Eenheid 1: Oefening preparatievaardigheden en ergonomie
5 basiscriteria om goed ergonomisch te werken:
1. Bovenlichaam en hoofd symmetrisch rechtop
2. Werkveld recht vooruit
3. Lichtbundel van de lamp parallel met de blikrichting
4. Gemodificeerde pengreep
5. Juiste positionering patiënt
Hantering hoekstuk: Houd het hoekstuk vast op enige afstand van de boorkop, zodat
het gewicht gelijkmatig in de hand is verdeeld. Te dichtbij de kop vasthouden leidt tot
het minder flexibel hanteren van het hoekstuk. Als je verder van het werkveld af steunt,
heb je een betere verlichting van het werkveld en een beter overzicht.
Afsteuning: Met je ringvinger steun je af. Zo kun je kleine, gecontroleerde bewegingen
met de boor maken. Een ander voordeel van het afsteunen op een buurelement is dat als
de patiënt een onverwachte beweging maakt, er niks aan de hand is, omdat je één bent
met de kaak.
Prepareren: Boortjes hebben hun snijvlak vooral aan de zijkant. Verticaalwaarts boren
is nauwelijks een slijpend effect aanwezig. Je hanteert dus met een zijwaartse beweging
het preparatievlak.
, Eenheid 2: Rubberdam
Redenen rubberdam: Droogleggen een of meerdere gebitselementen
- Afscherming van mondvocht: Zo kan speeksel en bloed niet bij de preparatie komen
- Overzichtelijk werkterrein
- Patiënt of behandelaar vrijwaren van schadelijke ingrediënten
- Bij een wortelkanaal behandeling: Bacteriën uit de mondholte kunnen het
wortelkanaal niet infecteren
- Tandheelkundige materialen kunnen niet in de keelholte terecht komen
Hoeveel elementen leg je minimaal droog:
- Eén element:
- Klasse I preparatie
- Klasse V preparatie
- Wortelkanaalbehandeling met occlusale opening
- Twee elementen:
- Klasse II- tweevlaks- of drievlakspreparatie
- Klasse III preparatie
- Drie elementen:
- Klasse II-drievlakspreparatie in het mesiale én distale vlak
- Meerdere elementen
- Bij meerdere restauraties in hetzelfde kwadrant
Je mag er altijd meer droogleggen, niet minder
Bij een approximale preparatie leg je ook het buurelement onder de rubberdam.
Gaatjes maken in het rubberdam:
- Nummer 1: Onderincisieven
- Nummer 2: Bovenincisieven
- Nummer 3: Cuspidaten en premolaren
- Nummer 4: Molaren
- Nummer 5: Extreem grote elementen
5 basiscriteria om goed ergonomisch te werken:
1. Bovenlichaam en hoofd symmetrisch rechtop
2. Werkveld recht vooruit
3. Lichtbundel van de lamp parallel met de blikrichting
4. Gemodificeerde pengreep
5. Juiste positionering patiënt
Hantering hoekstuk: Houd het hoekstuk vast op enige afstand van de boorkop, zodat
het gewicht gelijkmatig in de hand is verdeeld. Te dichtbij de kop vasthouden leidt tot
het minder flexibel hanteren van het hoekstuk. Als je verder van het werkveld af steunt,
heb je een betere verlichting van het werkveld en een beter overzicht.
Afsteuning: Met je ringvinger steun je af. Zo kun je kleine, gecontroleerde bewegingen
met de boor maken. Een ander voordeel van het afsteunen op een buurelement is dat als
de patiënt een onverwachte beweging maakt, er niks aan de hand is, omdat je één bent
met de kaak.
Prepareren: Boortjes hebben hun snijvlak vooral aan de zijkant. Verticaalwaarts boren
is nauwelijks een slijpend effect aanwezig. Je hanteert dus met een zijwaartse beweging
het preparatievlak.
, Eenheid 2: Rubberdam
Redenen rubberdam: Droogleggen een of meerdere gebitselementen
- Afscherming van mondvocht: Zo kan speeksel en bloed niet bij de preparatie komen
- Overzichtelijk werkterrein
- Patiënt of behandelaar vrijwaren van schadelijke ingrediënten
- Bij een wortelkanaal behandeling: Bacteriën uit de mondholte kunnen het
wortelkanaal niet infecteren
- Tandheelkundige materialen kunnen niet in de keelholte terecht komen
Hoeveel elementen leg je minimaal droog:
- Eén element:
- Klasse I preparatie
- Klasse V preparatie
- Wortelkanaalbehandeling met occlusale opening
- Twee elementen:
- Klasse II- tweevlaks- of drievlakspreparatie
- Klasse III preparatie
- Drie elementen:
- Klasse II-drievlakspreparatie in het mesiale én distale vlak
- Meerdere elementen
- Bij meerdere restauraties in hetzelfde kwadrant
Je mag er altijd meer droogleggen, niet minder
Bij een approximale preparatie leg je ook het buurelement onder de rubberdam.
Gaatjes maken in het rubberdam:
- Nummer 1: Onderincisieven
- Nummer 2: Bovenincisieven
- Nummer 3: Cuspidaten en premolaren
- Nummer 4: Molaren
- Nummer 5: Extreem grote elementen