ONTLEDEN
Hebben/heeft, worden/wordt en is/zijn, zijn hulpwerkwoorden van het
voltooid deelwoord
Onderwerp (Subject):
Het onderwerp is het deel van de zin dat de persoon, plaats, zaak of ding aangeeft waar de
zin over gaat.
Bijvoorbeeld: "De kat" in de zin "De kat slaapt."
Het lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp is het deel van de zin dat aangeeft wie of wat de actie van het
werkwoord ondergaat. Het zijn nooit afstanden, gewichten en snelheden.
Bijvoorbeeld: "de bal" in de zin "Hij gooit de bal."
Meewerkend voorwerp:
Het meewerkend voorwerp geeft aan wie of voor wie de actie wordt uitgevoerd. Het moet
altijd een mens of een dier zijn. Het kan nooit een ding zijn.
Bijvoorbeeld: "haar" in de zin "Hij gaf haar een cadeau."
Bijwoordelijke bepaling:
Een bijwoordelijke bepaling geeft aan waar, wanneer, hoe, waarom of onder welke
omstandigheden iets gebeurt.
Bijvoorbeeld: "snel" in de zin "Hij rende snel."
Werkwoord:
Het werkwoord is het actiewoord in de zin en geeft aan wat er gebeurt.
Bijvoorbeeld: "eet" in de zin "Zij eet een appel."
Voegwoord:
Een voegwoord wordt gebruikt om zinnen, zinsdelen of woorden met elkaar te verbinden.
Voegwoorden spelen een cruciale rol om in het structureren van teksten en het aangeven
van relaties tussen verschillende elementen in een zin of tekst.
Bijvoorbeeld: "en", “of”, “maar”, “want”, “dus”, “hoewel” , “terwijl”
, Bijvoeglijk naamwoord:
Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een zelfstandig naamwoord en geeft meer informatie
over hoe iets is.
Bijvoorbeeld: "grote" in de zin "Een grote taart."
Een betrekkelijk voornaamwoord
Een betrekkelijk voornaamwoord wordt gebruikt om een bijzin te introduceren die meer
informatie geeft over een zelfstandig naamwoord in de hoofdzin. In het Nederlands zijn de
belangrijkste betrekkelijke voornaamwoorden: "die," "dat," "welke," "wie," "wiens," "waar,"
en "waarvan."
SOMMIGE OF SOMMIGEN, BEIDE OF BEIDEN?
Je schrijft sommige en beide met -e als
Ze BIJVOEGELIJK gebruikt worden.
Als ze betrekking hebben op zaken of dieren.
BIJVOORBEELD (Bijvoeglijk gebruikt):
Vele vriendinnen
Enkele kopjes koffie
Beide burgemeesters
De aanwezige pers
BIJVOORBEELD (Betrekking op zaken of dieren.)
Van de krentenbollen eet ik er dagelijks meerdere op.
De aapjes waren alle verzwakt door de verre reis.
Je schrijft sommigen beide met -en als
Ze zelfstandig worden gebruikt.
Ze betrekking hebben op personen.
Ze Zelfstandige gebruikte bijvoeglijke naamwoorden zijn.
BIJVOORBEELD (Zelfstandig worden gebruikt.)
De meesten stemden op de favoriet van X-Factor
(Meesten wordt zelfstandig gebruikt en heeft betrekking op personen. Ook wel de meeste
mensen die stemden.)
Alle aanwezigen hadden een uitnodiging gehad
(Aanwezigen wordt hier zelfstandig gebruikt en heeft betrekking op personen. Ook wel de
aanwezige personen