2-6 – 2017/2018
Hoorcollege 2 – Epithelia – Weefsels (23-04-2018)
Hoofdtypen weefsels
• Epitheelweefsel.
• Bindweefsel, steunweefsel.
• Spierweefsel.
• Zenuwweefsel.
Epitheelweefsel
Kenmerkend voor epitheel is dat cellen dicht tegen elkaar aan liggen.
Epitheel komt op verschillende plaatsen in het lichaam voor. Het heeft verschillende functies. Er bestaan
daarom verschillende typen epitheel (afhankelijk van plaats en functie).
Epithelia (dekweefsels)
De algemene functie van epithelia is bescherming van onderliggend weefsel.
Andere functies van epithelia kunnen zijn (afhankelijk van het epitheeltype):
• Absorptie.
• Secretie (klieren).
• Excretie (nieren).
• Uitwisseling/Diffusie.
De apicale zijde van epitheel (= de zijde die contact maakt met de buitenwereld) kan gespecialiseerd zijn.
Deze specialisaties dragen bij aan de functie.
VB:
• Cilia (trilharen). → Transport.
• Microvilli. → Oppervlaktevergroting ten behoeve van absorptie.
Locatie Voorbeelden
Buitenkant van het lichaam. Huid.
Voortzettingen van de buitenkant van het lichaam Spijsverteringskanaal, luchtwegen, urinewegen.
Interne holtes Bloedvaten, bortholte en buikholte.
Verschillende typen epitheel
1
,De naamgeving van epithelia is afhankelijk van het aantal cellagen en
de celvorm van de buitenste laag epitheelcellen.
A: Enkellaags plaveiselepitheel.
B: Enkellaags kubusvormigepitheel.
C: Enkellaags cilindrischepitheel.
D: Pseudomeerlagig trilhaardragend cilindrisch epitheel met
slijmbekercellen.
E: ?
F: Meerlagig plaveiseleptiheel niet-verhoornd.
G: Meerlagig plaveiselepitheel verhoornd.
Kenmerken van alle epithelia
• De cellen liggen dicht tegen elkaar.
• Er is weinig intercellulaire ruimte.
• De onderste laag cellen zitten vast aan onderliggend weefsel via de basale lamina.
• Veel junctions tussen cellen.
• Cellen zijn polair.
• Geen doorbloeding.
• Mitotisch actief.
Onder alle epithelia vind je de basale lamina. De basale lamina is belangrijk voor verankering van het
epitheeel aan het onderliggende weefsel.
Basaalmembraan vs. Basale lamina
Met een lichtmicroscoop kan de basale lamina niet worden
waargenomen, terwijl de basaalmembraan wel kan worden
waargenomen.
De basale lamina is een laagje extracellulair, compact
materiaal. Het ligt als een laag/sheet onder het epitheel. De
epitheelcel zit vast aan de basale lamina via
hemidesmosomen. De basale lamina zit vast aan de lamina
reticularis.
Basaalmembraan = Basale lamina + Lamina reticularis.
Intercellulaire junctions
• Tight junctions/Zonula occludens.
• Zonula adherens.
• Desmosomen.
• Hemidesmosomen.
• Gap junctions.
Tight junctions/Zonula occludens
• Tight junction is de eerste intercellulaire junctions die aan de apicale zijde van de epitheelcellen zit.
• Bandvormige junction: lopen rondom de cel.
• De celmembranen van de cellen liggen extreem dicht tegen elkaar aan, doordat in het
celmembraan eiwitten aanwezig zijn die de celmembranen bij elkaar brengen. Deze eiwitten
vormen complexen, waardoor richels in het celmembraan ontstaan.
2
, • Meerdere typen eiwitten zijn betrokken bij de vorming van tight junctions. De permeabiliteit van de
tight junctions is afhankelijk van het type eiwit en de verhouding van eiwitten.
• Tight junctions zijn niet sterk.
Zonula adherens
• Zonula adherens is de tweede intercellulaire junctions die aan de apicale zijde van de epitheelcellen
zit (onder de tight junction).
• Bandvormige junction: lopen rondom de cel.
• Meer ruimte tussen de celmembranen van de cellen dan bij tight junctions.
• Zonula adherens bestaat uit een plaque eiwitten aan de binnenkant van de cel. Hierin bevinden zich
transmembraaneiwitten van de cadherine familie. Deze eiwitten hechten aan de binnenkant van de
cel aan microfilamenten (actine filamenten) en aan de buitenkant van de cel aan
transmembraaneiwitten van de cadherine famlilie van een andere cel (→ Er ontstaat een soort
ritssluiting).
Desmosomen
• Desmosomen komen onder tight junctions en zonula adherens voor. Ze kunnen op allerlei plekken
in het celmembraan voorkomen.
• Plaatsgewijze junction.
• Meer ruimte tussen de celmembranen van de cellen dan bij tight junctions.
• Desmosomen bestaat uit een plaque eiwitten aan de binnenkant van de cel. Hierin bevinden zich
transmembraaneiwitten van de cadherine familie. Deze eiwitten hechten aan de binnenkant van
de cel aan microfilamenten (intermediaire filamenten) en aan de buitenkant van de cel aan
transmembraaneiwitten van de cadherine famlilie van een andere cel (→ Er ontstaat een soort
ritssluiting).
Hemidesmosomen
• Halve desmosoom.
• Bindt aan de basale lamina.
• Hemidesmosomen bestaat uit een plaque eiwitten aan de binnenkant van de cel. Hierin bevinden
zich transmembraaneiwitten van de integrine familie. Deze eiwitten hechten aan de binnenkant
van de cel aan microfilamenten (intermediaire filamenten) en aan de buitenkant van de cel aan de
basale lamina.
Gap junctions
3