- een omschrijving van het begrip ‘ruimtelijk bestuursrecht’ geven;
Ruimtelijk bestuursrecht is het rechtsgebied dat gaat over de inrichting van
Nederland. Ruimtelijk bestuursrecht is gericht op het bereiken van de doelen.
Het doel is om de ruimte te kunnen inrichten. Er wordt dus door middel van
ruimtelijke ordening gestuurd op de inrichting van de ruimte via wet- en
regelgeving. De relevante wetten zijn:
Wet ruimtelijke ordening/Besluit ruimtelijke ordening
o Geven regels over de wijze waarop verschillende plannen voor de verdeling van de
ruimte moeten worden vastgesteld.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Besluit omgevingsrecht
Woningwet, Milieuwetgeving, Algemene wet bestuursrecht
Onteigeningswet, Tracéwet, Crisis- en herstelwet, Monumentenwet, Etc
Wro/Bro Wabo/Bor Woningwet Awb
Structuurvisie Omgevingsvergunning Bouwbesluit 2012 Algemene regels van
(inhoud + procedure) Bouwverordening het bestuursrecht
Welstandsnota
Bestemmingsplan
(inhoud + procedure)
- de uitgangspunten van het ruimtelijk ordeningsrecht beschrijven;
Een van de uitgangspunten van de Wro is dat er een scheiding wordt gemaakt
tussen het beleid, de normstelling en de uitvoering. Het strategische ruimtelijke
beleid wordt vastgelegd in, niet juridisch bindende, structuurvisies. Juridische
bindende normen voor de uitvoering van dit beleid worden opgenomen in onder
meer bestemmingsplannen, AMvB’s en provinciale verordeningen.
Een ander uitgangspunt is dat de normstelling dient te geschieden door het
meest geschikte overheidsorgaan. Dit is in beginsel het laagste overheidsniveau
(de gemeente). Wel zijn er regels centraal, sommige aspecten kunnen namelijk
niet overgelaten worden aan de gemeenten. Wanneer het Rijk of de Provincie iets
bepaalt, dan moet de gemeente hier ook naar luisteren.
Spanning tussen instrumentele en waarborgborgfunctie:
Hoe algemene, hoe meer feeibiliteit – hoe specifeker, hoe meer rechtszekerheid
en minder feeibiliteit:
Voorbeeld: een school heeft de omschrijving van een maatschappelijke
voorziening. Als er getailleerd aan wordt gegeven dat er alleen school gevestigd
mag worden in een gebouw, dan mag er enkel een school gevestigd worden. Een
maatschappelijke voorziening is bijvoorbeeld ook een kerk of een sportschool.
Burgers weten op deze manier wat er kan gebeuren met een gebouw en dit geeft
hen rechtszekerheid.
Spanningsveld decentralisatie – centralisatie:
In het ruimtelijke ordeningsrecht gebeurt (bijna) alles decentraal. De gemeente is
in principe de baas en belangrijke bevoegdheden liggen dan ook bij de
gemeente. Echter, zijn er wel regels centraal geregeld.
, Voorbeeld: als de rijksoverheid zegt dat er in de duinen niet gebouwd mag
worden, dan mag de gemeente dit ook niet doen. Er zijn dus aspecten die niet
worden overgelaten aan de gemeente.
- de relatie tussen Wro/Bro en Wabo/Bor uitleggen;
De Wro en het bijbehorende besluit Bro geven regels over de wijze waarop
verschillende plannen voor de verdeling van de ruimte moeten worden
vastgelegd. Alle gemeentelijke toestemmingen uit de Wro worden geïntegreerd
in de omgevingsvergunning o.a.”
1. Aanlegvergunning (art. 2.1 lid 1 sub b Wabo jo 3.3 Wro)
2. Sloopvergunning (art. 2.1 lid 1 sub g Wabo jo 3.3 Wro)
3. Binnenplanse onthefng van het bestemmingsplan
4. Tijdelijke onthefng
5. (Buitenplanse) onthefng van het bestemmingsplan
6. Onthefng binnen een beheersverordening
7. Projectbesluit
Nb: omgevingsvergunningen 3 t/m 7 zijn allemaal geregeld in art. 2.12 Wabo. De
Wabo is de algemene wet, uitwerkingen van de Wabo zijn te vinden in de Bor.
- doel en inhoud van de structuurvisie weergeven;
Instrumenten in het bestuursrecht: ‘samenhangend geheel van maatregelen om een doel te
bereiken’.
Weten
Beleidsregels
Plannen:
o Indicatief; structuurvisie; beleid, niet rechtsreeks bindend (algemene plannen)
o Normatief; bestemmingsplan, wel bindend (bevat regels/normen)
Beschikkingen
Er zijn 3 niveaus van plannen:”
Rijk: Provincie: Gemeente:
Structuurvisie (art. 2.3 Wro) Structuurvisie (art. 2.2 Wro) Structuurvisie (art. 2.1
Wro)/Bestemmingsplan (art.
3.1 Wro)
Op gemeentelijk, provinciaal en natonaal niveau dienen ten behoeve van een goede ruimtelijke
ordening voor het gehele grondgebied één of meer structuurvisies te worden vastgesteld. De
structuurvisie bevat in hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen van dat gebied en de
hoofdzaken van het te voeren ruimtelijk beleid. In de structuurvisie zal eveneens moeten worden
aangegeven op welke wijze de voorgenomen ontwikkelingen zullen worden verwezenlijkt (zie art. 2.1
t/m 2.3 Wro).
Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen verplichte en facultateve structuurvisies: