Samenvatting Morele Oordeelvorming (MOV)
Conflicthantering en diversiteit
2.2
Oudheid de vroegste beschaving in Europa was de Griekse (2300-1400 v.Chr.). Volken
verspreidden zich over het oostelijk gedeelte van het Middellandse-Zeegebied; het huidige
Griekenland en Turkije. Zo ontstonden er geleidelijk aan stadstaten in dit gebied. Toen hun aantal en
omvang groeide, gaf dit aanleiding tot conficten in verband met de diverse landbouwzones. Een
gevolg was militarisatee bepaalde mensen kregen periodieke militaire verplichtngen opgelegd.
De Middeleeuwen beginnen met het verval van het Romeinse rijk, toenemende barbarisering en
verschillende invasies. Rond 1000 is Europa een lappendeken van kleine lokale vorstendommen.
Belangrijk zijn de feodale structuren, waarin het geweldmonopolie steeds meer bij de
grootgrondbeziters (adel) komt te liggen. Gaandeweg begint het centrale gezag zich te herstellen.
De paus en de Duitse keizer zijn de belangrijkste machten. Kennis wordt voornamelijk bewaard en
overgedragen door monniken.
Tijdens de Renaissance (1517-1669) ontstond er in Italië een nieuwe kijk op de mense de nadruk
kwam te liggen op de menselijkheid, naar het model van de klassiek-Romeinse cultuur. Hierdoor nam
de invloed van de Kerk sterk af. In de Middeleeuwen overheerste het idee om tjdens het leven
zoveel mogelijk ten dienste te staan van de Kerk als vertegenwoordiger van God. Dit om een plaats in
de hemel te verwerven. Het leven op aarde was een beproeving maar de beloning (of afstrafng)
kwam pas na de dood. Tijdens de renaissance veranderde deze instelling.
Verlichtng wetenschappelijke, economische, politeke, religieuze en familiale normen en waarden
gingen wel steeds verder uiteenlopen. De Verlichtng (1670-1830) wordt wel als het begin van de
moderne tjd beschouwd. Er werd voortgebouwd op de radicaal nieuwe weg die de flosofe en
daarmee de wetenschap tjdens de Renaissance was ingeslagen. Het idee ontstond dat de waarheid
alleen door middel van ervaring en door goed gebruik van de rede gevonden kon worden, en dat een
betere wereld mogelijk was. Met de Verlichtng veranderde de hele westerse maatschappij. De
techniek en de economie werden autonome subsystemen waarbinnen de rede de regels en criteria
moest bepalen. Het succes bleek verblufende de technologische kennis ging met sprongen vooruit,
de economie bleek te groeien, als haar maar op ratonele wijze geen beperkingen in de weg gelegd
werden, arbeid werd minder moeizaam, er ontstond voor iedereen meer vrijheid, enzovoort. Hierin
lag de rechtvaardiging van de Verlichtng, de richtnggevende ideeën waren immers vrijheid,
gelijkheid, autonomie, democrate, gerechtgheid, tolerante en vooruitgang. Kortom, bevordering
van humaniteit.
Onder de industriële revolute wordt de omschakeling van het handmatg naar machinaal
vervaardigen van goederen verstaan, wat begon na de achtende eeuw. De wetenschappelijke
inzichten uit de Renaissance en de Verlichtng gaven ruimte aan nieuwe uitvindingen, zoals de
stoommachine en de spoorwegen. Door het snel ontstaan van grote fabrieken zakte de prijs van
producten enorm, zodat steeds meer mensen zich deze konden veroorloven. Dit was een trendbreuk
in vergelijking met vroegere tjden. De gevolgen van deze industrialisate waren te zien in het proces
van snelle verstedelijking. De mensen van het plateland stroomden er massaal heen voor werk. Er
ontstond daardoor een nieuwe sociale klassee die van de arbeiders. Deze zouden in de loop van de
eeuw een politeke beweging vormen op socialistsche of anarchistsche grondslag.
Conflicthantering en diversiteit
2.2
Oudheid de vroegste beschaving in Europa was de Griekse (2300-1400 v.Chr.). Volken
verspreidden zich over het oostelijk gedeelte van het Middellandse-Zeegebied; het huidige
Griekenland en Turkije. Zo ontstonden er geleidelijk aan stadstaten in dit gebied. Toen hun aantal en
omvang groeide, gaf dit aanleiding tot conficten in verband met de diverse landbouwzones. Een
gevolg was militarisatee bepaalde mensen kregen periodieke militaire verplichtngen opgelegd.
De Middeleeuwen beginnen met het verval van het Romeinse rijk, toenemende barbarisering en
verschillende invasies. Rond 1000 is Europa een lappendeken van kleine lokale vorstendommen.
Belangrijk zijn de feodale structuren, waarin het geweldmonopolie steeds meer bij de
grootgrondbeziters (adel) komt te liggen. Gaandeweg begint het centrale gezag zich te herstellen.
De paus en de Duitse keizer zijn de belangrijkste machten. Kennis wordt voornamelijk bewaard en
overgedragen door monniken.
Tijdens de Renaissance (1517-1669) ontstond er in Italië een nieuwe kijk op de mense de nadruk
kwam te liggen op de menselijkheid, naar het model van de klassiek-Romeinse cultuur. Hierdoor nam
de invloed van de Kerk sterk af. In de Middeleeuwen overheerste het idee om tjdens het leven
zoveel mogelijk ten dienste te staan van de Kerk als vertegenwoordiger van God. Dit om een plaats in
de hemel te verwerven. Het leven op aarde was een beproeving maar de beloning (of afstrafng)
kwam pas na de dood. Tijdens de renaissance veranderde deze instelling.
Verlichtng wetenschappelijke, economische, politeke, religieuze en familiale normen en waarden
gingen wel steeds verder uiteenlopen. De Verlichtng (1670-1830) wordt wel als het begin van de
moderne tjd beschouwd. Er werd voortgebouwd op de radicaal nieuwe weg die de flosofe en
daarmee de wetenschap tjdens de Renaissance was ingeslagen. Het idee ontstond dat de waarheid
alleen door middel van ervaring en door goed gebruik van de rede gevonden kon worden, en dat een
betere wereld mogelijk was. Met de Verlichtng veranderde de hele westerse maatschappij. De
techniek en de economie werden autonome subsystemen waarbinnen de rede de regels en criteria
moest bepalen. Het succes bleek verblufende de technologische kennis ging met sprongen vooruit,
de economie bleek te groeien, als haar maar op ratonele wijze geen beperkingen in de weg gelegd
werden, arbeid werd minder moeizaam, er ontstond voor iedereen meer vrijheid, enzovoort. Hierin
lag de rechtvaardiging van de Verlichtng, de richtnggevende ideeën waren immers vrijheid,
gelijkheid, autonomie, democrate, gerechtgheid, tolerante en vooruitgang. Kortom, bevordering
van humaniteit.
Onder de industriële revolute wordt de omschakeling van het handmatg naar machinaal
vervaardigen van goederen verstaan, wat begon na de achtende eeuw. De wetenschappelijke
inzichten uit de Renaissance en de Verlichtng gaven ruimte aan nieuwe uitvindingen, zoals de
stoommachine en de spoorwegen. Door het snel ontstaan van grote fabrieken zakte de prijs van
producten enorm, zodat steeds meer mensen zich deze konden veroorloven. Dit was een trendbreuk
in vergelijking met vroegere tjden. De gevolgen van deze industrialisate waren te zien in het proces
van snelle verstedelijking. De mensen van het plateland stroomden er massaal heen voor werk. Er
ontstond daardoor een nieuwe sociale klassee die van de arbeiders. Deze zouden in de loop van de
eeuw een politeke beweging vormen op socialistsche of anarchistsche grondslag.