Leerdoelen Breathing
Uitleggen op welke wijze gaswisselingsprocessen (O2/CO2) in de longen en bloed
plaatsvinden (ventilatie, diffusie, perfusie) en wat de invloed van longziekten
hierop is.
Ventilatie De long is een elastisch orgaan en heeft de neiging om naar zijn oorspronkelijke
kleinere volume terug te keren. Hierdoor trekt de borstwand naar binnen waardoor een
negatieve druk in de pleuraholte ontstaat. Tijdens aanspannen van het diafragma en de externe
intercostaalspieren, wordt het volume van de borstholte groter waardoor de druk in de
pleuraholte negatiever wordt. Hierdoor wordt de long mee naar buiten getrokken en ontstaat een
negatieve druk in de longblaasjes ten opzichte van de druk in de mond. Door dit verschil stroomt
lucht de longen is.
Diffusie Het gastransport vindt plaats op basis van concentratieverschillen. Ook de
gasuitwisseling tussen longblaasjes en bloed vindt plaats door middel van diffusie.
Aandoeningen zoals longemfyseem verkleinen het oppervlakte van het respiratoire membraan
waardoor minder gasuitwisseling mogelijk is. Bij longoedeem (bij decompensatie van de
linkerhelft) is de druk in de longcapillairen aanzienlijk verhoogd lekt hier vanuit vocht de
interstitiële ruimte in. De druk in de interstitiële ruimte neemt vervolgens toe waardoor vloeistof
vanuit de interstitiële ruimte in het alveolaire membraan en de alveoli lekt. Hierdoor moet de
zuurstof een grotere afstand afleggen. Bij pneumonie komt er exsudaat (wondvocht) in de
interstitiële ruimte of in de alveoli terecht. Dit vergroot de afstand waarvoor de diffusie moet
plaatvinden waardoor het zuurstoftransport verstoord wordt.
Perfusie Perfusie is de doorbloeding van de longen te behoeve van de gasuitwisseling.
Longembolieën, shock en hoge intrathoracale drukken verslechteren de perfusie, omdat het
veneuze return naar het hart en daarmee de doorbloeding van de longen verminderd is.
Uitleggen hoe de pH van het bloed wordt opgebouwd en gereguleerd wordt door
de ademhaling (zuur, base, buffersysteem).
De pH wordt bepaalt door het aantal H+ moleculen in het bloed. Dit hangt samen met de
concentratie H2CO3. Dit is een vluchtig zuur wat direct uit één valt in H+ en CO2. Als door het
lichaam een hoge concentratie CO2 gemeten wordt, wordt dit doorgegeven aan de hersenen en
ga je sneller ademen. Hierdoor scheidt je meer CO2 uit, daalt de concentratie H+ en stijgt de pH.
Als door het lichaam een lage concentratie CO2 gemeten wordt, daalt te ademhaling waardoor
je meet CO2 en H+ vasthoudt en daalt de pH.
Het belang van het zuurbase-evenwicht voor het metabolisme uitleggen.
Problemen bij verstoord zuurbase-evenwicht
- Beschadiging celmembraan, verandering enzymactiviteit.
- Disfunctioneren van cellen en weefsels/organen.
- Medicatie minder actief.
Verschijnselen en oorzaken van respiratoire insufficiëntie uitleggen.
Respiratoire insufficiëntie is een stoornis in de longfunctie die zich uit in een te lage arteriële
zuurstofspanning of een te hoge arteriële koolzuurspanning.
Verschijnselen die kunnen wijzen op respiratoire insufficiëntie zijn:
- blauwe verkleuringen van de huis rondom de lippen;
- tachycardie
- tachypneu
- dyspneu in rust en bij lichte inspanning
- agitatie
- verwardheid;
Uitleggen op welke wijze gaswisselingsprocessen (O2/CO2) in de longen en bloed
plaatsvinden (ventilatie, diffusie, perfusie) en wat de invloed van longziekten
hierop is.
Ventilatie De long is een elastisch orgaan en heeft de neiging om naar zijn oorspronkelijke
kleinere volume terug te keren. Hierdoor trekt de borstwand naar binnen waardoor een
negatieve druk in de pleuraholte ontstaat. Tijdens aanspannen van het diafragma en de externe
intercostaalspieren, wordt het volume van de borstholte groter waardoor de druk in de
pleuraholte negatiever wordt. Hierdoor wordt de long mee naar buiten getrokken en ontstaat een
negatieve druk in de longblaasjes ten opzichte van de druk in de mond. Door dit verschil stroomt
lucht de longen is.
Diffusie Het gastransport vindt plaats op basis van concentratieverschillen. Ook de
gasuitwisseling tussen longblaasjes en bloed vindt plaats door middel van diffusie.
Aandoeningen zoals longemfyseem verkleinen het oppervlakte van het respiratoire membraan
waardoor minder gasuitwisseling mogelijk is. Bij longoedeem (bij decompensatie van de
linkerhelft) is de druk in de longcapillairen aanzienlijk verhoogd lekt hier vanuit vocht de
interstitiële ruimte in. De druk in de interstitiële ruimte neemt vervolgens toe waardoor vloeistof
vanuit de interstitiële ruimte in het alveolaire membraan en de alveoli lekt. Hierdoor moet de
zuurstof een grotere afstand afleggen. Bij pneumonie komt er exsudaat (wondvocht) in de
interstitiële ruimte of in de alveoli terecht. Dit vergroot de afstand waarvoor de diffusie moet
plaatvinden waardoor het zuurstoftransport verstoord wordt.
Perfusie Perfusie is de doorbloeding van de longen te behoeve van de gasuitwisseling.
Longembolieën, shock en hoge intrathoracale drukken verslechteren de perfusie, omdat het
veneuze return naar het hart en daarmee de doorbloeding van de longen verminderd is.
Uitleggen hoe de pH van het bloed wordt opgebouwd en gereguleerd wordt door
de ademhaling (zuur, base, buffersysteem).
De pH wordt bepaalt door het aantal H+ moleculen in het bloed. Dit hangt samen met de
concentratie H2CO3. Dit is een vluchtig zuur wat direct uit één valt in H+ en CO2. Als door het
lichaam een hoge concentratie CO2 gemeten wordt, wordt dit doorgegeven aan de hersenen en
ga je sneller ademen. Hierdoor scheidt je meer CO2 uit, daalt de concentratie H+ en stijgt de pH.
Als door het lichaam een lage concentratie CO2 gemeten wordt, daalt te ademhaling waardoor
je meet CO2 en H+ vasthoudt en daalt de pH.
Het belang van het zuurbase-evenwicht voor het metabolisme uitleggen.
Problemen bij verstoord zuurbase-evenwicht
- Beschadiging celmembraan, verandering enzymactiviteit.
- Disfunctioneren van cellen en weefsels/organen.
- Medicatie minder actief.
Verschijnselen en oorzaken van respiratoire insufficiëntie uitleggen.
Respiratoire insufficiëntie is een stoornis in de longfunctie die zich uit in een te lage arteriële
zuurstofspanning of een te hoge arteriële koolzuurspanning.
Verschijnselen die kunnen wijzen op respiratoire insufficiëntie zijn:
- blauwe verkleuringen van de huis rondom de lippen;
- tachycardie
- tachypneu
- dyspneu in rust en bij lichte inspanning
- agitatie
- verwardheid;