Staatsrecht aantekeningen
Wat leer je?
• Kennis over de achtergrond en werking van het recht
• Het herkennen van maatschappelijke, soms ethische
vraagstukken in het recht
• Het herkennen van het verband tussen recht en moraal
• Vanuit verschillende invalshoeken naar juridisch-
maatschappelijke onderwerpen kijken en een standpunt
innemen
• Vanuit de eigen beroepsrol in een morele kwestie je positie
kunnen bepalen, een beslissing kunnen nemen en de
beargumenteren.
Leerdoelen week 1
• Week 1: De Nederlandse staat
• Inleiding Hoofstuk 1 (1.2 alleen lezen) en 3.2
• 1. De student kan de kenmerken van een staat weergeven en kan de
staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden beschrijven;
(Statuut, Grondwet)
• 2. De student kan bronnen van staatsrecht benoemen en kan beschrijven wat
de Grondwet is en wat erin geregeld wordt;
• 3. De student kan de vier pijlers van de rechtsstaat beschrijven
(grondrechten, machtenscheiding, legaliteitsbeginsel, onafhankelijke
rechtspraak);
Leerdoel 1: Kenmerken van de staat
• Juristen kijken voornamelijk naar de volkenrechtelijke
definitie van het begrip staat. Deze definitie bevat 3
kenmerken:
• Grondgebied
• Gemeenschap van mensen (bevolking)
• Gezag
• Soms wordt nog een 4e kenmerk genoemd: erkenning
door andere staten
,Leerdoel 2: De bronnen van staatsrecht
-Bronnen van constitutioneel recht (staatsrecht)
-Geschreven staatsrecht;
-Ongeschreven staatsrecht (staatsrechtelijk gewoonterecht);
-Rechtspraak (jurisprudentie).
Geschreven staatsrecht:
-Verdragen (bijv. Handvest van de VN, EU-Verdrag; EVRM, etc);
-Statuut (voor het Koninkrijk der Nederlanden);
-Grondwet (voor het Koninkrijk der Nederlanden);
-Organieke wetten en overige wetten in formele zin;
-AMvB’s, waaronder het Reglement van Orde voor de Raad van
Ministers;
-Ministeriele regelingen
-Vergaderreglementen van de Eerste en Tweede kamer (RvO-EK/RvO-
TK);
(Organieke wet = Als de grondwet bepaalt dat iets nader geregeld
moet worden in een wet in formele zin)
Leerdoel 3: De vier pijlers van de rechtsstaat
Scheiding der machten
Legaliteitsbeginsel
Grondrechten
Onpartijdige en onafhankelijke rechters
Scheiding der machten naar een idee van Montesquieu
• Wetgeving
• Bestuur – Uitvoerende macht
• Rechtspraak
,Scheiding der machten in Nederland; Trias politica
Wetgevende macht:
Staten-Generaal (Tweede en Eerste Kamer), maar maakt de wetten samen met
de regering.
Art. 81 Gw.
Uitvoerende macht:
Regering, maar ook politie, leger, brandweer...
Regering mag ook zelfstandig regels maken (AMvB).
Art 89 Gw.
Rechtspraak:
Door de rechterlijke macht, maar ook door organen die niet tot de rechterlijke
macht behoren (bv. sommige bestuursrechtspraak)
, Hoorcollege staatsrecht week 2
13/9
Rechtsstaat:
- Scheiding der machten
- Legaliteitsbeginsel
- Onpartijdige en onafhankelijke rechters
- Grondrechten
Grondrechten voor de Nederlandse situatie
Klassieke grondrechten (artt. 1 t/m 18 lid 1 en 23 lid 2 Grondwet):
- Waarborgnormen (creëert een staatsvrije sfeer)
- Overheidsingrijpen in beginsel niet toegestaan, tenzij uitdrukkelijke
grondslag om te beperken in de Grondwet zelf vermeld staat;
- Directe werking en afdwingbaarheid bij de rechter;
- Naast verticale werking (relatie overheid en burger) vaak ook horizontale
werking (relatie burgers onderling)
-
Werking van grondrechten:
Van oorsprong uitsluitend in verticale verhoudingen (=bescherming van de
burger tegen de overheid):
Overheid
Burger
Vanaf de Grondwetsherziening van 1983 ook in horizontale verhoudingen
(=bescherming van de burger tegen een andere burger):
Burger Burger
Grondrechten, voor wie?
-De meeste (nationale en internationale) grondrechten zijn
rechten die aan het individu als zodanig toekomen. Het zijn
van mens is dan meestal al voldoende als voorwaarde voor
werking.
-In enkele gevallen gelden grondrechten alleen voor
Wat leer je?
• Kennis over de achtergrond en werking van het recht
• Het herkennen van maatschappelijke, soms ethische
vraagstukken in het recht
• Het herkennen van het verband tussen recht en moraal
• Vanuit verschillende invalshoeken naar juridisch-
maatschappelijke onderwerpen kijken en een standpunt
innemen
• Vanuit de eigen beroepsrol in een morele kwestie je positie
kunnen bepalen, een beslissing kunnen nemen en de
beargumenteren.
Leerdoelen week 1
• Week 1: De Nederlandse staat
• Inleiding Hoofstuk 1 (1.2 alleen lezen) en 3.2
• 1. De student kan de kenmerken van een staat weergeven en kan de
staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden beschrijven;
(Statuut, Grondwet)
• 2. De student kan bronnen van staatsrecht benoemen en kan beschrijven wat
de Grondwet is en wat erin geregeld wordt;
• 3. De student kan de vier pijlers van de rechtsstaat beschrijven
(grondrechten, machtenscheiding, legaliteitsbeginsel, onafhankelijke
rechtspraak);
Leerdoel 1: Kenmerken van de staat
• Juristen kijken voornamelijk naar de volkenrechtelijke
definitie van het begrip staat. Deze definitie bevat 3
kenmerken:
• Grondgebied
• Gemeenschap van mensen (bevolking)
• Gezag
• Soms wordt nog een 4e kenmerk genoemd: erkenning
door andere staten
,Leerdoel 2: De bronnen van staatsrecht
-Bronnen van constitutioneel recht (staatsrecht)
-Geschreven staatsrecht;
-Ongeschreven staatsrecht (staatsrechtelijk gewoonterecht);
-Rechtspraak (jurisprudentie).
Geschreven staatsrecht:
-Verdragen (bijv. Handvest van de VN, EU-Verdrag; EVRM, etc);
-Statuut (voor het Koninkrijk der Nederlanden);
-Grondwet (voor het Koninkrijk der Nederlanden);
-Organieke wetten en overige wetten in formele zin;
-AMvB’s, waaronder het Reglement van Orde voor de Raad van
Ministers;
-Ministeriele regelingen
-Vergaderreglementen van de Eerste en Tweede kamer (RvO-EK/RvO-
TK);
(Organieke wet = Als de grondwet bepaalt dat iets nader geregeld
moet worden in een wet in formele zin)
Leerdoel 3: De vier pijlers van de rechtsstaat
Scheiding der machten
Legaliteitsbeginsel
Grondrechten
Onpartijdige en onafhankelijke rechters
Scheiding der machten naar een idee van Montesquieu
• Wetgeving
• Bestuur – Uitvoerende macht
• Rechtspraak
,Scheiding der machten in Nederland; Trias politica
Wetgevende macht:
Staten-Generaal (Tweede en Eerste Kamer), maar maakt de wetten samen met
de regering.
Art. 81 Gw.
Uitvoerende macht:
Regering, maar ook politie, leger, brandweer...
Regering mag ook zelfstandig regels maken (AMvB).
Art 89 Gw.
Rechtspraak:
Door de rechterlijke macht, maar ook door organen die niet tot de rechterlijke
macht behoren (bv. sommige bestuursrechtspraak)
, Hoorcollege staatsrecht week 2
13/9
Rechtsstaat:
- Scheiding der machten
- Legaliteitsbeginsel
- Onpartijdige en onafhankelijke rechters
- Grondrechten
Grondrechten voor de Nederlandse situatie
Klassieke grondrechten (artt. 1 t/m 18 lid 1 en 23 lid 2 Grondwet):
- Waarborgnormen (creëert een staatsvrije sfeer)
- Overheidsingrijpen in beginsel niet toegestaan, tenzij uitdrukkelijke
grondslag om te beperken in de Grondwet zelf vermeld staat;
- Directe werking en afdwingbaarheid bij de rechter;
- Naast verticale werking (relatie overheid en burger) vaak ook horizontale
werking (relatie burgers onderling)
-
Werking van grondrechten:
Van oorsprong uitsluitend in verticale verhoudingen (=bescherming van de
burger tegen de overheid):
Overheid
Burger
Vanaf de Grondwetsherziening van 1983 ook in horizontale verhoudingen
(=bescherming van de burger tegen een andere burger):
Burger Burger
Grondrechten, voor wie?
-De meeste (nationale en internationale) grondrechten zijn
rechten die aan het individu als zodanig toekomen. Het zijn
van mens is dan meestal al voldoende als voorwaarde voor
werking.
-In enkele gevallen gelden grondrechten alleen voor