Brutowinst per product = verkoopprijs – inkoopprijs
Totale brutowinst = afzet X brutowinst per product
= omzet – inkoopwaarde verkochte goederen
Economische voorraad = technische voorraad + voorinkopen – voorverkopen
Vvp = geschatte gemiddelde inkoopprijs + inkoopkosten per product.
Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten + saldo overige opbrengsten
= omzet – inkoopwaarde van de omzet – bedrijfskosten + overige
opbrengsten – overige verliezen
= totale opbrengst – totale kosten
Bedrijfsresultaat = omzet – inkoopwaarde – bedrijfskosten
Technische voorraad: de feitelijk aanwezige voorraad goederen
Economische voorraad: de voorraad waarover een bedrijf prijsrisico loopt
Fifo: First in First out, bij verkoop wordt de inkoopprijs van de oudste voorraad
gebruikt
Lifo: Last in First out, bij verkoop wordt de inkoopprijs van de jongste voorraad
gebruikt
VVP: vaste verrekenprijs, gemiddelde vaste prijs
Vervangingswaarde: bedrag dat op moment van verkoop van voorraad moet
worden betaald om voorraad weer aan te vullen.