Wetenschapsfilosofie
Hc 1
De opkomst van ‘slodderwetenschap’ (slobby science)
❑ Publicatiebias (bv. mislukte experimenten niet gepubliceerd).
❑ Gebrek aan herhaling van onderzoek (en dus geen controle).
❑ Statistische incompetentie en desinteresse.
❑ Geen of nauwelijks besef van wetenschapsethiek.
Het common sense-beeld van wetenschap…
❑ Wetenschappelijke kennis is objectief.
❑ De (unieke) wetenschappelijke methode is de manier om kennis over de wereld te
verkrijgen.
❑ Wetenschap is waardevrij.
❑ In wetenschap spelen externe invloeden (politiek, financiële belangen of bv. reputatie)
geen rol: alles draait om (empirisch) bewijs.
❑ Wetenschappers zijn op zoek naar de waarheid.
Is wetenschap ‘objectief’?
- Voorwaarde: heldere begripsvorming.
- Afwezigheid van vaagheid en meerduidigheid.
→ Van alledaagse naar wetenschappelijke taal.
→ Ideaal: helderheid en eenduidigheid.
- Begrippen moeten ‘operationeel’ zijn: gespecificeerd en meetbaar.
→ Ideaal: vrij van persoonlijke opvattingen / cultureel bepaalde waarden.
Blijkbaar kan objectiviteit (ook zonder slobby science) problematisch zijn
,Belangrijkste opvattingen:
❑ Wetenschappelijke kennis is objectief.
❑ Naast wetenschappelijke kennis zijn er geen andere vormen van kennis.
❑ Rol van verificatie / confirmatie.
Karl Proper
Belangrijkste opvattingen:
❑ Zeer kritisch / negatief over de mogelijkheid van objectieve kennis.
❑ Zeer kritisch / negatief over de waarde van verificatie / confirmatie.
❑ In plaats van verificatie komt falsificatie (‘van bevestiging naar weerlegging’).
Thomas Kuhn
Een wetenschappelijke theorie is het resultaat van:
• Empirische gegevens.
• Theorievorming.
• Subjectieve en objectieve criteria.
• ‘Psychologische’ factoren.
• ‘Sociale’ factoren.
Sociologie van de Wetenschappelijke Kennis (SWK) Belangrijkste opvattingen:
❑ ‘Feiten’ als het resultaat van een onderhandelingsproces.
❑ ‘Sociale factoren’ (machtsverhoudingen binnen de wetenschap) zijn doorslaggevend bij de
acceptatie van wetenschappelijke kennis.
Voorbeeld kloonaffaire
Actor-netwerk theorie van Latour Belangrijkste opvattingen:
, ❑ De verwevenheid van wetenschap, technologie, economie, politiek en maatschappij.
❑ De acceptatie van wetenschappelijke kennis is een kwestie van een ‘heterogeen netwerk’
van theorieën, apparaten, statistiek, wetenschappers, ondersteunend personeel, politieke
richtlijnen, economische omstandigheden en vooral veel geld.
Knowledge Filter Belangrijkste opvattingen:
❑ In de loop van de tijd worden onjuiste hypothesen en theorieën geëlimineerd.
❑ Hoe? Door onderlinge controle en consensus over resultaten van onderzoek.
De normen van Merton
❑ ‘Communism’: de resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten openbaar
toegankelijk zijn.
❑ ‘Universalism’: wetenschap moet open staan voor iedereen en de beoordeling van
wetenschappelijke kennis is onafhankelijk van ras, geslacht, sociale positie, nationaliteit,
religieuze identiteit, …
❑ ‘Disinterestedness’: de persoonlijke opvattingen en gevoelens van de onderzoeker mogen
geen invloed uitoefenen op de resultaten.
❑ ‘Organized Scepticism’: in de wetenschap is systematisch wantrouwen ten opzichte van elk
resultaat geboden.
❑ Opvattingen over de zin van bepaalde experimenten of onderzoeksvoorstellen zijn niet
verboden – zolang ze berusten op resultaten waar onder wetenschappers interesse/nut over
bestaat en zolang ze maar niet berusten op bijvoorbeeld financiële belangen.
❑ Dus: ‘het is niet toegestaan dat de resultaten worden beïnvloed door reeds geaccepteerde
kennis’ is een vreemde uitspraak!
Hc 2
Welk doel hebben de normen van Merton:
❑ Het vergroten van de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis.
❑ Het voorkomen van misstanden in de wetenschap.
2.1 Wat betekent het dat wetenschap ‘waardevrij’ is?
❑ Wetenschap is autonoom: alleen wetenschappers (en niet de politiek of het bedrijfsleven)
bepalen welke onderzoeksvragen de moeite waard zijn.
❑ Wetenschap is neutraal: de keuze van de onderzoeksvragen wordt niet beïnvloed door
bijvoorbeeld religieuze of politieke overtuigingen.
❑ Wetenschap is onafhankelijk: bij de acceptatie van wetenschappelijke kennis spelen
morele oordelen of bijvoorbeeld ideologische opvattingen geen rol.
❑ Wetenschap is niet normatief: onderzoekers zijn niet verantwoordelijk voor
maatschappelijke toepassing van hun onderzoek, ze beschrijven uitsluitend de feiten.
Drie fasen in de praktijk van wetenschappelijk onderzoek:
❑ de fase voordat het wetenschappelijk onderzoek start. (1)
❑ de fase waarin het wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. (2)
Hc 1
De opkomst van ‘slodderwetenschap’ (slobby science)
❑ Publicatiebias (bv. mislukte experimenten niet gepubliceerd).
❑ Gebrek aan herhaling van onderzoek (en dus geen controle).
❑ Statistische incompetentie en desinteresse.
❑ Geen of nauwelijks besef van wetenschapsethiek.
Het common sense-beeld van wetenschap…
❑ Wetenschappelijke kennis is objectief.
❑ De (unieke) wetenschappelijke methode is de manier om kennis over de wereld te
verkrijgen.
❑ Wetenschap is waardevrij.
❑ In wetenschap spelen externe invloeden (politiek, financiële belangen of bv. reputatie)
geen rol: alles draait om (empirisch) bewijs.
❑ Wetenschappers zijn op zoek naar de waarheid.
Is wetenschap ‘objectief’?
- Voorwaarde: heldere begripsvorming.
- Afwezigheid van vaagheid en meerduidigheid.
→ Van alledaagse naar wetenschappelijke taal.
→ Ideaal: helderheid en eenduidigheid.
- Begrippen moeten ‘operationeel’ zijn: gespecificeerd en meetbaar.
→ Ideaal: vrij van persoonlijke opvattingen / cultureel bepaalde waarden.
Blijkbaar kan objectiviteit (ook zonder slobby science) problematisch zijn
,Belangrijkste opvattingen:
❑ Wetenschappelijke kennis is objectief.
❑ Naast wetenschappelijke kennis zijn er geen andere vormen van kennis.
❑ Rol van verificatie / confirmatie.
Karl Proper
Belangrijkste opvattingen:
❑ Zeer kritisch / negatief over de mogelijkheid van objectieve kennis.
❑ Zeer kritisch / negatief over de waarde van verificatie / confirmatie.
❑ In plaats van verificatie komt falsificatie (‘van bevestiging naar weerlegging’).
Thomas Kuhn
Een wetenschappelijke theorie is het resultaat van:
• Empirische gegevens.
• Theorievorming.
• Subjectieve en objectieve criteria.
• ‘Psychologische’ factoren.
• ‘Sociale’ factoren.
Sociologie van de Wetenschappelijke Kennis (SWK) Belangrijkste opvattingen:
❑ ‘Feiten’ als het resultaat van een onderhandelingsproces.
❑ ‘Sociale factoren’ (machtsverhoudingen binnen de wetenschap) zijn doorslaggevend bij de
acceptatie van wetenschappelijke kennis.
Voorbeeld kloonaffaire
Actor-netwerk theorie van Latour Belangrijkste opvattingen:
, ❑ De verwevenheid van wetenschap, technologie, economie, politiek en maatschappij.
❑ De acceptatie van wetenschappelijke kennis is een kwestie van een ‘heterogeen netwerk’
van theorieën, apparaten, statistiek, wetenschappers, ondersteunend personeel, politieke
richtlijnen, economische omstandigheden en vooral veel geld.
Knowledge Filter Belangrijkste opvattingen:
❑ In de loop van de tijd worden onjuiste hypothesen en theorieën geëlimineerd.
❑ Hoe? Door onderlinge controle en consensus over resultaten van onderzoek.
De normen van Merton
❑ ‘Communism’: de resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten openbaar
toegankelijk zijn.
❑ ‘Universalism’: wetenschap moet open staan voor iedereen en de beoordeling van
wetenschappelijke kennis is onafhankelijk van ras, geslacht, sociale positie, nationaliteit,
religieuze identiteit, …
❑ ‘Disinterestedness’: de persoonlijke opvattingen en gevoelens van de onderzoeker mogen
geen invloed uitoefenen op de resultaten.
❑ ‘Organized Scepticism’: in de wetenschap is systematisch wantrouwen ten opzichte van elk
resultaat geboden.
❑ Opvattingen over de zin van bepaalde experimenten of onderzoeksvoorstellen zijn niet
verboden – zolang ze berusten op resultaten waar onder wetenschappers interesse/nut over
bestaat en zolang ze maar niet berusten op bijvoorbeeld financiële belangen.
❑ Dus: ‘het is niet toegestaan dat de resultaten worden beïnvloed door reeds geaccepteerde
kennis’ is een vreemde uitspraak!
Hc 2
Welk doel hebben de normen van Merton:
❑ Het vergroten van de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis.
❑ Het voorkomen van misstanden in de wetenschap.
2.1 Wat betekent het dat wetenschap ‘waardevrij’ is?
❑ Wetenschap is autonoom: alleen wetenschappers (en niet de politiek of het bedrijfsleven)
bepalen welke onderzoeksvragen de moeite waard zijn.
❑ Wetenschap is neutraal: de keuze van de onderzoeksvragen wordt niet beïnvloed door
bijvoorbeeld religieuze of politieke overtuigingen.
❑ Wetenschap is onafhankelijk: bij de acceptatie van wetenschappelijke kennis spelen
morele oordelen of bijvoorbeeld ideologische opvattingen geen rol.
❑ Wetenschap is niet normatief: onderzoekers zijn niet verantwoordelijk voor
maatschappelijke toepassing van hun onderzoek, ze beschrijven uitsluitend de feiten.
Drie fasen in de praktijk van wetenschappelijk onderzoek:
❑ de fase voordat het wetenschappelijk onderzoek start. (1)
❑ de fase waarin het wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. (2)