100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Class notes

BMD Colleges Blok 3B/D

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
14-02-2018
Written in
2017/2018

Dit zijn alle biomedisch colleges van jaar 3 blok B/D

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 14, 2018
Number of pages
18
Written in
2017/2018
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

Content preview

BMD CO1 Lymfesysteem
Uitwisseling capillairen
- Arterieel P. Hydrostatisch groter dan CODplasma  dan gaat het vocht het vat uit
- Veneus dan moet CODplasma groter zijn  omdat vocht weer in het vat moet komen
Hoe komen eiwitten in interstitium? Veel eiwitten in bloedbaan en niet in interstitium. Kan niet door
porien: wel door de cellen heen – endotheelcellen aan de veneuze zijde. Dumpen ze in interstitium. Komen
er meer in de bloedbaan dan komen er ook meer in interstitium. Meer water naar interstitium en dus
oedeemvorming.
Hoe krijg je eiwitten weg: lymfe. Afvoeren weefselvocht en eiwitten. Weghalen van lymfe, bestralen heeft
gevolgen!

Lymfestelstel:
- lymfebanen
- lymfeknopen/lymfklieren
- lymfatische organen (milt, thymus)

Lymfevaten
- lymfecapillairen
- precollectoren
- collectoren (afferente, naar lymfknoop toe en efferente, van lymfknoop afvoerend)
- truncus
- ductus thoracicus of lymfaticus dexter

Endotheelcellen zitten vast door ankerfilamenten aan
collageen. Door ankerfilamenten wordt endotheelcel
uitgerekter. Als het teveel uitgerekt is dan kan het de cel in
maar ook weer uit

Lymfecapillair
- blind begin
- endotheelcellen
- BM niet overal aanwezig
- Endotheelkleppen systeem
- Ankerfilamenten
- Transport door drukverschil

Precollector
- endotheel
- glad spierweefsel
- kleppen
- eerste deel nog resorptie, de rest voor transport
- actief transport d.m.v. contractie (geen drukverschillen)

Collector
- t intima, t media, t adventila
- kleppen  lymfagion = stukje tussen 2 kleppen in – hier werk je mee, hoe meer vulling, hoe meer
contractie en hoe meer je afvoert
- afvoerend naar lymfklier

Grote lymfvaten
truncus lubalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus thoracus  truncus
bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis  vena subclavia sinistra = links maar ook
rechter been
truncus lumbalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus lymfaticus dexter 
truncus bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis  vena subclavia dextra = rechts

Lymfestelsel
- ductus thoracis voert af naar de vena subclavia sinistra in de venenhoek
- ductus lymfaticus dexter voert af naar vena subclavia dexter in de venenhoek

,Zo komen eiwitten weer terug in de bloedbaan
Transport
- actief
- skeletspierbewegingen
- pulsaties
- adembewegingen
- waterstraalzuigpompeffect – door stroom bloed richting hart, stroom van lymfe bij en de stroom
zuigt dat aan

Axiale lymfknopen
- Lnn axillares laterales
- Lnn subscapulares
- Lnn pectorales
- Lnn axillares centrales
- Lnn infraclaviculares

Indeling lymfebanen arm/been
Oppervlakkig
- epifasciaal
- lymfehuid en subcutis
Diep
- subfasciaal (vaatzenuwstreng)
- botten, spieren, gewrichten

Lymfeafvloed huid
- huidereaal – elk rondje heeft zijn eigen precollector, overlappen elkaar,
lymfe via ene kant en andere kant wegstromen. Rond huidgebied, voer af
via precollector
- huidzone – groter gebied (meer huidareaal). Alle precollectoren van
huidarealen verzameld. Dwarsverbindingen tussen collectoren
- huidterritorium – alle collectoren horende bij een collectorenbundel,
waterscheiding, weinig anastomosen
Kan je met de stroom mee? Dan weet je hoe lymfe met de stroom mee gaan en
waar je heen transporteert.
Kan dit niet? Over waterscheiding heen brengen, weinig anastomosen daar dus tegen de stroom in  door
manuele lymfedrainage

Oedeem
- pitting oedeem  duw je vocht weg en vocht gaat langzaam terug, ontsteking insufficentie =
eiwitrijkoedeem en dat kan fibrosering veroorzaken, verbindweefseling, door fibrosering zit
water gevangen. Als je dan duwt geen putje, oedeem is overgegaan van pittingoedeem naar
nonpittingoedeem

1. Wat is/zijn de functie(s) van het lymfestelsel?
a. Verwijderen afvalstoffen uit je lichaam, afvalstoffen uit lymfevocht
b. Afweer tegen infecties
c. Afvoeren weefselvocht en eiwitten
2. Waarom is het belangrijk, dat via het lymfestelsel eiwit kan worden afgevoerd uit het interstitium?

a. Als eiwit in interstitium blijft zal er concentratieverschil zijn en dus vochtophoping wat
zorgt voor oedeem
3. Leg uit hoe het vocht vanuit het interstitium in de lymfcapillair terecht komt?
a. truncus lubalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus thoracus
 truncus bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis  vena subclavia
sinistra = links maar ook rechter been
b. truncus lumbalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus
lymfaticus dexter  truncus bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis

,  vena subclavia dextra = rechts
4. Via welke truncus wordt de lymfe uit het rechter been afgevoerd naar de cisterna chyli?
a. truncus lumbalis
5. Welke trunci komen nog meer uit in de cisterna chyli?
a. Truncus lumbalis en truncus interstinalus
6. Welk lymfevat start vanuit de cisterna chyli?
a. Ductus thoracis
7. Waar mondt de ductus thoracicus uit in de bloedbaan?
a. Vena subclavia sinistra
8. De lymfe uit welke gebieden wordt afgevoerd naar de bloedbaan door de ductus thoracicus?
a. Linkerdeel hoofd, linkerarm, linkerdeel wervelkolom, linker en rechter been
9. Welk ander lymfvat brengt de lymfe terug naar de bloedbaan en waar komt deze lymfe vandaan?
a. Ductus lymfaticus dexter, komt van cistema chyli

10. Wat is een huidareaal, een huidzone en een huidterritorium?
a. huidereaal – elk rondje heeft zijn eigen precollector, overlappen elkaar, lymfe via ene kant
en andere kant. Rond huidgebied, voer af via precollector
b. huidzone – groter gebied (meer huidareaal). Alle precollectoren van huidarealen
verzameld. Dwarsverbindingen tussen collectoren
c. huidterritorium – alle collectoren horende bij een collectorenbundel, waterscheiding,
weinig anastomosen
11. Wat versta je onder de lymfatische ‘wasserscheiden’?
a.
12. Leg uit hoe het transport van de lymfe plaatsvindt?
a. Dit kan via drukverschillen
b. Dit kan via contracties van de lymfewand en dan gaat het tegen de stroom in
13. Wat is/zijn de functie(s) van de lymfknoop?
a. ze filteren de lymfe voordat die in de bloedbaan komt en vernietigen bacteriën en
ziektekiemen. De lymfeknopen en de lymfevaten kunnen zelf ontstoken raken als er een
infectie in het lichaam optreedt. Een ontsteking van een lymfevat is zichtbaar als een rode
streep op de huid. Een ontsteking van een lymfeknoop is vaak zichtbaar als een
verdikking.
b. Maken lymfecellen aan
14. Beschrijf de bouw van een lymfknoop.
a.
15. Welke lymfknopen passeert de lymfe van de arm alvorens weer in de circulatie terecht te komt?
a.
16. Waar in ons lichaam treffen we ophopingen van lymfknopen aan?
a. In de oksel en in de lies
17. Beschrijf de weg die de lymfe gaat vanuit de lymfcapillair naar de bloedsomloop?
a. truncus lumbalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus
thoracus  truncus bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis  vena
subclavia sinistra = links en rechter been
b. truncus lumbalis (twee van deze) + truncus interstinalus  cistema chyli  ductus
lymfaticus dexter  truncus bronchomediastinales, truncus subclavius, truncus jugularis
 vena subclavia dextra = rechts
18. Een patiënt met lymfoedeem in het rechterbeen komt bij je voor manuele lymfedrainage. Het
lymfestelsel is intact. Waar ga je de lymfe naar afvoeren, naar de inguinale lymfknopen rechts of
naar de inguinale lymfknopen links. Leg uit waarom.
a. Links, rechts zijn de lymfe dus niet meer in staat om de regulatie constant te houden,
daarom moet er worden gedraineerd naar links
19. Leg uit waarom lymfoedeem ontstaan na een lymfkliertoilet progressief is.
a. De lymfeknopen/vaten zijn deels allemaal weggehaald en komen niet meer terug er is
dus onvoldoende materiaal om de afvalstoffen/eiwitten en vocht af te voeren. Dit hoopt
zich dus progressief op omdat de lymfeknopen etc. niet terugkomen
20. Leg uit aan de hand van de fysiologie van het lymfetransport, hoe je met manuele lymfedrainage
de lymfeafvloed bevordert.
a. Door bij lymfagion aan te grijpen en daar contracties kunnen plaats vinden. Door deze
$4.30
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Document also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
kikidenblanken Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
44
Member since
10 year
Number of followers
30
Documents
77
Last sold
3 year ago

Hoi allemaal, Leuk dat je een kijkje neemt op mijn stuvia. Ik zit in mijn derde jaar fysiotherapie op de Hogeschool Utrecht. Ik hoop dat ik jullie met mijn samenvattingen een handje kan helpen met jullie studie. Een beoordeling is altijd welkom :) Groetjes Kiki

3.9

9 reviews

5
3
4
3
3
2
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions