Immunologie: Les 4: Antigeen herkenning, antigeen presentatie & MHC
Antigeen herkenning door aangeboren IS
Macrofagen
Monocyten
Neutrofielen
ILC’s
Dendritische cel
Patroonherkenning: PAMPS, endocytose receptoren, gevaar receptoren (zie samenvatting les 2)
Antigeen herkenning door T-cel
Indirect: via MHC I of MHC II -> peptide
Oppervlak APC: T-celreceptor maakt contact met peptide van MHC-I of -II op CD4+ T-
lymfocyten bindt CD4 aan α-keten MHC-II
Op CD8+ T-lymfocyt bindt CD8 aan α-keten MHC-I
Via CD1 -> lipiden
Via TcR/CD3: specificiteit en signaal overdracht (CD4/CD8)
Doel = primen/activeren van naïeve Th, iTreg en CTL voor effector en geheugen
Polyklonaal antwoord: 1 APC/doelwit kan verschillende T-cellen activeren -> er wordt meer dan 1
peptide aangeboden / APC
MHC
= membraaneiwitten aanwezig op alle gekernde cellen behalve RBC en geslachtscellen
Functies:
1. Opleiding T-cellen, immuuncompetente T-cellen selecteren: klonale deletie en klonatie
selectie TcR
2. Antigeenpresentatie: T-cel immuunantwoord initiëren + tolerantie
3 types:
MHC I: somatische cellen -> CD8 (Tcyt)
3 loci: HLA A, B, C
α-keten: α1, α2, α3 -> geassocieerd met β2-
microglobuline behoud 3D-structuur
peptide bindt tussen α1 en α2
, MHC II: B-cellen, APC’s, macrofagen -> CD4 (Th)
D regio: HLA DP, DQ, DR
α-keten: α1 en α2 en β-keten: β1 en β2 niet-covalent
gebonden
peptide bindt tussen α1 en β1
MHC III: complement C2, C4, factor B, TNF
Per cel 6 verschillende MHC I/MHC II moleculen
Genetica: genen gelegen op chromosoom 6, 2 co-dominante allelensets -> materneel en paterneel
Diversiteit door polygenie (verschillende MHCI en II) en polymorfisme (allelische variantie)
zorgt voor overleving van de soort maar heeft een nadeel bij transplantaties
Individualiteit van immuunrespons
T-celreceptor maakt zowel contact met peptide als met MHC-molecuul -> hetzelfde peptide
gepresenteerd door een ander MHCI-molecuul kan niet meer door dezelfde T-celreceptor worden
herkend. MHC beperkt binding van de T-celreceptor aan het peptide = MHC-restrictie
Samenvattende tabel:
Antigeenpresentatie
Doel = initiatie immuunantwoord en inductie tolerantie
3 vormen:
Exogene Ag: MHC II, bacteriën initieert CD4 antwoord
Extracellulaire eiwitten in endosoom
MHCII-moleculen worden gesynthetiseerd in ER -
> afgegeven via golgi aan primaire lysosomen
Lysosomen fuseren met endosomen -> vormen
MHC-II-compartiment -> enzymen breken
eiwitten af tot peptiden
Antigeen herkenning door aangeboren IS
Macrofagen
Monocyten
Neutrofielen
ILC’s
Dendritische cel
Patroonherkenning: PAMPS, endocytose receptoren, gevaar receptoren (zie samenvatting les 2)
Antigeen herkenning door T-cel
Indirect: via MHC I of MHC II -> peptide
Oppervlak APC: T-celreceptor maakt contact met peptide van MHC-I of -II op CD4+ T-
lymfocyten bindt CD4 aan α-keten MHC-II
Op CD8+ T-lymfocyt bindt CD8 aan α-keten MHC-I
Via CD1 -> lipiden
Via TcR/CD3: specificiteit en signaal overdracht (CD4/CD8)
Doel = primen/activeren van naïeve Th, iTreg en CTL voor effector en geheugen
Polyklonaal antwoord: 1 APC/doelwit kan verschillende T-cellen activeren -> er wordt meer dan 1
peptide aangeboden / APC
MHC
= membraaneiwitten aanwezig op alle gekernde cellen behalve RBC en geslachtscellen
Functies:
1. Opleiding T-cellen, immuuncompetente T-cellen selecteren: klonale deletie en klonatie
selectie TcR
2. Antigeenpresentatie: T-cel immuunantwoord initiëren + tolerantie
3 types:
MHC I: somatische cellen -> CD8 (Tcyt)
3 loci: HLA A, B, C
α-keten: α1, α2, α3 -> geassocieerd met β2-
microglobuline behoud 3D-structuur
peptide bindt tussen α1 en α2
, MHC II: B-cellen, APC’s, macrofagen -> CD4 (Th)
D regio: HLA DP, DQ, DR
α-keten: α1 en α2 en β-keten: β1 en β2 niet-covalent
gebonden
peptide bindt tussen α1 en β1
MHC III: complement C2, C4, factor B, TNF
Per cel 6 verschillende MHC I/MHC II moleculen
Genetica: genen gelegen op chromosoom 6, 2 co-dominante allelensets -> materneel en paterneel
Diversiteit door polygenie (verschillende MHCI en II) en polymorfisme (allelische variantie)
zorgt voor overleving van de soort maar heeft een nadeel bij transplantaties
Individualiteit van immuunrespons
T-celreceptor maakt zowel contact met peptide als met MHC-molecuul -> hetzelfde peptide
gepresenteerd door een ander MHCI-molecuul kan niet meer door dezelfde T-celreceptor worden
herkend. MHC beperkt binding van de T-celreceptor aan het peptide = MHC-restrictie
Samenvattende tabel:
Antigeenpresentatie
Doel = initiatie immuunantwoord en inductie tolerantie
3 vormen:
Exogene Ag: MHC II, bacteriën initieert CD4 antwoord
Extracellulaire eiwitten in endosoom
MHCII-moleculen worden gesynthetiseerd in ER -
> afgegeven via golgi aan primaire lysosomen
Lysosomen fuseren met endosomen -> vormen
MHC-II-compartiment -> enzymen breken
eiwitten af tot peptiden