CSW TOETS
Week 2: Van verzorgingsstaat naar
participatiesamenleving
Missie van een sociaal werker
bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving door
→ participatie, autonomie en zelfredzaamheid te vergroten. Zij verbinden
mensen met elkaar en schakelen hulp in wanneer dat nodig is
POOMA
Present
Ondernemend
Onafhankelijk denkend
Maatschappelijk geëngageerd
Authentiek
,Markt: Ondernemers of organisaties zijn verantwoordelijk voor de welzijn van
de burgers.
Particulier Initiatief: Verantwoordelijkheid van de zorg ligt bij de burger zelf
over bijvoorbeeld zijn sociale netwerk.
Overheid: Mensen zijn zo kwetsbaar of beginnen onderaan de maatschappelijke
ladder. De overheid moet helpen omdat er anders een veelte grote ongelijkheid
komt.
Klassieke verzorgingsstaat
Solidariteitsbeginsel: iedereen betaalt inkomensafhankelijk premies/belastingen
Een vangnet voor iedereen die in nood verkeert.
- AOW (1957)
- Bijstandswet (1965)
Het sociale werk: emancipatie van groepen me achterstandspositie door o.a.
opbouwwerk (mensen met elkaar verbinden)
, Vier functies van de verzorgingsstaat
Verzorgen: Zorgen voor mensen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.
Materieel of immaterieel. Bv. Armenzorg (zonder tegenprestatie)
Verzekeren: Beveiligen tegen verlies door onvoorziene gebeurtenissen. Bv.
WAO (premie) of er gaat iets kapot, je bent ervoor verzekerd dus je betaald niks.
Verheffen: Bevorderen van zelfontplooiing of -ontwikkeling. Bv. Onderwijs,
emancipatie, Studiefinanciering
Verbinden: Creëren van onderlinge verbondenheid sociale cohesie (betrokken
bij de samenleving)
Doelen van de verzorgingsstaat
- Garantie voor sociale zekerheid
stabielere samenleving: o.a. orde, rust en welvaart
- Reductie van willekeur van levenskansen
ongeacht huidskleur, ras, geslacht, etc.
- Beschavingsoffensief en politieke betrokkenheid
mensen opleidingen en slimmer maken, hierdoor gedragen mensen zich.
Crisis ca. 1980 – heden
1) Problemen betaalbaarheid door economische crisis
2) Kritiek: burgers werden te afhankelijk van professionals
Langzaam veranderingen:
- Bezuinigingen in de zorg en drang naar efficiëntie
- Decentralisatie: zeggenschap en verantwoordelijkheid van centraal
naar decentraal (overheid → gemeente)
- Van outreachtend werken - vraaggericht werken
- Minder intramurale zorg (instellingen) - extramuraal/ambulante zorg (bij
mensen thuis)
- Meer druk op sociaal netwerk - bv. Mantelzorgers
Week 2: Van verzorgingsstaat naar
participatiesamenleving
Missie van een sociaal werker
bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving door
→ participatie, autonomie en zelfredzaamheid te vergroten. Zij verbinden
mensen met elkaar en schakelen hulp in wanneer dat nodig is
POOMA
Present
Ondernemend
Onafhankelijk denkend
Maatschappelijk geëngageerd
Authentiek
,Markt: Ondernemers of organisaties zijn verantwoordelijk voor de welzijn van
de burgers.
Particulier Initiatief: Verantwoordelijkheid van de zorg ligt bij de burger zelf
over bijvoorbeeld zijn sociale netwerk.
Overheid: Mensen zijn zo kwetsbaar of beginnen onderaan de maatschappelijke
ladder. De overheid moet helpen omdat er anders een veelte grote ongelijkheid
komt.
Klassieke verzorgingsstaat
Solidariteitsbeginsel: iedereen betaalt inkomensafhankelijk premies/belastingen
Een vangnet voor iedereen die in nood verkeert.
- AOW (1957)
- Bijstandswet (1965)
Het sociale werk: emancipatie van groepen me achterstandspositie door o.a.
opbouwwerk (mensen met elkaar verbinden)
, Vier functies van de verzorgingsstaat
Verzorgen: Zorgen voor mensen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.
Materieel of immaterieel. Bv. Armenzorg (zonder tegenprestatie)
Verzekeren: Beveiligen tegen verlies door onvoorziene gebeurtenissen. Bv.
WAO (premie) of er gaat iets kapot, je bent ervoor verzekerd dus je betaald niks.
Verheffen: Bevorderen van zelfontplooiing of -ontwikkeling. Bv. Onderwijs,
emancipatie, Studiefinanciering
Verbinden: Creëren van onderlinge verbondenheid sociale cohesie (betrokken
bij de samenleving)
Doelen van de verzorgingsstaat
- Garantie voor sociale zekerheid
stabielere samenleving: o.a. orde, rust en welvaart
- Reductie van willekeur van levenskansen
ongeacht huidskleur, ras, geslacht, etc.
- Beschavingsoffensief en politieke betrokkenheid
mensen opleidingen en slimmer maken, hierdoor gedragen mensen zich.
Crisis ca. 1980 – heden
1) Problemen betaalbaarheid door economische crisis
2) Kritiek: burgers werden te afhankelijk van professionals
Langzaam veranderingen:
- Bezuinigingen in de zorg en drang naar efficiëntie
- Decentralisatie: zeggenschap en verantwoordelijkheid van centraal
naar decentraal (overheid → gemeente)
- Van outreachtend werken - vraaggericht werken
- Minder intramurale zorg (instellingen) - extramuraal/ambulante zorg (bij
mensen thuis)
- Meer druk op sociaal netwerk - bv. Mantelzorgers