Samenvatting cellen hoofdstuk 5: De celkern en haar activiteit
CELKERN IS ORGANISEREND CENTRUM
Prokaryoot: circulaire DNA
Kernvorm kenmerkend voor celtype en -staat -> kan afwijken bij ziekte -> belangrijk bij klinische
diagnose
DE KERN IS OMGEVEN DOOR EEN ENVELOPPE
3 componenten:
Dubbele membraan
Buitenste membraan: continu met membraan ER
Binnenste membraan
Nucleoplasmatisch reticulum: diepe invagaties die membraanoppervlakte sterk vergroten
Nucleaire lamina: netwerk van intermediaire filamenteiwitten, tegen binnenste membraan
Nucleaire porie complexen: speciale openingen voor contact tussen cytoplasma en intermediaire
filamenteiwitten
Nucleaire poriën controleren nucleair transport: vermijden dat spontaan materiaal wordt uitgelekt of
wordt getransporteerd -> aanpasbare opening
HET GENOOM
Zie samenvatting biomoleculen
DNA sequentiebepaling:
Restricitefragment mapping: enzym dat specifiek tussen 2 nucleotiden knipt
Sanger sequencing: proces wordt geautomatiseerd en versneld vb: PCR
NON-RANDOM KERNORGANISATIE
Chromatine is niet willekeurig verdeeld in interfase: elk chromosoom heeft discrete positie ->
positie zelf ligt niet vast, kan variëren tussen cellen van hetzelfde organisme
Perifeer-verankerde regio’s minder actief -> heterochromatine = donkere band rond nucleolus tegen
kernwand
Constitutief heterochromatine: blijft altijd sterk gecondenseerd vb: telomeren, centromeren
Facultatief heterochromatine: kan afhankelijk van weefsel en fysiologische status geactiveerd
worden
DNA wordt verwerkt in fabrieken: alle primaire nucleaire functies vinden plaats in ruimtelijk
gedefinieerde sites -> kunnen mbv immunofluorescentie kleuringen zichtbaar worden gemaakt
Kernproteïnen organiseren zich in nucleaire lichaampjes: membraanloze subdomeinen die een
specifieke set van proteïnen bevatten en die zonder additionele kleuring via transmissie
elektronenmicroscopie kunnen gevisualiseerd worden; vaak rond specifieke genoomregio’s.
vb: nucleolus: plaats van ribosomale subunitsynthese -> productie ribosomaal RNA; enkel
zichtbaar in interfase, komt in G1 fase terug tevoorschijn als pre-nucleolaire lichaampjes
CELKERN IS ORGANISEREND CENTRUM
Prokaryoot: circulaire DNA
Kernvorm kenmerkend voor celtype en -staat -> kan afwijken bij ziekte -> belangrijk bij klinische
diagnose
DE KERN IS OMGEVEN DOOR EEN ENVELOPPE
3 componenten:
Dubbele membraan
Buitenste membraan: continu met membraan ER
Binnenste membraan
Nucleoplasmatisch reticulum: diepe invagaties die membraanoppervlakte sterk vergroten
Nucleaire lamina: netwerk van intermediaire filamenteiwitten, tegen binnenste membraan
Nucleaire porie complexen: speciale openingen voor contact tussen cytoplasma en intermediaire
filamenteiwitten
Nucleaire poriën controleren nucleair transport: vermijden dat spontaan materiaal wordt uitgelekt of
wordt getransporteerd -> aanpasbare opening
HET GENOOM
Zie samenvatting biomoleculen
DNA sequentiebepaling:
Restricitefragment mapping: enzym dat specifiek tussen 2 nucleotiden knipt
Sanger sequencing: proces wordt geautomatiseerd en versneld vb: PCR
NON-RANDOM KERNORGANISATIE
Chromatine is niet willekeurig verdeeld in interfase: elk chromosoom heeft discrete positie ->
positie zelf ligt niet vast, kan variëren tussen cellen van hetzelfde organisme
Perifeer-verankerde regio’s minder actief -> heterochromatine = donkere band rond nucleolus tegen
kernwand
Constitutief heterochromatine: blijft altijd sterk gecondenseerd vb: telomeren, centromeren
Facultatief heterochromatine: kan afhankelijk van weefsel en fysiologische status geactiveerd
worden
DNA wordt verwerkt in fabrieken: alle primaire nucleaire functies vinden plaats in ruimtelijk
gedefinieerde sites -> kunnen mbv immunofluorescentie kleuringen zichtbaar worden gemaakt
Kernproteïnen organiseren zich in nucleaire lichaampjes: membraanloze subdomeinen die een
specifieke set van proteïnen bevatten en die zonder additionele kleuring via transmissie
elektronenmicroscopie kunnen gevisualiseerd worden; vaak rond specifieke genoomregio’s.
vb: nucleolus: plaats van ribosomale subunitsynthese -> productie ribosomaal RNA; enkel
zichtbaar in interfase, komt in G1 fase terug tevoorschijn als pre-nucleolaire lichaampjes