gelding van het EU-mededingingsrecht te waarborgeng samenwerking
nationale autoriteiten/rechter en EC
- Invoering lid 3g art. 101 VWEU: ontlasten ECg meer capaciteit voor handhaving

Uitgangspunten boek
Nederlandse Mededingingswet
- Niet strenger of soepeler dan EU mededingingsregels
- Maar bewust geen kopie

Decentralisatie: overhevelen van bevoegdheden (op het terrein van het mededingingsrecht) van EU naar nationaal niveau

ACM
- Zelfstandig bestuursorgaang onafankelijk van Minster van Economische Zaken
- Geen instructies op niveau individuele zaakg wel beleidsregels (art. 9 Instellingswet ACM + 21 Kzbo)
Rechterlijk toezicht NL
- Rechtbank Roterdam in eerste aanleg
- College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) in hoger beroep
Daarnaast kan de civiele rechter aan het EU kartelverbod toetsen in geschillen
Gecentraliseerde toepassing: wanneer ACM of rechter de EU regels toepast



HF. 2 – Verhouding tussen EU en nationale mededingingsregels
Uitgangspunten en basisconcepten in het mededingingsrecht
Twee soorten kartelwetgeving:
1. Verbodsstelsel
- Concurrentiebeperkende gedragingen zijn verboden (behoudens uitzonderingen)

, 2. Misbruikstelsel
- Concurrentiebeperkende gedragingen niet verbodeng alleen optreden bij misbruik
NL & EU: verbodstelsel

Doelstellingen mededingingsrecht
Doelstellingen
1. Instelling één interne markt
 Onvervalste mededinging in relatie tot de interne markt
2. Werkbare concurrentie
 HvJ Metro
 Consumentenwelvaart benadrukt: lagere prijzeng grotere keuzevrijheid en meer innovatie
 Doelmatige allocatie van middelen – vergroot welvaart
 Effect-based-benadering: actuele of potentiile efecten van het handelen van ondernemingen onderzoeken
3. Structuur markt & mededinging als zodanig
 Naast bescherming concurrenten en consumenten (HvJ T-Mobileg r.o. 38)

Doelstelling Nederlandse mededingingswet
- Consumentenwelvaartg concurrentie is goed voor het functioneren van de nationale economie
- Niet: EU marktintegratie

Drie pilaren mededingingsrecht
Pilaren:
1. Kartelverbod: geen concurrentiebeperkende afspraken
a. 101 VWEU en 6 Mw
b. Ex post
2. Machtspositie: geen misbruik
a. 102 VWEU en 24 Mw
b. Ex post
3. Fuseren: concentratietoezicht
a. Concentratieverordening en 26-49 Mw
b. Ex ante

Afbakening naar relevante markt
Welke bedrijven concurreren met elkaar?
Marktafbakening
1. Relevante product markt
 Zijn de producten substituten?
 HvJ United Brands
2. Relevante geografsche markt
 Gebied waarin de concurrentievoorwaarden voor de ondernemingen in kwestie homogeen zijn
o Wetgeving (HvJ United Brands)

Indien de markt naar product en plaats afgebakend isg kunnen door middel van percentages de verschillende posities van
de ondernemingen op de markt bepaald worden
- 50% of meer  machtspositie (HvJ Akzo)

Marktafbakening EU en Mw gelijk.

Onderneming
Onderneming: entiteiten die economische activiteiten verrichten (HvJ Hofner)
Economische activiteit: aanbieden van goederen en diensten op de markt (HvJ Commissie/Italii)
Voor NL – aangesloten bij art. 101 VWEU (art. 1 onder f Mw)

Twee grenzen:
1. Tspische overheidsprerogatieven: geen economische activiteit (HvJ Eurocontrol)
 HvJ Diego Cali: private organisatie die bepaalde kerntaken van de overheid uitvoert (zoals toezicht op
naleving milieuregelgeving)  geen mededingingsrecht van toepassing

, 2. Sociale verzekeringen
 Hoe groot is de rol van solidariteit (marktwerking of niet?)
 Intensiteit toezicht overheid
3. Derde dimensie (mogelijk): activiteiten met een maatschappelijke dimensie (natuurbeheer en onderwijs)
 Publieke doelstelling die erkend is door de overheid
 Hangen de activiteiten nauw samen met de doelstelling
 Activiteiten volledig of grotendeels gefnancierd door de overheid
i. Geen economische tegenprestatie van afnemers


Verhouding EU en nationale mededingingsrecht voor V. 1/2003
Basis = HvJ Walt Wilhelm
- Nationale en EU mededingingsrecht kunnen tegelijkertijd van toepassing zijn
 Zowel EC als nationale autoriteiten bevoegd
 Cumulatie van sancties mogelijk – wel ‘algemene billijkheidsgronden’
 Zie ook Lssine-kartels:
 EC boete voor EU
 Japan/VS boete voor niet-EU
- Twee verschillende doelstellingen:
 Wegnemen belemmeringen tussenstaatse handel / binnenlandse mogelijkheden

Bevestiging Walt Wilhelm in HvJ Toshiba
- Ne bis in idem ook na V. 1/2003 niet altijd van toepassing
- Cumulatie boetes mogelijkg maar;
 Sinds 1 mei 2004 geen keuze meer voor toepassen enkel nationale recht bij grensoverschrijdend aspect

Verhouding EU en nationaal mededingingsrecht na Ver. 1/2003
Art. 3 Ver. 01/2003
- Efect op de tussenstaatse handel = EU recht toepassen
 Daarnaast toepassen nationale recht mogelijk
 Walt Wilhelm geldt nog steeds (cumulatie) – maar altijd EU recht (!)
- Lid 2
 Grens: niet strenger dan EU recht
 Tenzij eenzijdige gedragingen
 Tenzij lid 3
 Controle op fusies
 Andere doelstelling dan art. 101/2 VWEU
o Regelgeving inzake oneerlijke handel
o In overeenstemming met algemene beginselen EU
o HvJ Tedeschi: afwijken harmonisatie niet mogelijkg maar:
o HvJ Campus Oil & Compassion: regelgeving andere doelstelling valt niet onder reikwijdte
Unieregeling – dergelijke regelgeving wordt geacht betrekking te hebben op materie die nog niet
geharmoniseerd is

Kern: nog steeds veel ruimte voor nationale mededingingsrecht naast EU recht

Criterium van de tussenstaatse handel
Tussenstaatse handel:
- Bepalend voor bevoegdheid EC
- Bepalend voor verhouding EU en nationaal recht (sinds Ver. 01/2003)

Jurisprudentie over tussenstaatse handel
Ook een potentieel efect kan de handel tussen lidstaten beïnvloeden (HvJ Grundig/Consten)
- Voor vrij verkeer zie HvJ Dassonville (zelfde doel: instellen interne markt)

, EU-mededingingsrecht van toepassing indien de gedraging een wijziging van de handelsstromen tot gevolg kan hebben
Ook afspraken in één lidstaat (HvJ Vereniging van Cementhandelaren)
- Horizontale overeenkomstg gehele grondgebied lidstaat  drempelvorming (toetreding buitenlandse ondernemingen
bemoeilijkt)
- Verticale overeenkomst tussen leverancier en afnemers (Brasserie De Haecht en Delimitis); beïnvloeding tussenstaatse
handel bij cumulatie-efectt groot aantal gelijksoortige overeenkomsten door leverancier afgesloten
Ook afspraken buiten de EU  efectleer
- HvJ Houtslijp
- Efect op de interne markt EU is bepalend

Richtsnoeren ‘beïnvloeding handel’
Tussenstaatse handel: autonoom EU-rechterlijk criterium
- Bevoegdheidscriterium
- Elke zaak onderzoeken
Kern
- Wanneer een gedraging in zijn geheel de tussenstaatse handel kan beïnvloedeng vallen alle onderdelen van die
gedraging onder het verbod van art. 101/2 VWEU
- Onderscheid efect tussenstaatse handel & merkbare efect mededinging (!)
- Drie elementen
1. Handel tussen lidstaten
2. Kunnen beïnvloeden
3. Merkbare beïnvloeding

Handel tussen lidstaten
Alle grensoverschrijdende economische activiteiten
- Niet noodzakelijk dat de betrokken ondernemingen in minstens twee lidstaten actief zijn
- Efect in twee of meer lidstaten vereist

Kunnen beïnvloeden
Op basis van juridische en feitelijke elementen: rechtstreekse, daadwerkelijke of potentile efecten
a. Voldoende mate van waarschijnlijkheid
o Ook potentieel efect
o Objectieve factoren:
i. Aard van de overeenkomst
ii. Aard van de producten
iii. Marktpositie betrokken ondernemingen
iv. Juridische en feitelijke context
 Zie ook nationale wetgeving in strijd met 101 VWEU/4 lid 3 EU
 HvJ CIF – buiten toepassing laten door ACM
b. Beïnvloeding van de handelsstromen tussen lidstaten
o Niet per se negatief
o ‘Anders verloopt dan normaal het geval was geweest / zonder gedraging of afspraak’
o Waardevrij – bevoegdheidscriterium toepassing mededingingsrecht
c. Al dan niet rechtstreekseg daadwerkelijke of potentiile beïnvloeding
o Rechtstreeks: producten waarop de afspraak in kwestie betrekking heet
o Indirect: verwante producten (bijv. grondstofen)
o Daadwerkelijk: tenuitvoerlegging afspraak
o Potentieel: voldoende mate van waarschijnlijkheid op basis van voorzienbare marktontwikkelingen

Merkbare beïnvloeding
‘De-minimis’ regeling voor tussenstaatse handel
- Los van ‘de-minimis’ voor meten beperking mededinging
 Maar daarin wel genoegd (alinea 4)
Beïnvloeding van de handel wordt aangenomen bij:
1. Totaal marktaandeel partijen op relevante markt groter dan 5%
$8.55
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Document also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
6 year ago

6 year ago

7 year ago

Reply deleted by the user

7 year ago

Reply deleted by the user

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mhr Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
224
Member since
9 year
Number of followers
172
Documents
37
Last sold
2 year ago

3.7

48 reviews

5
8
4
25
3
10
2
2
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions