Literatuurvragen Week 2
1. Welke maatregelen stelt Ward voor om harm te reduceren bij foto’s die sociale misstanden
aan de kaak stellen? Geef je antwoord aan de hand van een voorbeeld.
Er moeten verschillende vragen worden gesteld bij afbeeldingen die eventueel schade zouden
kunnen toebrengen aan bepaalde personen. Bijvoorbeeld of de afbeelding veranderd
(gemanipuleerd) moet worden zodat hij minder schade toebrengt. Zijn er kwetsbare mensen
afgebeeld in de afbeelding? Wat voor effect zal de publicatie op hun levens hebben? Als voorbeeld
denk ik hierbij aan de foto van de aangespoelde Aylan. Deze foto was verschrikkelijk om te zien voor
de vader van het kindje. Het kindje ligt er ook heel kwetsbaar en hierdoor moet afgevraagd worden
in hoeverre de foto aangepast zou moeten worden om de foto minder kwetsbaar te maken
(misschien het gezicht blurren of een andere aanpassing).
2. Ward propageert terughoudendheid als het gaat om het vermijden van aanstootgevende
berichtgeving, nu media wereldwijd toegankelijk zijn. Hoe stelt hij voor dat een journalist
moet omgaan met ‘hate speech’ (een term die hij zelf niet gebruikt) van politici, religieuze
leiders e.d.?
We kunnen hate speech beschouwen als de terugplaatsing van de belangen van sommige
bevolkingsgroepen. Maar Mill´s beperking van schade aan de tegenslag van belangen is de enige
´gezonde´ houding voor liberale democratieën. Het alternatief is het toestaan van sociale controle
op onbelangrijke acties, acties die weinig schade toebrengen of acties die gemiddeld beledigend
zijn.
3. Wat is het verschil in de officiële beeld-weergave van de executie van Saddam Hoessein,
Osama Bin Laden en Gaddafi?
Bij Gaddafi werden er expliciete foto’s gepubliceerd van zijn overlijden en de momenten daarvoor
en daarna. Er was bijvoorbeeld een foto te zien dat Gaddafi onder het bloed in een geïmproviseerd
lijkenhuis lag, en dat de gewonde dictator bovenop een auto lag.
In het geval van Osama bin Laden werden er helemaal geen foto’s gepubliceerd, omdat president
Obama vond dat die foto’s misschien geweld en andere ellende zouden oproepen.
In het geval van Saddam Hoessein werd er een deel van de executie op televisie uitgezonden,
namelijk het deel dat Hoessein naar de galg werd geleid en dat zijn hoofd in de strop werd geplaatst.
Het verschil tussen deze drie executies is opmerkelijk: bij de executie van Gaddafi werden er
expliciete foto’s gepubliceerd, bij Saddam Hoessein videobeelden die minder bloederig waren, maar
wel duidelijk lieten zien dat er een executie plaats vond en bij de executie van Osama Bin Laden
werd er helemaal niets publiekelijk vertoond.
4. Welk argument hanteren Patching & Hirst om de publicatie van expliciete ('graphic') foto's
van bijv. geweld of slachtoffers van (natuur)rampen ethisch aanvaardbaar te verklaren?
Wat zulke expliciete foto’s gemeen hebben, is dat de fotograaf er op dat moment ‘toevallig’ was en
het moment vastlegde. De publicatie van deze foto’s is ethisch aanvaardbaar omdat die foto’s een
1. Welke maatregelen stelt Ward voor om harm te reduceren bij foto’s die sociale misstanden
aan de kaak stellen? Geef je antwoord aan de hand van een voorbeeld.
Er moeten verschillende vragen worden gesteld bij afbeeldingen die eventueel schade zouden
kunnen toebrengen aan bepaalde personen. Bijvoorbeeld of de afbeelding veranderd
(gemanipuleerd) moet worden zodat hij minder schade toebrengt. Zijn er kwetsbare mensen
afgebeeld in de afbeelding? Wat voor effect zal de publicatie op hun levens hebben? Als voorbeeld
denk ik hierbij aan de foto van de aangespoelde Aylan. Deze foto was verschrikkelijk om te zien voor
de vader van het kindje. Het kindje ligt er ook heel kwetsbaar en hierdoor moet afgevraagd worden
in hoeverre de foto aangepast zou moeten worden om de foto minder kwetsbaar te maken
(misschien het gezicht blurren of een andere aanpassing).
2. Ward propageert terughoudendheid als het gaat om het vermijden van aanstootgevende
berichtgeving, nu media wereldwijd toegankelijk zijn. Hoe stelt hij voor dat een journalist
moet omgaan met ‘hate speech’ (een term die hij zelf niet gebruikt) van politici, religieuze
leiders e.d.?
We kunnen hate speech beschouwen als de terugplaatsing van de belangen van sommige
bevolkingsgroepen. Maar Mill´s beperking van schade aan de tegenslag van belangen is de enige
´gezonde´ houding voor liberale democratieën. Het alternatief is het toestaan van sociale controle
op onbelangrijke acties, acties die weinig schade toebrengen of acties die gemiddeld beledigend
zijn.
3. Wat is het verschil in de officiële beeld-weergave van de executie van Saddam Hoessein,
Osama Bin Laden en Gaddafi?
Bij Gaddafi werden er expliciete foto’s gepubliceerd van zijn overlijden en de momenten daarvoor
en daarna. Er was bijvoorbeeld een foto te zien dat Gaddafi onder het bloed in een geïmproviseerd
lijkenhuis lag, en dat de gewonde dictator bovenop een auto lag.
In het geval van Osama bin Laden werden er helemaal geen foto’s gepubliceerd, omdat president
Obama vond dat die foto’s misschien geweld en andere ellende zouden oproepen.
In het geval van Saddam Hoessein werd er een deel van de executie op televisie uitgezonden,
namelijk het deel dat Hoessein naar de galg werd geleid en dat zijn hoofd in de strop werd geplaatst.
Het verschil tussen deze drie executies is opmerkelijk: bij de executie van Gaddafi werden er
expliciete foto’s gepubliceerd, bij Saddam Hoessein videobeelden die minder bloederig waren, maar
wel duidelijk lieten zien dat er een executie plaats vond en bij de executie van Osama Bin Laden
werd er helemaal niets publiekelijk vertoond.
4. Welk argument hanteren Patching & Hirst om de publicatie van expliciete ('graphic') foto's
van bijv. geweld of slachtoffers van (natuur)rampen ethisch aanvaardbaar te verklaren?
Wat zulke expliciete foto’s gemeen hebben, is dat de fotograaf er op dat moment ‘toevallig’ was en
het moment vastlegde. De publicatie van deze foto’s is ethisch aanvaardbaar omdat die foto’s een