100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting HCO26 & 27 ethologie 2, leerprocessen en Campbell

Beoordeling
4.5
(2)
Verkocht
3
Pagina's
11
Geüpload op
28-01-2018
Geschreven in
2017/2018

Dit is een uitgebreide samenvatting van de hoorcollege over leerprocessen en de bijbehorende delen uit Campbell (11e editie). Er zijn zowel delen uit H49 als uit H52 ingevoegd. Onderwerpen die hierin naar voren komen zijn: genen, gedrag, honingbij, nature, nurture, leerproces, habituatie, klassiek leren, operant leren, pavlov, bekrachtiger, bestraffing, skinner box, smaakaversie, adaptieve waarde, discriminant, secundaire reinforcer, imprinting, socialisatie, emotie, beloningssysteem, verslavende middelen, cognitie, circadiaans ritme, gedragsritme, signaal, communicatie, sociaal leren, cultuur, hersenen etc.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak









Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
28 januari 2018
Bestand laatst geupdate op
25 december 2019
Aantal pagina's
11
Geschreven in
2017/2018
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

HCO26 & 27 ethologie 2 (leerprocessen)
Ontwikkeling gedrag, de ontwikkeling van gedrag loopt parallel met de ontwikkeling van het
zenuwstelsel (synapsen en myeline) en spierstelsel. Voor de ontwikkeling hiervan is stimulatie erg
belangrijk en deze ontwikkelingen noemen we maturation/rijping. Als je katten tijdens hun gevoelige
periode op laat groeien in het donker zullen ze blind blijven, omdat er in de gevoelige periode geen
stimuli zijn geweest, waardoor ze geen synaptische verbindingen hebben gemaakt. Met hoe meer
stimuli een opgroeiend kind in aanraking komt, hoe beter de rijping gaat. Ook is de ontwikkeling van
myelineschede hierbij van belang, aangezien een net geboren kind vaak nog weinig myelinescheden
voor een snelle begeleiding heeft. Tot je 25e is er een toename van grijze stof (neuronen dus
synaptische verbindingen) en tot je 40e is er een toename in witte stof (myelineschede). Verder
interacteren genen en de omgeving (bv stimulatie) in de ontwikkeling van elk gedrag en is het dus
niet zo dat het geheel in je genen ligt.
Genen en gedrag, als je een schema maakt van gedragingen van de
prairiewoelmuis zie je de interactie tussen genen en gedrag. Als deze
muis namelijk paart, maakt die vasopressine aan en dat is een
neuropeptide die op de vasopressine receptor past en daardoor socio-
seksueel gedrag krijgt. Bij dit gedrag hoort paarbinding en agressie ter
verdediging, aangezien het een monogame soort is. Voor de
aanwezigheid van de vasopressine (ADH) receptoren moet gen x echter ook aanwezig zijn. Muizen
hebben geen gen x en zij vertonen dan ook niet het socio-seksuele gedrag. Als gen x echter
kunstmatig ingebracht wordt, zullen muizen ook het socio-seksuele gedrag vertonen. Het is niet zo
dat alleen gen x bij dit gedrag betrokken is, want bij de gestreepte pijl zijn nog veel andere genen
betrokken en het is dus lastig om per gedrag één gen aan te wijzen.
Honingbij, mijten die op de oosterse honingbij
parasiteren hebben een overstap gemaakt op de
westerse honingbij en deze mijten zijn erg bedreigend
voor het voortbestaan van de honingbij. Deze mijten
zuigen namelijk de hemolymfe uit een bijenlarve en
dragen ook parasieten over. Dit kan verholpen worden
door te selecteren op hygiënische volken. Deze maken
een graat open wanneer blijkt dat er iets mis mee is en
halen de geïnfecteerde larve eruit. Op deze manier
gooien ze ook de mijten eruit en bestrijden de bijen ze op
een natuurlijke wijze. Bij dit hygiënische verschijnsel zijn
twee genen betrokken: het gen voor ontdekselen (u) en niet ontdekselen (U) én het gen voor
verwijderen (r) en niet verwijderen (R). Deze allelen zijn dus resistent en dat maakt het lastig om
hygiënische volken te creëren. Daarbij blijkt sinds het betreffende experiment dat er eigenlijk veel
meer genen bij betrokken zijn. Om te testen of een volk hygiënisch is, kan een imker opzettelijk
larven dood prikken en als er een volk is waarbij de werkbijen dat snel merken en de larven
opruimen, heb je waarschijnlijk te maken met een hygiënisch volk. Waar het op neer komt, is dat je
hier goed de wisselwerking tussen genen en gedrag kan zien.
Genen en genetische bepaald gedrag, in het werkboek kwamen ook meerdere voorbeelden van
genen en genetische bepaald gedrag naar voren:
- Muildierherten foerageren in het open veld als gevolg op natuurlijke selectie door
predatiedruk in het bos, ondanks kosten van minder voedsel.
- Slangen die bananenslakken eten als gevolg van mutatie in chemoreceptie, waardoor de slag
de slak herkend als voedsel.
- Vogels die een andere richting op vliegen door mutatie in het oriëntatiemechanisme.
Omstandigheden bepalen of ze daar dan kunnen overleven of niet.
Nature, als je het over genen hebt, heb je het eigenlijk over nature/innate gedrag. Deze gedragingen
zijn instinctief/aangeboren. Instinctief gedrag is gedrag volgens een vast patroon dat optreedt zonder
dat het individu in aanraking is geweest met specifieke stimuli of andere individuen (FAP). Dit gedrag

, is meestal niet erg flexibel, maar dus volgens een vast patroon. De genen hebben bij dit gedrag dus
meer invloed dan de omgeving, maar de omgeving speelt nog zeker een rol.
Nurture, gedragingen die geleerd worden vanuit de omgeving noemen we nurture/learning gedrag.
Dit gedrag is variabeler dan aangeboren gedrag. Externe en interne stimuli beïnvloeden de
ontwikkeling en het gedrag. Hierbij zijn onder andere leerprocessen betrokken. Bij nurture gedrag
heeft de omgeving een grotere invloed dan de genen.
Nature & nurture debat, dit debat gaat over de vraag of bepaalde gedragen aangeboren (nature) of
geleerd (nurture) zijn, maar zoals uit bovenstaande informatie blijkt, is het juist een samenwerking
van genen en de omgeving die resulteert in gedrag.
Leerprocessen, we kennen meerdere soorten leerprocessen:
- Habituatie/gewenning, hierbij reageer je niet meer op niet-geleerde stimuli. Denk hierbij
aan stimuli als een harde knal waarbij je in elkaar duikt zonder dat je dat geleerd hebt. Zo zijn
vogels meestal maar een dag of twee bang voor een vogelverschrikker. Verder is dit een niet-
associatief leerproces. Er wordt namelijk geen associatie gemaakt, maar er vindt een
algemene reactie plaats.
- Klassiek leren, is simpel gezegd ‘leren herkennen’ en dit is
dan ook een vorm van associatief leren.
- Operant leren, is simpel gezegd het ‘leren van handelen’ en
is ook een vorm van associatief leren.
Neuraal mechanisme habituatie, dit is onderzocht bij een slak die
zijn gill intrekt wanneer zijn siphon aangeraakt wordt. Bij de controle
zie je dat een aanraking, waargenomen wordt door een sensorische
neuron en dat die informatie daarna doorgegeven wordt d.m.v.
neurotransmitters aan interneuron en motorneuronen. Als je de
siphon daarna heel vaak aan gaat raken, zie je dat de kieuwen niet
meer ingetrokken worden, doordat er minder NM afgegeven
worden. De precieze werking hiervan is echter nog niet duidelijk.
Pavlov, is de ontdekker van klassiek leren. In een experiment merkte
hij dat de geur van eten (onvoorwaardelijke prikkel) ervoor zorgde
dat honden speeksel aan gingen maken. Door deze
onvoorwaardelijke stimulus gelijk te laten plaatsvinden met een
voorwaardelijke stimulus, zoals het luiden van een belletje, kan je de
respons op den duur opwekken met enkel en alleen de voorwaardelijke
stimulus. Dat wil zeggen dat de hond eerst zijn eten krijgt, terwijl er
tegelijkertijd een belletje rinkelde. De hond ging hierbij altijd kwijl
aanmaken, aangezien honden dat doen bij de geur van voedsel. Op den
duur ging de hond echter ook al kwijlen wanneer alleen het belletje rinkelde
en er geen geur van voedsel aanwezig was.
Kleurenspectrum bijen, door een experiment is ontdekt dat bijen wel blauwe kleuren kunnen
onderscheiden, maar geen rood. Dit is gedaan door bijen steeds van een schoteltje met suikerwater
wat op een blauwe ondergrond stond te voeden. Later werden dan allemaal lege schoteltjes met
verschillende kleuren grijze ondergronden op een tafel geplaatst met één blauwe ondergrond
ertussen en werd gekeken naar welk schoteltje de bijen vlogen. Het bleek dat de bijen allemaal op
het lege schoteltje met de blauwe ondergrond afgingen. Toen dit experiment met een rode
ondergrond werd gedaan, vlogen de bijen naar alle lege schoteltjes en hieruit kan geconcludeerd
worden dat bijen wel blauwe kleuren kunnen onderscheiden, maar geen rode kleuren.
Klassiek/Pavlov leren, het koppelen van een voorwaardelijke stimulus aan een bepaalde respons
door het eerst in combinatie met de onvoorwaardelijke stimulus plaats te laten vinden. Hierbij wordt
dus een associatie gemaakt tussen twee stimuli, waarvan een stimulus (onvoorwaardelijke stimulus)
gerelateerd is aan een beloning of straf.
Klassiek leren in de natuur, (toevals)kenmerken in de omgeving leren associëren met stimuli die
gerelateerd zijn aan beloning/straf.

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

7 jaar geleden

4.5

2 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittheijmans Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
634
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
290
Documenten
381
Laatst verkocht
10 maanden geleden

Mijn samenvattingen bevatten altijd kleurtjes om de belangrijke begrippen aan te duiden en verder gebruik ik veel figuren om zaken uit te leggen. Heb je echter toch nog vragen, dan kan je altijd contact met met opnemen. Ik heb eerst 3 jaar biologie gestudeerd en ben nu bezig met een master om zowel arts als klinisch onderzoeker te worden.

4.4

533 beoordelingen

5
308
4
149
3
53
2
4
1
19

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen