Training methodologie.
Bijeenkomst 2.
M2:
Opgave 1:
1. Mobiliteit, het medicijngebruik, de kwaliteit van leven en de mate waarin
de ouderen activiteiten zelfstandig konden uitvoeren. > onafhankelijke
variabelen.
Valpartijen zijn afhankelijke variabelen.
2. Nee, men kan hierbij geen oorzaak-gevolg relatie aantonen. Het gaat meer
om het in kaart brengen van alle determinanten. Het is cross-sectioneel
onderzoek, dus is er sprake van 1 meetmoment.
3. Observationeel onderzoek
4. RCT
5. Kwantitatief en toetsend
Opgave 2:
a. Prospectief cohortonderzoek
b. Totaal mensen= 1750
50+= 890
50- = 860
RR= 50+/ 50-
RR= 30/890)/10/860)= 2,9
c. Extra risico is van elkaar aftrekken
AR= 50+ - 50-
AR= 30/890) – 10/860)= 0,022 2,2%
= 22 per 1000 per 12 jaar
d. ODDS= kans HI t.o.v. geen kans HI
ODDS 50+= 30/890)/860/890)= 30/860
ODDS 50-= 10/860)/850/860)=10/850
e. Het is een zeldzame ziekte, waardoor odds ratio lijkt op relatief
risico.
RR= geeft sterkte verband aan en zegt hoeveel maal groter de kas
op het krijgen van ziekte is: 50+ hebben 2,9 maal hoger risico op HI
dan 50-.
AR= is risicoverschil, geeft extra info aan dat blootgestelden
hebben om ziekte te krijgen: 50+ hebben 2,2% meer risico op HI
dan 50- in 12 jaar tijd
OR= idem RR
Opgave 3:
a. Retrospectief cohortonderzoek
b. RR wel en niet= 0,06= 9/335)/63/148)= 15,8
c. AR= 63/148)- 9/335)= 0,40=40%
Bijeenkomst 2.
M2:
Opgave 1:
1. Mobiliteit, het medicijngebruik, de kwaliteit van leven en de mate waarin
de ouderen activiteiten zelfstandig konden uitvoeren. > onafhankelijke
variabelen.
Valpartijen zijn afhankelijke variabelen.
2. Nee, men kan hierbij geen oorzaak-gevolg relatie aantonen. Het gaat meer
om het in kaart brengen van alle determinanten. Het is cross-sectioneel
onderzoek, dus is er sprake van 1 meetmoment.
3. Observationeel onderzoek
4. RCT
5. Kwantitatief en toetsend
Opgave 2:
a. Prospectief cohortonderzoek
b. Totaal mensen= 1750
50+= 890
50- = 860
RR= 50+/ 50-
RR= 30/890)/10/860)= 2,9
c. Extra risico is van elkaar aftrekken
AR= 50+ - 50-
AR= 30/890) – 10/860)= 0,022 2,2%
= 22 per 1000 per 12 jaar
d. ODDS= kans HI t.o.v. geen kans HI
ODDS 50+= 30/890)/860/890)= 30/860
ODDS 50-= 10/860)/850/860)=10/850
e. Het is een zeldzame ziekte, waardoor odds ratio lijkt op relatief
risico.
RR= geeft sterkte verband aan en zegt hoeveel maal groter de kas
op het krijgen van ziekte is: 50+ hebben 2,9 maal hoger risico op HI
dan 50-.
AR= is risicoverschil, geeft extra info aan dat blootgestelden
hebben om ziekte te krijgen: 50+ hebben 2,2% meer risico op HI
dan 50- in 12 jaar tijd
OR= idem RR
Opgave 3:
a. Retrospectief cohortonderzoek
b. RR wel en niet= 0,06= 9/335)/63/148)= 15,8
c. AR= 63/148)- 9/335)= 0,40=40%