Human Geography
College 2: space, place en landschap
Ruimte: abstract, zonder betekenis, emotionele binding. Relationeel, uitkomst van sociale
relaties maar ook vormend binnen die relaties.
Plaats: ruimte waar betekenis gekoppeld is en ervaren wordt door mensen. Een locatie
waar mensen zich aangetrokken voelen. Betekenisvolle plek. Combinatie materialiteiten,
praktijken en betekenissen.
Ruimte
Voor 1950: impliciet absolutie ruimte
Het was gewoon er werd niet echt over gesproken. Een container waarbinnen dingen
gebeuren. Er werden kaarten over plekken gemaakt en dat was het.
Vanaf 1950 absolute ruimte
Er kwamen regels voor het maken van kaarten waardoor wetenschappelijke methodes
gebruikt werden.
Ruimte: niet meer impliciet maar expliciete definitie
Definitie: een geometrisch systeem van organisatie waarin mensen en objecten zich
bevinden.
Vanaf 1970 cognitieve ruimte
Mensen ervaren ruimte niet als kaarten en afmetingen dus ruimte bleef een absolute
container maar er zit een lens tussen want mensen ervaren en zien het op een ander manier
door herinneringen en etc van de ruimte
het is nog steeds abstract
Ook 1970 relationele ruimte
het is niet neutraal container of passief het heeft invloed op ons en en wij hebben invloed op
de ruimte het vormt elkaar. Ruimte is dus niet meer abstract maar bestaat in interactie met
ons.
Plaats
Locatie: De plek op de kaart waar het is. De ‘waar’
De lokaal: Wat er is voor faciliteiten en mogelijkheden. De ‘wat’
Sense of place: Voor de een heeft de plek een andere betekenis dan de ander door
bijvoorbeeld aanrijding, ontmoeting etc bij een plek. De gevoelens en emoties die een plek
oproept, individuele betekenissen, persoonlijke ervaringen, gedeelde betekenissen.
Edward Relph 1970: onderzoek plaats als een integral deel van de menselijke ervaring. Hij
was ontevreden met de simplistische definitie van plaats. Relatie met een plek verandert
constant. Dit komt doordat wij veranderen en de plek veranderen hierdoor verschuift je
relatie tot de plek op de schaal.
Insideness: de mate van betrokkenheid die een persoon of groep heeft voor een bepaalde
plaats
College 2: space, place en landschap
Ruimte: abstract, zonder betekenis, emotionele binding. Relationeel, uitkomst van sociale
relaties maar ook vormend binnen die relaties.
Plaats: ruimte waar betekenis gekoppeld is en ervaren wordt door mensen. Een locatie
waar mensen zich aangetrokken voelen. Betekenisvolle plek. Combinatie materialiteiten,
praktijken en betekenissen.
Ruimte
Voor 1950: impliciet absolutie ruimte
Het was gewoon er werd niet echt over gesproken. Een container waarbinnen dingen
gebeuren. Er werden kaarten over plekken gemaakt en dat was het.
Vanaf 1950 absolute ruimte
Er kwamen regels voor het maken van kaarten waardoor wetenschappelijke methodes
gebruikt werden.
Ruimte: niet meer impliciet maar expliciete definitie
Definitie: een geometrisch systeem van organisatie waarin mensen en objecten zich
bevinden.
Vanaf 1970 cognitieve ruimte
Mensen ervaren ruimte niet als kaarten en afmetingen dus ruimte bleef een absolute
container maar er zit een lens tussen want mensen ervaren en zien het op een ander manier
door herinneringen en etc van de ruimte
het is nog steeds abstract
Ook 1970 relationele ruimte
het is niet neutraal container of passief het heeft invloed op ons en en wij hebben invloed op
de ruimte het vormt elkaar. Ruimte is dus niet meer abstract maar bestaat in interactie met
ons.
Plaats
Locatie: De plek op de kaart waar het is. De ‘waar’
De lokaal: Wat er is voor faciliteiten en mogelijkheden. De ‘wat’
Sense of place: Voor de een heeft de plek een andere betekenis dan de ander door
bijvoorbeeld aanrijding, ontmoeting etc bij een plek. De gevoelens en emoties die een plek
oproept, individuele betekenissen, persoonlijke ervaringen, gedeelde betekenissen.
Edward Relph 1970: onderzoek plaats als een integral deel van de menselijke ervaring. Hij
was ontevreden met de simplistische definitie van plaats. Relatie met een plek verandert
constant. Dit komt doordat wij veranderen en de plek veranderen hierdoor verschuift je
relatie tot de plek op de schaal.
Insideness: de mate van betrokkenheid die een persoon of groep heeft voor een bepaalde
plaats