H13 oefentoets 4
1
Wat is de juiste volgorde van de fasen van de productlevenscyclus?
A. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) neergangsfase, (4) rijpheidsfase, (4) verzadigingsfase.
B. (1) introductiefase, (2) verzadigingsfase, (3) rijpheidsfase, (4) groeifase, (5) neergangsfase.
C. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) verzadigingsfase, (4) rijpheidsfase, (5) neergangsfase.
D. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) rijpheidsfase, (4) verzadigingsfase, (5) neergangsfase.
2
Wat betekent cross-buying?
A. De klant heeft de mogelijkheid gemakkelijk andere producten van dezelfde aanbieder te
krijgen.
B. De aanbieder heeft de mogelijkheid om de klant meer of gerelateerde producten te verkopen.
C. De consument zal de aanbieder aanbevelen bij andere consumenten en deze zal zo meer
verkopen.
D. De aanbieder kan de klant aanbieden dat deze voor service ook terecht kan bij concurrerende
aanbieders.
3
Wat is het verschil tussen actieve en passieve kwaliteit?
A. Actieve kwaliteit garandeert niet dat er ook sprake is van interactie tussen de consument en
het product.
B. Passieve kwaliteit garandeert alleen de kwaliteit van het product op het moment dat het van de
band rolt.
C. Bij passieve kwaliteit gaat het om de interactie tussen de consument en het product.
D. Actieve kwaliteit garandeert alleen de kwaliteit van het product op het moment dat het van de
band rolt.
4
De smaak en geur van een biologische AH-steak zijn een voorbeeld van:
A. een vertrouwenskenmerk
B. een ervaringskenmerk
C. een zoekkenmerk
D. een imagokenmerk
5
Welke formule geeft de billijkheid van een relatie weer?
A. Ib / Ob: Ib / Ob = 0
B. Oa / Ia: Ob / Ib = 1.0
C. Ia / Oa: Ib / Ob = 1.0
D. Oa / Ia: Ob / Ib = 0
6
Herhalingsaankopen worden vaak gedaan als er sprake is van een relatie tussen aanbieder en
consument. Dit heeft meerdere voordelen. Wat is een voordeel voor de consument?
A. Het aanbod kan worden geoptimaliseerd en geïndividualiseerd.
B. Er hoeft minder aan ad-hocmarktonderzoek te worden besteed.
C. Er zijn meer mogelijkheden voor mond-tot-mondcommunicatie.
D. Er zijn meer mogelijkheden voor cross-selling.
1
Wat is de juiste volgorde van de fasen van de productlevenscyclus?
A. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) neergangsfase, (4) rijpheidsfase, (4) verzadigingsfase.
B. (1) introductiefase, (2) verzadigingsfase, (3) rijpheidsfase, (4) groeifase, (5) neergangsfase.
C. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) verzadigingsfase, (4) rijpheidsfase, (5) neergangsfase.
D. (1) introductiefase, (2) groeifase, (3) rijpheidsfase, (4) verzadigingsfase, (5) neergangsfase.
2
Wat betekent cross-buying?
A. De klant heeft de mogelijkheid gemakkelijk andere producten van dezelfde aanbieder te
krijgen.
B. De aanbieder heeft de mogelijkheid om de klant meer of gerelateerde producten te verkopen.
C. De consument zal de aanbieder aanbevelen bij andere consumenten en deze zal zo meer
verkopen.
D. De aanbieder kan de klant aanbieden dat deze voor service ook terecht kan bij concurrerende
aanbieders.
3
Wat is het verschil tussen actieve en passieve kwaliteit?
A. Actieve kwaliteit garandeert niet dat er ook sprake is van interactie tussen de consument en
het product.
B. Passieve kwaliteit garandeert alleen de kwaliteit van het product op het moment dat het van de
band rolt.
C. Bij passieve kwaliteit gaat het om de interactie tussen de consument en het product.
D. Actieve kwaliteit garandeert alleen de kwaliteit van het product op het moment dat het van de
band rolt.
4
De smaak en geur van een biologische AH-steak zijn een voorbeeld van:
A. een vertrouwenskenmerk
B. een ervaringskenmerk
C. een zoekkenmerk
D. een imagokenmerk
5
Welke formule geeft de billijkheid van een relatie weer?
A. Ib / Ob: Ib / Ob = 0
B. Oa / Ia: Ob / Ib = 1.0
C. Ia / Oa: Ib / Ob = 1.0
D. Oa / Ia: Ob / Ib = 0
6
Herhalingsaankopen worden vaak gedaan als er sprake is van een relatie tussen aanbieder en
consument. Dit heeft meerdere voordelen. Wat is een voordeel voor de consument?
A. Het aanbod kan worden geoptimaliseerd en geïndividualiseerd.
B. Er hoeft minder aan ad-hocmarktonderzoek te worden besteed.
C. Er zijn meer mogelijkheden voor mond-tot-mondcommunicatie.
D. Er zijn meer mogelijkheden voor cross-selling.