Week 1
Nederlands strafrecht kan onderverdeeld worden in:
Materieel recht: Regelt welk gedrag strafbaar is.
Formeel recht: regelt hoe de strafprocedure in Nederland wordt gevoerd (ook wel
strafprocesrecht genoemd)
Materiele bepalingen zijn voornamelijk in het wetboek van strafrecht te vinden. (Wat is strafbaar en
welke sancties kunnen worden opgelegd.
In het wetboek van strafvordering zijn voornamelijk formele bepalingen (het strafprocesrecht).
Doelen van straffen
Generale preventie: Voorkomen van strafbare feiten, door toekomstige daders afteschrikken.
Speciale preventie: Zorgen dat een dader niet weer een strafbaar feit pleegt.
Vergelding: Kwaad wordt gestraft door de overheid
Resocialisatie: Proberen de dader terug in de maatschappij te brengen, door middel van
werk, opleiding of een woning.
Het doel van strafrecht is in het kortgezegd het door middel van sancties handhaven van normen die
uit strafrechtelijke bepalingen voortvloeien.
Ultimum remedium
Laatste oplossing. Strafrecht wordt pas ingezet als er geen andere alternatieven meer zijn.
Geweldsmonopolie bij de overheid
Mensen mogen niet voor eigen rechter spelen. Bestraffing is exclusief aan de overheid
overgelaten. Geweldsmonopolie ligt dus bij de overheid-> alleen zij mogen geweld
uitoefenen op burgers.
Schending rechtsnorm + geschreven reactie in het wetboek van strafrecht of andere
strafbepaling = strafbaar feit.
4 voorwaarden voor strafbaarheid
1. Menselijke gedragingen -> fysieke handeling door natuurlijke of rechtspersoon
2. Delictsomschrijving -> wijst gedrag aan dat strafbaar is gesteld in de wet
3. Wederrechtelijkheid -> Gedrag moet in strijd zijn met het objectieve recht, er is geen
recht vaarding voor het gedrag.
4. Aan schuld te wijten -> Er moet een verwijt aan het gedrag kunnen worden gemaakt.
1
,Bestanddelen
Bestanddelen zijn voorwaarden voor de strafbaarheid die in de wettelijke delictsomschrijving
zijn terug te vinden. Begint altijd na ‘’hij die …’’
Alleen als alle bestandsdelen zijn vervuld, kunnen we spreken van een strafbaar feit.
Elementen
Voorwaarden voor de strafbaarheid die niet zijn opgenomen in een wettelijke
delictsomschrijving.
Elementen in het Nederlands strafrecht
1. Wederrechtelijkheid
2. Schuld
Aan alle elementen moet zijn voldoen. Zijn niet in de delictsomschrijving opgenomen en hoeven niet
worden te bewezen.
Delictsvormen
Formele delicten
Bij formele delicten wordt in de delictsomschrijving de actieve handeling ten aanzien van een
bepaalde gedraging strafbaar gesteld. Er wordt niet gekeken naar de gevolgen van de
gedraging.
Bijvoorbeeld: Art 310 Sr, het wegnemen is verboden. Zodra mijn tas door de dader wordt
weggenomen is er een strafbaar feit. Dat ik mijn tas terugkrijg doet er niet toe.
Materiele delicten
Bij materiele delicten wordt in de delictsomschrijving het laten intreden van een bepaald
gevolg strafbaar gesteld
Bijvoorbeeld: Art 287 Sr, het opzettelijk van het leven beroven (iemand opzettelijk doden). Het
strafbaar feit is gepleegd op het moment dat het gevolg intreedt; de dood.
Commissiedelicten
Bij commissiedelicten wordt in de delictsomschrijving een ‘’handelen’’ strafbaar gesteld.
Zodra je iets doet wat je niet hoort te doen.
Bijvoorbeeld: discriminatie, verkrachting, mishandeling, diefstal, vernieling, etc.
Omissiedelicten
Bij commissiedelicten wordt in de delictsomschrijving een ‘’nalaten’’ strafbaar gesteld.
Het niet voldoen aan een ambtelijk bevel en het niet verlenen van hulp.
Gekwalificeerd delict
Hier gaat het om een ernstigere vorm van een gronddelict
Bijvoorbeeld: diefstal met geweldpleging (Art 312 sr)
2
, Gevolg is zwaardere sanctienorm.
Geprivilegieerd delict
Afgezwakt vorm van een bepaald delict. Hier geldt juist een lichtere sanctienorm.
Bijvoorbeeld: Kinderdoodslag (290 Sr)
Misdrijf of overtreding
Overtreding staat in boek 3 wb van strafrecht.
Misdrijven staat in boek 2 wb van strafrecht.
Week 2
Het strafrecht kent twee schuld vormen:
Dolus → (opzet)
Culpa → (schuld in de zin van onvoorzichtigheid).
Opzet (dolus)
Met opzet wordt bedoeld dat de dader bewust is van zijn handeling en dit ook heeft gewild.
3 gradaties van opzet
1. Oogmerk
Dit is het zwaarste schuldvorm. Met volle besef en eigen wil handelen. (Opzettelijk)
2. Opzet bij zekerheidsbewustzijn
Wanneer men een handeling uitvoert en weet dat naast zijn oorspronkelijke
bedoeling ook andere gevolgen zijn.
3. Voorwaardelijke opzet (Aanmerkelijke kans & Porsche arrest)
Wanneer iemand kon inzien dat het gevolg dat hij niet beoogde wel zou kunnen
intreden, en desondanks toch zijn handeling voortzette.
Aanmerkelijke kans Arrest -> Voorwaardelijke opzet.
Een man vliegt vanuit het buitenland naar Schiphol. In zijn koffer zit 4,8 kilo heroïne. De man
verklaart tegen de politie dat hij de koffers te leen heeft gekregen van een man in het
buitenland. In de koffers had de man uit het buitenland al enkele kledingstukken gestopt en
de man die naar Schiphol vloog had hier zijn eigen spullen aan toegevoegd. De man wordt
vervolgd voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
Rechtsregel: Willens en wetens (bewust) de aanmerkelijke kans aanvaarden dat een bepaald
rechtsgevolg intreedt
3