H3 oefentoets 4
1
Wat houdt consumentengedrag op 'geaggregeerd niveau' in?
A. Dat wil zeggen dat grote groepen consumenten volgens een bepaald patroon reageren op
veranderingen in de macro-omgeving.
B. Dan gaat het om situationele invloeden die specifiek gelden voor de individuele consument.
C. Op het geaggregeerde niveau schept de macro-omgeving basisvoorwaarden voor het gedrag
van consumenten.
D. Dat betekent consumentengedrag op 'collectief' niveau, dus het tegenovergestelde van
consumentengedrag op 'individueel' niveau.
2
Welke van de volgende omgevingsinvloeden heeft betrekking op de macro-omgeving?
A. consumentenvertrouwen
B. concurrentie
C. imago
D. politiek
3
Max Havelaar-koffie is een voorbeeld van:
A. kritisch consumentisme
B. milieubewust consumentisme
C. verantwoordelijk consumentisme
D. maatschappelijk consumentisme
4
Wat is geen doel van consumentisme?
A. geloofwaardigheid van producenten
B. zelfregulering
C. effectieve wetgeving
D. effectieve mededinging
5
Welke organisatie hoort bij het kritisch consumentisme?
A. Voedsel- en Warenautoriteit
B. RADAR
C. Greenpeace
D. Consumentenbond
6
Wat is het nadeel van een snelle gewenning aan en acceptatie van een nieuw product?
A. sterke en snelle opwaartse prijsdruk
B. snelle verdamping van de meerwaarde
C. snelle marktverzadiging
D. snelle introductie van een volgend product
1
Wat houdt consumentengedrag op 'geaggregeerd niveau' in?
A. Dat wil zeggen dat grote groepen consumenten volgens een bepaald patroon reageren op
veranderingen in de macro-omgeving.
B. Dan gaat het om situationele invloeden die specifiek gelden voor de individuele consument.
C. Op het geaggregeerde niveau schept de macro-omgeving basisvoorwaarden voor het gedrag
van consumenten.
D. Dat betekent consumentengedrag op 'collectief' niveau, dus het tegenovergestelde van
consumentengedrag op 'individueel' niveau.
2
Welke van de volgende omgevingsinvloeden heeft betrekking op de macro-omgeving?
A. consumentenvertrouwen
B. concurrentie
C. imago
D. politiek
3
Max Havelaar-koffie is een voorbeeld van:
A. kritisch consumentisme
B. milieubewust consumentisme
C. verantwoordelijk consumentisme
D. maatschappelijk consumentisme
4
Wat is geen doel van consumentisme?
A. geloofwaardigheid van producenten
B. zelfregulering
C. effectieve wetgeving
D. effectieve mededinging
5
Welke organisatie hoort bij het kritisch consumentisme?
A. Voedsel- en Warenautoriteit
B. RADAR
C. Greenpeace
D. Consumentenbond
6
Wat is het nadeel van een snelle gewenning aan en acceptatie van een nieuw product?
A. sterke en snelle opwaartse prijsdruk
B. snelle verdamping van de meerwaarde
C. snelle marktverzadiging
D. snelle introductie van een volgend product