Hoofdstuk 2 | De balans
Ondernemingsplan:
Plan waarin wordt aangegeven hoe het geformuleerde beleid van je onderneming wordt
uitgevoerd.
Balans:
Een overzicht van de bezittingen en schulden van een onderneming op een bepaald
moment.
Inrichting van de balans:
Debet Credit
Activa Passiva
Bezittingen Eigen vermogen + schulden
Activa:
Vaste activa: activa die langer dan een jaar worden gebruikt.
Bijvoorbeeld: gebouw of kassa
Vlottende activa: activa die gewoonlijk binnen een jaar in geld worden omgezet.
Bijvoorbeeld: voorraad of vorderingen op klanten (debiteuren).
Liquide middelen: geldmiddelen die in de kas zitten of op een bankrekening staan.
Eigen en vreemd vermogen:
Eigen vermogen: door de eigenaar of eigenaren zelf ingebracht. Dit blijft in principe
permanent in de onderneming en wordt daarom ook wel permanent vermogen
genoemd.
Vreemd vermogen: door anderen ter beschikking gesteld, bijvoorbeeld door een
bank. Bestaat uit schulden die weer moeten worden terugbetaald.
Lang en kort vreemd vermogen:
Lang vreemd vermogen: een schuld waarvan de terugbetalingstermijn langer dan 1
jaar is.
Bijvoorbeeld bij een hypothecaire lening.
Kort vreemd vermogen: dient binnen 1 jaar te worden afgelost.
Bijvoorbeeld schuld aan leveranciers (crediteuren) of te betalen btw.
Indeling van de balans:
Debet Credit
Vaste activa Eigen vermogen
Vlottende activa Lang vreemd
vermogen
Liquide middelen Kort vreemd
vermogen
, Hoofdstuk 3 | De functie van een balans
Het nieuwe eigen vermogen:
FORMULE: Oud eigen vermogen + winst (-verlies) – privéopname = nieuw eigen vermogen
Liquiditeit en solvabiliteit van een onderneming:
Liquiditeit: de liquiditeit van een onderneming geeft aan in welke mate zij aan de lopende
betalingsverplichtingen, zoals betalingen aan crediteuren, kan voldoen.
Solvabiliteit: geeft de mate waarin de onderneming aan al haar betalingsverplichtingen aan
verschaffers van vreemd vermogen kan voldoen. Met andere woorden: Hoe betrouwbaar is
ze met betalingen?
Historische en bedrijfsvergelijkende analyse:
Historische analyse: een analyse waarbij de kerngetallen van ondernemingen op een aantal
opeenvolgende momenten wordt berekend.
Bedrijfsvergelijkende analyse: analyse waarbij de kerngetallen van een onderneming
vergeleken worden met die van een andere, gelijksoortige, onderneming.
Liquiditeitskerngetallen:
Het netto werkkapitaal (NWK)
De current ratio
De quick ratio
Het netto werkkapitaal:
Geeft aan hoeveel geld er nog beschikbaar is voor nieuwe projecten.
Het spreekt voor zichzelf dat wanneer de uitkomst hiervan positief is de onderneming liquide
is.
FORMULE: Vlottende activa (inclusief liquide activa) – vreemd vermogen kort = NWK
De current ratio:
De current ratio geeft de verhouding (percentage) aan tussen de vlottende activa en het
vreemd vermogen kort. De uitkomst van de current ratio ligt in de regel tussen de 1,5 en 2,5.
FORMULE: Vlottende activa (inclusief liquide activa) : vreemd vermogen kort = current ratio
De quick ratio:
Bij de quick ratio worden de voorraden van een onderneming buiten beschouwing gehouden.
Dit gebeurt vanwege het feit dat in de regel voorraden minder liquide zijn dan de overige
vlottende activa.
FORMULE: Vlottende activa (inclusief liquide activa) – voorraden : vreemd vermogen kort =
quick ratio
Het eigen vermogen:
Het eigen vermogen wordt ook wel aandelenvermogen of aandelenkapitaal genoemd.
Alle reserves (algemene reserve, winstreserve, bestemmingsreserve etc.) vallen
onder het eigen vermogen.