- verklaren waarom de uitspraak in de Marckx-zaak van belang is
geweest voor het Nederlandse recht;
Een Belgische moeder was van mening dat een aantal bepalingen in de Belgische
wet discriminerend waren en inbreuk maakte op het recht op gezinsleven. Op
grond van die bepalingen werd onderscheid gemaakt tussen kinderen geboren
binnen een huwelijk en buitenechtelijke kinderen. Een ongehuwde moeder was
namelijk niet van rechtswege juridisch moeder van het uit haar geboren kind,
maar diende dat kind eerst te erkennen voordat er sprake was van moederschap.
Als het kind eenmaal erkend was, zou het nog steeds een slechtere rechtspositie
hebben dan een kind met gehuwde ouders. Volgens het Hof vloeit uit art. 8 EVRM
voort dat lidstaten ervoor dienen te zorgen dat wet- en regelgeving kunnen
leiden. Het Hof oordeelde dat de Belgische wetsbepalingen een inbreuk vormden
op het recht op family life.
Het maken van dit onderscheid is niet gerechtvaardigd maar discriminerend en
dit is in strijd met art. 14 EVRM. (Iedereen moet op gelijke wijze het EVRM kunnen
inroepen ongeacht wie je bent en in dit geval ongeacht je huwelijkse staat)
De uitspraak in het Marckx-arrest betekende dat het begrip gezinsleven niet een
statisch iets is, maar juist heel dynamisch omdat het in verloop der tijd kan
veranderen, afhankelijk van de tijd waarin we leven. Er vloeien niet alleen
negatieve, maar ook positieve verplichten uit art. 8 EVRM:
Negatieve verplichtingen (klassieke grondrechten): overheid mag niet
ingrijpen in de sfeer van burger. Bijvoorbeeld het recht op privacy
Positieve verplichtingen (sociale gronden): de overheid moet actief in actie
komen om wetgeving aan te passen zodat iedereen gelijk behandeld
wordt.
Op grond van art. 93 GW heeft het EVRM rechtstreekse werking in het
Nederlandse recht. Een Nederlandse burger kan direct beroep doen op artikelen
van dit verdrag. Een internationaal verdrag heeft namelijk voorrang boven het
nationaal recht o.g.v. art. 94 GW.
- onderbouwen wanneer in het familierecht tussen twee personen
sprake is van family life;
Family life art. 8 lid 1 EVRM:
‘’ Een ieder heef recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en
correspondente.’’
Art. 8 lid 2 EVRM (beperkingen)
Inmenging (door de overheid) alleen toegestaan als dit:
1. Bij de wet is voorzien; en
2. In een democratsche samenleving noodzakelijk is
3. In het belang van: