Centraal zenuwstelsel
Neurofysiologie van bewegen
Sensomotorische kring:
Stel je voelt iets (S1), dan ga je dat analyseren (S2). Van hieruit kun je direct door naar M2 als
je dit eerder meegemaakt hebt (bijvoorbeeld je hand schudden bij een blaadje). Als je het
niet herkent (of het kriebelt nog steeds), gaat de informatie door naar S3. Hier komt er
informatie bij uit onder andere zicht, gehoor en reuk. Deze prikkel gaat daarna via het
limbisch systeem (waar beoordeeld wordt of het een gevaarlijke prikkel is of niet) door naar
M3 (als het niet gevaarlijk is). Bij M3 maak je een keuze wat je gaat doen. Als dit iets is wat je
al (veel) vaker gedaan hebt, wordt het via de basale kernen uitgevoerd (de beweging hoeft
niet opnieuw geprogrammeerd). Als je besluit een ‘nieuwe’ beweging uit te voeren, moet
deze beweging geprogrammeerd worden in M2. Daarna kunnen beide signalen (zowel de
bekende als de onbekende) uitgevoerd worden via de primaire motorische schors (M1).
Terugkoppeling:
Bijsturing via somatosensorische cortex (S1)
o Feedback
Bijsturing via cerebellum
o Feedback: vergelijk instructies met het effect (langzaam)
o Feedforward: onderschept instructies en stelt bij op basis van verwachting
(snel)
De informatie wordt via verschillende hersenbanen van en naar de hersenen gestuurd:
Tractus corticospinalis
, o Direct (schakelt niet over dus je kan er hele fijne bewegingen mee maken,
goed gecoördineerd)
o Komt van de cortex en gaat dan via de hersenstam naar het ruggenmerg
o Kruist naar de andere kant (85%), 15% ongekruist naar axiale spieren (nek en
romp)
Tractus spinothalamicus anterior en lateralis
o Gekruist
o Vitale sensibiliteit
o Komt binnen in het ruggenmerg, kruist dan en loopt naar de grote hersenen.
Daar gaat het signaal via het limbisch systeem naar de primaire
somatosensorische schors
Achterstrengbaan (cerebellum)
o Ongekruist
o Gnostische sensibiliteit
o Komt binnen in het ruggenmerg, dan gaat hij ongekruist naar de hersenen;
naar het cerebellum (voor houdingsregulatie) en via thalamus naar primaire
somatosensorische schors
Sensibiliteit
Vitale sensibiliteit (wordt onder andere verwerkt in het limbisch systeem)
o Pijnzin
o Temperatuurzin
o Grove tast
Gnostische sensibiliteit (wordt vooral verwerkt in de primaire somatosensorische
schors)
o Houdings- en bewegingszin
o Fijne tast
Klinische beelden CNA
Spierkracht Spiertonus Sturing Sensibiliteit
Cortex Parese = Hypotonie Ontremming Homunculus
cerebri vermindering slappe parese reflexen (gekruist)
(Hemi- Paralyse = Spasticiteit ruggenmerg Distaal meer
beeld) verdwenen spastische o Patholo- aangedaan
Distaal meer parese gische of dan
dan proximaal o Activiteit primitieve proximaal
Fijne rekreflex reflexen Min-
motoriek te hoog Verminderde symptomen
meer (remming sturing Tast-, pijnzin
aangedaan verstoord) o Combinatie en
dan grove o Versterkt kracht, tonus proprioceptie
motoriek bij en reflexen
Romp blijft verhoogde (selectiviteit)
relatief activatie o Fijne
gespaard en motoriek
, beweging (tractus
o Anti- cortico-
zwaarte- spinalis)
kracht-
spieren
o Knipmes-
fenomeen
Basale Rigiditeit Kleine
kernen o Alle bewegingen
spieren (hypokinesie)
o Loden pijp Traag
(continu) (bradykinesie)
o Masker- Moeite met
gelaat starten/ stoppen
o Gebogen (akinesie)
houding Houdings-
problemen
Automatisch
bewegen
verstoord
Cere- Ataxie
bellum (coördinatie) =
ongecontroleerd
bewegen,
onhandigheid
en doorschieten
Ruggen Parese Hypotonie & hyporeflexie (uitval Plus- en min-
-merg Paralyse sturing vanuit cortex) symptomen
(onder Hypertonie & hyperreflexie (geen Anesthesie =
het inhibitie uit cortex, toename niks meer
niveau rekreflexen via reflexbogen voelen
van de ruggenmerg)
laesie is
aange-
daan)
Neurologische functiestoornissen
Positieve symptomen Negatieve symptomen
Latijn Hyper- Hypo-
Para- A-
Dys-
Spierkracht Parese (verminderde
kracht)
Paralyse (kracht volledig
afwezig)
Spiertonus Hypertonie (algemeen) Hypotonie
, (-tonie) Paratonie (dementie) (verminderde tonus)
Dystonie (wringende bewegingen) Atonie (afwezige tonus)
Spasticiteit (cortex cerebri)
Rigiditeit (basale kernen)
Clonus (ritmisch)
Sturing Hyperkinesie/-metrie (tremor) Hypokinesie (kleine
(-kinesie, - Hyperreflexie bewegingen)
reflexie) Dyskinesie (chorea) Hyporeflexie
Dysdiadochokinese (alternerende Akinesie
bewegingen) (start/stopproblemen)
Ataxie (cerebellum) Areflexie
Festinatie Bradykinesie (trage
Freezing bewegingen)
Sensibiliteit Hyperesthesie Hyp(o)esthesie
(-esthesie, - Hyperalgesie Hypoalgesie
algesie) Hyperpathie Anesthesie
Par(a)esthesie Analgesie
Dysesthesie
Allodynie
Houdingsregulatie
Balanssystemen (die zorgen voor de input)
Extrinsiek: het waarnemen van de buitenwereld
o Visuele systeem
Intrinsiek: posturale systeem (van binnenin het lichaam)
o Somatosensoriek
o Evenwichtsorgaan
o Cerebellum
o Hersenkernen
Evenwichtsorgaan
De halfcirkelvormige kanalen (3) in het evenwichtsorgaan hebben meerdere functies:
Rotatie van het hoofd waarnemen
Positieverandering waarnemen
Werken samen met de ogen
Verzorgen het vestibulo-oculaire reflex (blikfixatie bij het draaien van het hoofd)
In het evenwichtsorgaan zitten ook statolietorganen. De functies hiervan zijn:
De statische positie van het hoofd waarnemen
Snelheidsverandering waarnemen
De houding ten opzichte van de zwaartekracht waarnemen
Zorgen voor oprichtreacties
Oprichtreacties = leiden ertoe dat het hoofd rechtop blijft staan ten opzichte van de
omgeving (ogen parallel aan de horizon) en de rest van het lichaam.