Proces Management A3
College 1.
PDCA (Deming-cirkel)
Plan = Maak een plan voor verandering en leg vast wat je wil veranderen. Benoem de
stappen die genomen moeten worden, schat de risico’s in en benoem de resultaten van de
verandering.
Do = Voer het plan uit, evt. in een proef- of testomgeving, doe het op kleine schaal. Meet de
resultaten.
Check = Controleer met de resultaten of je het proces hebt verbeterd en overweeg het op
grotere schaal te implementeren. Als er geen verbetering is, doe dan een nieuwe/
aangepaste poging.
Act = Implementeer de veranderingen. Werk de standaardwerkvoorschriften bij en zorg
ervoor dat iedereen deze voorschriften volgt. Evalueer en stel normen en targets regelmatig
bij.
Organiseren
Organiseren is de managementfunctie die erop gericht is in een organisatie een structuur van
relaties tussen het personeel te creëren waardoor het personeel in staat is de geplande
doelen te bereiken.
Reden:
1. Het bereiken van synergie.
2. Het voorkomen van de duplicatie van middelen (schaalvoordelen).
3. Het instellen van lijnen van autoriteit en hiërarchie.
4. Het bewerkstelligen van goede communicatie.
Organogram
Een organisatieschema noemen we een organogram. Een organogram weerspiegelt de
organisatiestructuur.
, Taken – functie
Taak: Kleinst onsplitsbare eenheid arbeid.
Functie: Titel combinatie van taken.
Contructie van functies
Een functie is het geheel van taken die iemand moet uitvoeren.
Om een functie goed te kunnen omschrijven, past men functieanalyses toe. Dit kan aan de hand van
4 thema’s (De vier A’s)
1. Arbeidsinhoud: Heeft betrekking op de aard van het werk en de vraag wat iemand precies
moet doen.
2. Arbeidsomstandigheden: Dit heeft betrekking op de omstandigheden waaronder het werk
uitgevoerd moet worden.
3. Arbeidsverhouding: Hierbij gaat het over de relatieve macht die men heeft, over de vraag
aan wie men verantwoording moet afleggen en hoe zwaar die verantwoording is en over de
hoogte van de positie die men inneemt in het bedrijf.
4. Arbeidsvoorwaarden: gaat over primaire arbeidsvoorwaarden, de salariëring van de functie
en de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een eventuele auto van de zaak, winstdeling,
vergoeding van onkosten.
6 technieken die worden gebruikt bij het maken van een functieanalyse:
1. Observeren: iemand die de functie uitvoert, nauwlettend volgen en opschrijven wat de
functie-inhoud.
2. Expertmethode: men vraagt een expert, die kennis heeft van desbetreffende functie, naar
zijn mening over de functie-inhoud.
3. Individueel interview: men interview iemand die de functie uitvoert.
4. Groepsinterview: men interviewt een groep mensen die de functie uitvoert, al dan niet
tegelijkertijd.
5. Vragenlijstmethode: men legt de uitvoerder van een functie een gestandaardiseerde lijst
voor men met vragen over zijn functie
6. Dagboekmethode: gedurende de functie een dagboek bij te houden over zijn activiteiten op
het werk.
Organisatiestructuur
1. Strategische top, de strategische top bestaat uit de eigenaar of directie van de organisatie.
Het topmanagement is verantwoordelijk voor de
continuïteit van de organisatie. Dit doet zij door
doelen te stellen en een strategie te ontwikkelen.
Om vervolgens richting te geven aan de activiteiten
die de strategie moeten realiseren. De belangrijkste
taken van het topmanagement zijn: Organiseren,
coördineren, plannen, instrueren en controleren.
2. Techno structuur, het betreft die ondersteunende
diensten die nauw met het primaire proces verweven
zijn. Veelal gaat het om activiteiten die hetzij
specifieke kennis en kunde van de medewerkers
vereisen (zoals inkopers, productieplanners of IT-
specialisten) hetzij om activiteiten die over de verschillende afdelingen heen moeten worden
uitgevoerd (zoals kwaliteitscontrole, standaardisatie van processen en training van
College 1.
PDCA (Deming-cirkel)
Plan = Maak een plan voor verandering en leg vast wat je wil veranderen. Benoem de
stappen die genomen moeten worden, schat de risico’s in en benoem de resultaten van de
verandering.
Do = Voer het plan uit, evt. in een proef- of testomgeving, doe het op kleine schaal. Meet de
resultaten.
Check = Controleer met de resultaten of je het proces hebt verbeterd en overweeg het op
grotere schaal te implementeren. Als er geen verbetering is, doe dan een nieuwe/
aangepaste poging.
Act = Implementeer de veranderingen. Werk de standaardwerkvoorschriften bij en zorg
ervoor dat iedereen deze voorschriften volgt. Evalueer en stel normen en targets regelmatig
bij.
Organiseren
Organiseren is de managementfunctie die erop gericht is in een organisatie een structuur van
relaties tussen het personeel te creëren waardoor het personeel in staat is de geplande
doelen te bereiken.
Reden:
1. Het bereiken van synergie.
2. Het voorkomen van de duplicatie van middelen (schaalvoordelen).
3. Het instellen van lijnen van autoriteit en hiërarchie.
4. Het bewerkstelligen van goede communicatie.
Organogram
Een organisatieschema noemen we een organogram. Een organogram weerspiegelt de
organisatiestructuur.
, Taken – functie
Taak: Kleinst onsplitsbare eenheid arbeid.
Functie: Titel combinatie van taken.
Contructie van functies
Een functie is het geheel van taken die iemand moet uitvoeren.
Om een functie goed te kunnen omschrijven, past men functieanalyses toe. Dit kan aan de hand van
4 thema’s (De vier A’s)
1. Arbeidsinhoud: Heeft betrekking op de aard van het werk en de vraag wat iemand precies
moet doen.
2. Arbeidsomstandigheden: Dit heeft betrekking op de omstandigheden waaronder het werk
uitgevoerd moet worden.
3. Arbeidsverhouding: Hierbij gaat het over de relatieve macht die men heeft, over de vraag
aan wie men verantwoording moet afleggen en hoe zwaar die verantwoording is en over de
hoogte van de positie die men inneemt in het bedrijf.
4. Arbeidsvoorwaarden: gaat over primaire arbeidsvoorwaarden, de salariëring van de functie
en de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een eventuele auto van de zaak, winstdeling,
vergoeding van onkosten.
6 technieken die worden gebruikt bij het maken van een functieanalyse:
1. Observeren: iemand die de functie uitvoert, nauwlettend volgen en opschrijven wat de
functie-inhoud.
2. Expertmethode: men vraagt een expert, die kennis heeft van desbetreffende functie, naar
zijn mening over de functie-inhoud.
3. Individueel interview: men interview iemand die de functie uitvoert.
4. Groepsinterview: men interviewt een groep mensen die de functie uitvoert, al dan niet
tegelijkertijd.
5. Vragenlijstmethode: men legt de uitvoerder van een functie een gestandaardiseerde lijst
voor men met vragen over zijn functie
6. Dagboekmethode: gedurende de functie een dagboek bij te houden over zijn activiteiten op
het werk.
Organisatiestructuur
1. Strategische top, de strategische top bestaat uit de eigenaar of directie van de organisatie.
Het topmanagement is verantwoordelijk voor de
continuïteit van de organisatie. Dit doet zij door
doelen te stellen en een strategie te ontwikkelen.
Om vervolgens richting te geven aan de activiteiten
die de strategie moeten realiseren. De belangrijkste
taken van het topmanagement zijn: Organiseren,
coördineren, plannen, instrueren en controleren.
2. Techno structuur, het betreft die ondersteunende
diensten die nauw met het primaire proces verweven
zijn. Veelal gaat het om activiteiten die hetzij
specifieke kennis en kunde van de medewerkers
vereisen (zoals inkopers, productieplanners of IT-
specialisten) hetzij om activiteiten die over de verschillende afdelingen heen moeten worden
uitgevoerd (zoals kwaliteitscontrole, standaardisatie van processen en training van