Week 2
Grondtrekken van het Nederlandse Strafrecht
De verdachte:
- Voordat er een onderzoek heeft plaatsgevonden kan er nog niet worden gezegd wie de
dader is, dus daarom ‘verdachte’.
- Onschuldpresumptie = iedere vermoedelijke dader wordt voor onschuldig gehouden
totdat het tegendeel bewezen wordt is in strafrechtelijke procedure
- Wanneer er een rechter bij de zaak betrokken is, wordt de persoon tegen wie de
vervolging is gericht, als verdachte beschouwd.
- Art. 27 Sv bepaalt wie er als verdachte kan worden aangemerkt:
Art. 27 Sv lid 1 -> een materieel criterium: het gaat hier om inhoudelijke overwegingen.
Art. 27 Sv lid 2 -> een formeel criterium: zodra de zaak bij de rechter komt, dus het gaat hier
om gang van zaken en niet om de inhoud.
Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld dat de persoon een strafbaar feit
heeft begaan.
Er bestaat uiteraard ook ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad.
Art. 180 Sr = wederspanningheid:
- Vereist dat iemand zich met geweld verzet tegen een ambtenaar, die werkzaam is in de
rechtmatige uitoefening van zijn beroep.
Soms ernstige bezwaren nodig i.p.v. redelijk vermoeden van schuld. Bijv. bij fouillering (art.
56 Sv) is dit een vereiste. Ernstige bezwaren is namelijk een zwaardere graad van verdenking.
Rechten van de verdachte:
1. Zwijgrecht = de verdachte mag niet worden gedwongen zichzelf te belasten in een
strafrechtelijke procedure (nemo tenetur)
- Art. 29 Sv -> op de verdachte mag geen ongeoorloofde druk worden uitgeoefend
(pressieverbod).
- Art. 29 lid 2 Sv -> de verdachte moet op de hoogte worden gesteld van zijn zwijgrecht
(cautie)
- Cautie moet worden verleend vóór ieder verhoor van de verdachte (bij vragen die gaan
over het feit waarvan hij wordt verdacht)
- Als er geen (tijdige) cautie wordt gegeven, kan de verklaring niet worden gebruikt voor
het bewijs (Art. 359a Sv) (enkel als de verdachte daadwerkelijk in zijn belangen is
geschaad)
De politie mag mensen die geen verdachte zijn altijd ondervragen. Als zij zwijgen, mag dit
niet leiden tot een verdenking. Als ze tijdens het gesprek toch verdachte worden, moet de
cautie alsnog worden verleend, voordat er meer vragen over het strafbare feit worden
gesteld.
2. Het recht op rechtsbijstand
, - De verdachte kan zich laten bijstaan door een raadsman (advocaat).
- Art. 28 Sv -> het recht op rechtsbijstand
- Een verdachte heeft het recht om zelf zijn raadsman te kiezen. Maar zodra de verdachte
aan de vrijheid ontnomen is, wordt er van overheidswege een piketadvocaat
aangewezen. Dit wordt door de overheid betaald, maar moet terugbetaald worden zodra
de financiële positie dat toelaat.
- Vanaf het eerste politieverhoor na aanhouding kan er een advocaat worden ingezet.
- Als de verdachte is aangehouden voor een zaak waarbij voorlopige hechtenis niet is
toegestaan, moet hij zelf een zelf gefinancierde raadsman zoeken. (art. 28b lid 3 Sv)
- Voorafgaand het politieverhoor heeft de verdachte het recht om 30 minuten met zijn
raadsman te praten (art. 28c Sv)
- In alle gevallen waarin de verdachte aan zijn vrijheid is ontnomen heeft deze recht op een
raadsman (art. 39 lid 1 en art. 40 Sv)
- Art. 45 Sv -> de verdachte en zijn raadsman moeten onbelemmerd met elkaar kunnen
communiceren. Dit is soms alleen niet mogelijk in het belang van het onderzoek (dan kan
de OvJ dit belemmeren). Bijv. omdat er dan sporen uitgewist zouden kunnen worden.
- Art. 48 Sv -> de raadsman ontvangt alle processtukken die de verdachte zelf ook
ontvangt.
3. Het recht op kennisneming van processtukken
- Dossier = alle processtukken samen
- Art. 30 Sv -> de verdachte heeft het recht om kennis te nemen van de processtukken over
zijn zaak. Dit kan echter worden beperkt (art. 30 lid 3 Sv) in belang van het onderzoek.
Anders zou de kennisneming de verklaring van de gedachte soms kunnen beïnvloeden.
- Meestal ontvangt de verdachte een kopie (art. 32 lid 1 Sv) en soms alleen inzien (art. 32
lid 2 Sv)
4. Andere rechten
- Het recht om te worden geïnformeerd over de beschuldiging tegen hem (art. 27c Sv)
- Recht op een tolk (art. 29b Sv)
- Recht op tegenonderzoek (art. 150a lid 3 Sv)
- Recht om getuigen te ondervragen (art. 263 lid 1 Sv)
Voorbereidend onderzoek = een strafrechtelijk onderzoek naar het strafbare feit. Hierin zal
worden onderzocht of dit daadwerkelijk is gepleegd en of er een verdachte kan worden
gevonden.
- De wet geeft aan op welke manieren en in welke gevallen
- Bijv. verdachte in bewaring nemen zodat er kan worden verhoord.
- Art. 132 Sv
- Bestaat uit 2 fasen:
1. Opsporingsonderzoek
2. Verkennend onderzoek (speelt meestal geen rol)
Opsporingsonderzoek: