2. Weefsel
Vorm en functe: type eiwiten
3. Orgaan
Voorbeelden eiwiten:
4. Orgaanstelsel
- Hormonen
5. Organisme
- Pigment
- Transporteiwiten
- Neurotransmiters
Eiwiten bestaan uit:
- Combinate van 20 verschillende aminozuren
- Volgorde/samenstelling bepaalde functee vorm en actviteit
DNA bestaat uit:
- Genen
- Junk-DNA
DNA eiwit = eiwitsynthese
Transcripte:
- Info DNA overgeschreven naar mRNA
- mRNA naar ribosomen
Translate:
- info van mRNA gebruikt voor volgorde aminozuren
- tRNA voert aminozuren aan naar ribosomen
Startcodon is altid: AUG
Stopcodon: UAAe UAGe UGA
Codon aminozuur
Chromosoon DNA genen mRNA ribosomen aminozuren
,C-G & A-T = DNA
C-G & A-U = RNA
Mitose:
- chromosoom kopieert zich en bestaat uit 2 (zuster)chromatden
- chromosomen in equatoriale vlak
- centriolen gaan naar de ‘polen’ van de cel
- spoelfguur tussen ‘polen’ en chromosomen
- chromatden breken bii centromeren
- spoelfguur trekt chromatden uit elkaar
o chromosoom bestaat uit 1 chromatode
- dochtercellen ziin identek
Meiose:
- DNA-replicate (kopie)
- Meiose 1 (reductedeling)
o Chromosomen paren gaan uit elkaar
Chromosoom bliif bestaan uit 2 chromatden
Chromosoom 1 (van vader) dochtercel 1
Chromosoom 2 (van moeder) dochterdel 2
o Dochtercel heef info van vader of moeder
- Meoise 2
o Vooraf geen DNA replicate
o Chromosomen gaan uit elkaar
o Chromosoom bestaat uit 1 chromatde
,002:
Defnite cel: kleinst mogeliike eenheid van leven mits in een geschikte omgeving waarbii er:
(functes)
- Uitwisseling is van bestanddelen met de omgeving
- Energieleverante uit organische voedingsstofen
- Complexe moleculen worden gevormd
- Celdeling wordt uitgevoerd
4 hoofdcategorieën die men kan onderscheiden met functe:
- Epitheelcellen: grenzen het lichaam af t.o.v. de buitenwereld
- Steuncellen: geven steune verbinden organene vullen ruimten op
- Spiercellen: contraheren
- Zenuwcellen: vervoeren prikkels
Verschil cytoplasma & cytosol:
- Cytoplasma zonder celkern
- Cytosol zonder celkern en celorganellen
8 celorganellen met functe:
- Ribosomen: eiwitsynthese
- Granulair endoplasmatsch retculum: verpakking van eiwiten
- Agranulair endoplasmatsch retculum: vetsynthese en calciumopslag
- Golgi apparaat: modifceert eiwiten tot glycoproteine en tot eenheden geschikt voor vervoer
- Mitochondria: ATP vorming m.b.v. zuurstof
- Lysosomen: afraakenzymen voor spiisvertering (zonder zuurstof)
- Peroxisomen: afraakenzymen waarbii in de afraakreacte ook gebruik wordt gemaakt van
zuurstof. Waterstofperoxide wordt afgebroken (gifig voor cellen) maar in lever en nier wordt
iuist gemaakt om moleculen onschadeliik te maken
- Filamenten: eiwiten met verschillende functe:
o Cytoskelet
o Contractele eiwiten
o Eiwiten tegen rek
o Hole eiwiten voor transport
Onderdelen waar celkern in zit en functe:
, - Kernmembraan: afscheiding van celkern
- Chromosomen met DNA: dragers van erfeliike informate
- Nucleolus bestaat uit RNA en eiwiten: vormen componenten van ribosoom
Bouwstenen van chromosomen: DNA en eiwiten
Verschil tussen chromatnee chromatde en chromosomen:
- Chromatne is erfeliik materiaal verspreid door celkern
- Chromatde is één draadie bestaande uit samengeklonterd erfeliik materiaal
- Chromosoom bestaat uit één of twee chromatden waarbii de erfeliike informate van de
twee draadies indentek is
Eiwitsynthese:
plaatsen in het lichaam waar ie eiwiten aantref:
- Overal: in celmembraan: cytoskelet (stevigheid)
- In cel: enzymen
- Buiten cel: vezels
- In cel: contractele eiwiten
- Buiten cel: (peptde)hormoon
Eiwit: koppeling van aminozuren
Bouwstenen van DNA:
Deoxyribonucleïnezuur:
- Deoxyribose (suiker)
- Fosfaatgroep
- Stkstofase
o Purine basen:
Adenine
Guanine
o Pyrimidine basen
Cytosine
Thymine
Verschil DNA & RNA: