1Samenleving en diversiteit aantekeningen
Les 1 sociologie en de moderne samenleving
Moderne samenleving
De mens is een sociaal wezen, heeft altijd in bepaald groepsverband geleefd (kuddedier).
Samenleving is een groot sociaal systeem waarbij individuen en groepen mensen met elkaar in
interactie staat en dankzij die interactie de samenleving inrichten
Samenwerken binnen een samenleving is vaak niet face-to-face, daarbij spelen bepaalde instituties
(formele of informele organisaties) een belangrijke rol in.
De moderne samenleving is het resultaat van bepaalde ontwikkelingen van menselijk samenleven.
(evolutie en revolutie).
Wij maken onderscheid tussen drie soorten samenlevingen:
- Jagers en verzamelaars
- Agrarische samenleving
- Industriële samenleving (nu)
Modernisering (industriële samenleving) is een proces dat ingezet is door de industriële revolutie. Het
staat voor samenhangende maatschappelijke veranderingen.
Wetenschappelijke technologische vooruitgang -> economische processen -> maatschappelijke
veranderingen.
Traditionele samenleving: Gemeinschaf Moderne samenleving: Gesellschaf
Traditionele economie Markteconomie
Nachtwakersstaat Nationale staten
Feodale levenswijze Verzorgingsstaat
Extended family Kerngezin
Traditionele cultuur en folklore Stedelijke leefwijze
Godsdienst neemt centrale plaats Secularisering/ontkerkelijking
Wetenschap
Moderne samenleving:
Opkomst van nationale staat en politieke democratisering.
Staat heeft steeds meer te vertellen over ons leven: de staat groeit enorm en krijgt steeds meer
afdelingen en instituties die namens staat iets voor elkaar proberen te krijgen -> staatsbureaucratie
neemt toe.
Opkomst van markteconomie en loonarbeid, mensen trekken in stedelijke levenswijze met elkaar op
en doen mee aan de markteconomie binnen de samenleving.
Scheiding tussen publiek en privaat domein
Verstedelijking en maatschappelijke differentiatie (onderwijs)
Individualisering
Secularisering en grotere rol van wetenschap
Moderniseringsprocessen
Differentiatie
Commodificatie
Rationalisatie
,2Samenleving en diversiteit aantekeningen
Differentiatie
Verschillen tussen mensen nemen toe
Taakdifferentiatie: specialisatie van arbeidstaken -> steeds nieuwe beroepen
Systeemdifferentiatie: er komen aparte instituties (deelproblemen)
Commodificatie
Commercialisering van de samenleving
Rationalisatie
Opkomst van wetenschap en logica
Onderwijs is steeds belangrijker. Alles rationaal inrichten, meer hoofd gebruiken en minder hart.
Postmoderne samenleving
De postmoderne samenleving is de laatste fase van de moderne samenleving.
Actief burgerschap: De bereidheid (solidariteit) en het vermogen (sociaal kapitaal en sociale
vaardigheid) deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
Multiculturele samenleving kent drie migratiegolven: repatriëring, arbeidsmigratie en
oorlogsmigratie. Door verruiming van communicatiemiddelen en fysieke mobiliteit is het mogelijk om
binnen de samenleving te begeven en te identificeren, maar ook contact te onderhouden met de
herkomstsamenleving. Door globalisering zijn we steeds beter in staat om ons wereldwijd te begeven
en je niet vast te houden aan alleen eigen cultuur.
Kenmerken postmoderne samenleving:
Internationalisering i.p.v. nationale staat
Globalisering
Verzorgingsstaat in een crisis
Individualisering en het afbrokkelen sociale verbanden
Toenemende technologische ontwikkelingen
Kritische houding tegenover wetenschap en technologie
Sociale vraagstukken
Onze samenleving staat voor een aantal grote vraagstukken:
Sociale cohesie: Hoe houden we de samenleving bijeen?
Sociale ongelijkheid: Hoe gaan we om met verdelingsvraagstuk en gevolg voor onderlinge
verhoudingen?
Sociale identiteit: Wie ben ik en wie zijn wij?
Sociale cohesie
De onderlinge betrokkenheid of sociale samenhang. De sociale cohesie staat onder druk door
globalisering, individualisering en diversiteit.
De sociale cohesie heeft betrekking op saamhorigheid, solidariteit, tolerantie en integratie en
segregatie.
Sociale ongelijkheid
Ongelijke verdeling van kennis, inkomen, vermogen, opleidingskansen, gezag en privileges.
Ongelijke waardering en behandeling aan de hand van verschil in sociale posities. Armoede is vaak
het gevolg van sociale uitsluiting, kan betrekking hebben op saamhorigheid (schuld betrekken op
sociaal context ipv zichzelf).
Sociale identiteit
Heeft te maken met de cultuur, leefstijl en identiteit van mensen. Dankzij globalisering en
individualisering staat dit onder druk. Mensen gaan hun leven op eigen manier vormgeven, ze gaan
zich niet met de hele samenleving identificeren maar trekken zich wat meer terug.
, 3Samenleving en diversiteit aantekeningen
Les 2 migratie en diversiteit
Migratie is zo oud als de mensen zelf en hangt direct samen met grenzen en de natie-staat
Natie: Taal, vlag, volkslied etc.
Staat: de grenzen.
Migratie: van de ene staat naar de andere gaan.
Kan op micro, meso en macro niveau
Micro: ik verdien hier niet genoeg
Meso: onvoldoende werkgelegenheid door organisaties
Macro: geen goed beleid door regering voor werkgelegenheid
Migranten in Nederland kan je verdelen in drie groepen
Migranten uit oude koloniën
Arbeidsmigranten
Vluchtelingen
Motivatie om nu naar NL te komen
Huwelijk 26%
Gezinshereniging 20%
Asiel 22%
Arbeid 19%
Overig 13%
Drie benaderingswijze om migratie te verklaren:
Klassieke economische ontwikkelingstheorie
Push and pullfactoren, perspectief op werk, gebrek aan economische ontwikkelingen
Historische-structurele benadering
Goedkope arbeiders naar rijke landen, gaat over economische en politieke macht
Migratiesysteemtheorie
Aan de hand van een gedeelde geschiedenis zijn de landen verbonden aan elkaar, kolonialisme en
slavernij
1983
Beleid om nieuwkomers beter te laten integreren
Gastarbeiders blijven
Sociale en economische achterstand opheffen
Vanuit de verzuilingstraditie kregen verschillende minderheden subsidie om eigen culturele identiteit
in stand te houden
Beleidsvisie de multiculturele samenleving waarbij verschillende culturen op een gelijkwaardige
manier naast elkaar kunnen leven: tolerantie en acceptatie van elkaar staat centraal
1995
In 1989 wordt vastgesteld dat de aanpak er niet toe geleidt heeft dat nieuwkomers een betere positie
hadden gekregen binnen de samenleving
Het begin van een ander politieke paradigma (visie, mening)
Inburgeringsprogramma’s worden ingesteld
Verantwoordelijkheid langzaam bij het individu ipv de groep
Les 1 sociologie en de moderne samenleving
Moderne samenleving
De mens is een sociaal wezen, heeft altijd in bepaald groepsverband geleefd (kuddedier).
Samenleving is een groot sociaal systeem waarbij individuen en groepen mensen met elkaar in
interactie staat en dankzij die interactie de samenleving inrichten
Samenwerken binnen een samenleving is vaak niet face-to-face, daarbij spelen bepaalde instituties
(formele of informele organisaties) een belangrijke rol in.
De moderne samenleving is het resultaat van bepaalde ontwikkelingen van menselijk samenleven.
(evolutie en revolutie).
Wij maken onderscheid tussen drie soorten samenlevingen:
- Jagers en verzamelaars
- Agrarische samenleving
- Industriële samenleving (nu)
Modernisering (industriële samenleving) is een proces dat ingezet is door de industriële revolutie. Het
staat voor samenhangende maatschappelijke veranderingen.
Wetenschappelijke technologische vooruitgang -> economische processen -> maatschappelijke
veranderingen.
Traditionele samenleving: Gemeinschaf Moderne samenleving: Gesellschaf
Traditionele economie Markteconomie
Nachtwakersstaat Nationale staten
Feodale levenswijze Verzorgingsstaat
Extended family Kerngezin
Traditionele cultuur en folklore Stedelijke leefwijze
Godsdienst neemt centrale plaats Secularisering/ontkerkelijking
Wetenschap
Moderne samenleving:
Opkomst van nationale staat en politieke democratisering.
Staat heeft steeds meer te vertellen over ons leven: de staat groeit enorm en krijgt steeds meer
afdelingen en instituties die namens staat iets voor elkaar proberen te krijgen -> staatsbureaucratie
neemt toe.
Opkomst van markteconomie en loonarbeid, mensen trekken in stedelijke levenswijze met elkaar op
en doen mee aan de markteconomie binnen de samenleving.
Scheiding tussen publiek en privaat domein
Verstedelijking en maatschappelijke differentiatie (onderwijs)
Individualisering
Secularisering en grotere rol van wetenschap
Moderniseringsprocessen
Differentiatie
Commodificatie
Rationalisatie
,2Samenleving en diversiteit aantekeningen
Differentiatie
Verschillen tussen mensen nemen toe
Taakdifferentiatie: specialisatie van arbeidstaken -> steeds nieuwe beroepen
Systeemdifferentiatie: er komen aparte instituties (deelproblemen)
Commodificatie
Commercialisering van de samenleving
Rationalisatie
Opkomst van wetenschap en logica
Onderwijs is steeds belangrijker. Alles rationaal inrichten, meer hoofd gebruiken en minder hart.
Postmoderne samenleving
De postmoderne samenleving is de laatste fase van de moderne samenleving.
Actief burgerschap: De bereidheid (solidariteit) en het vermogen (sociaal kapitaal en sociale
vaardigheid) deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
Multiculturele samenleving kent drie migratiegolven: repatriëring, arbeidsmigratie en
oorlogsmigratie. Door verruiming van communicatiemiddelen en fysieke mobiliteit is het mogelijk om
binnen de samenleving te begeven en te identificeren, maar ook contact te onderhouden met de
herkomstsamenleving. Door globalisering zijn we steeds beter in staat om ons wereldwijd te begeven
en je niet vast te houden aan alleen eigen cultuur.
Kenmerken postmoderne samenleving:
Internationalisering i.p.v. nationale staat
Globalisering
Verzorgingsstaat in een crisis
Individualisering en het afbrokkelen sociale verbanden
Toenemende technologische ontwikkelingen
Kritische houding tegenover wetenschap en technologie
Sociale vraagstukken
Onze samenleving staat voor een aantal grote vraagstukken:
Sociale cohesie: Hoe houden we de samenleving bijeen?
Sociale ongelijkheid: Hoe gaan we om met verdelingsvraagstuk en gevolg voor onderlinge
verhoudingen?
Sociale identiteit: Wie ben ik en wie zijn wij?
Sociale cohesie
De onderlinge betrokkenheid of sociale samenhang. De sociale cohesie staat onder druk door
globalisering, individualisering en diversiteit.
De sociale cohesie heeft betrekking op saamhorigheid, solidariteit, tolerantie en integratie en
segregatie.
Sociale ongelijkheid
Ongelijke verdeling van kennis, inkomen, vermogen, opleidingskansen, gezag en privileges.
Ongelijke waardering en behandeling aan de hand van verschil in sociale posities. Armoede is vaak
het gevolg van sociale uitsluiting, kan betrekking hebben op saamhorigheid (schuld betrekken op
sociaal context ipv zichzelf).
Sociale identiteit
Heeft te maken met de cultuur, leefstijl en identiteit van mensen. Dankzij globalisering en
individualisering staat dit onder druk. Mensen gaan hun leven op eigen manier vormgeven, ze gaan
zich niet met de hele samenleving identificeren maar trekken zich wat meer terug.
, 3Samenleving en diversiteit aantekeningen
Les 2 migratie en diversiteit
Migratie is zo oud als de mensen zelf en hangt direct samen met grenzen en de natie-staat
Natie: Taal, vlag, volkslied etc.
Staat: de grenzen.
Migratie: van de ene staat naar de andere gaan.
Kan op micro, meso en macro niveau
Micro: ik verdien hier niet genoeg
Meso: onvoldoende werkgelegenheid door organisaties
Macro: geen goed beleid door regering voor werkgelegenheid
Migranten in Nederland kan je verdelen in drie groepen
Migranten uit oude koloniën
Arbeidsmigranten
Vluchtelingen
Motivatie om nu naar NL te komen
Huwelijk 26%
Gezinshereniging 20%
Asiel 22%
Arbeid 19%
Overig 13%
Drie benaderingswijze om migratie te verklaren:
Klassieke economische ontwikkelingstheorie
Push and pullfactoren, perspectief op werk, gebrek aan economische ontwikkelingen
Historische-structurele benadering
Goedkope arbeiders naar rijke landen, gaat over economische en politieke macht
Migratiesysteemtheorie
Aan de hand van een gedeelde geschiedenis zijn de landen verbonden aan elkaar, kolonialisme en
slavernij
1983
Beleid om nieuwkomers beter te laten integreren
Gastarbeiders blijven
Sociale en economische achterstand opheffen
Vanuit de verzuilingstraditie kregen verschillende minderheden subsidie om eigen culturele identiteit
in stand te houden
Beleidsvisie de multiculturele samenleving waarbij verschillende culturen op een gelijkwaardige
manier naast elkaar kunnen leven: tolerantie en acceptatie van elkaar staat centraal
1995
In 1989 wordt vastgesteld dat de aanpak er niet toe geleidt heeft dat nieuwkomers een betere positie
hadden gekregen binnen de samenleving
Het begin van een ander politieke paradigma (visie, mening)
Inburgeringsprogramma’s worden ingesteld
Verantwoordelijkheid langzaam bij het individu ipv de groep