Normaliteit vanuit psychiatrisch en psychologisch perspectief College 1 Week 45
Samenvatting: Over klinische psychologie en
‘abnormaal’ gedrag
Psychologie kan opgedeeld worden in 5 basisdisciplines:
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociale psychologie Onderwijspsychologie
Persoonlijkheidspsychologie
Methodenleer
Klinische psychologie is lastig te definiëren, sommige omschrijvingen zijn zeer breed, andere
beperkter. 2 voorbeelden:
- het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-aangepast en abnormaal
menselijk gedrag. Onder de grote paraplu van klinische praktijken vallen diagnose, classificatie,
behandeling, preventie en onderzoek.
- klinische psychologie is een breed wetenschapsgebied waarin het gedrag van de mens in relatie tot
zijn ervaren gezondheid empirisch wordt onderzocht, waarin wordt gediagnosticeerd en waarin
interventies worden ontwikkeld, onderzocht en toegepast. Interventies die op professionele wijze
worden uitgevoerd en die erop zijn gericht emotionele, motivationele en/of cognitieve blokkades op
te heffen en het persoonlijk en maatschappelijk functioneren van mensen te verbeteren.
Vakgebied klinische psychologie houdt zich vooral bezig met gedrag dat afwijkt van bepaalde norm,
het gaat om afwijkingen die lastig zijn voor persoon zelf of zijn omgeving. Afwijkingen in gunstige zin
houden klinisch psychologen zich niet mee bezig, wel als deze problemen met zich meebrengen (denk
aan hoog intelligent kind dat gepest wordt raakt in sociaal isolement).
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van menselijk
functioneren:
Kan gaan om aspecten van
- individuele persoon: afwijkend gedrag, afwijkende gedachten, afwijkende belevingen
Afwijken van de norm in
- relaties met andere mensen: deze afwijkingen van wat ‘normaal’ is binnen sociale relaties, hebben
vaak weer invloed op het gedrag, gedachten en belevingen binnen het individu.
Kennis van de normale processen en psychologische functies is nodig als klinisch psycholoog om de
afwijkingen van de norm te kunnen vaststellen en begrijpen.
Scheiding tussen ‘abnormaal’ en ‘normaal’ gedrag is echter onduidelijk en lastig.
Seligman, Walker en Rosenhan: 7 factoren die bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch
wordt beschouwd. Voor abnormaliteit: minimaal 1 van de 7 factoren, als gedraging als abnormaal
wordt beschouwd hoeft er geen sprake te zijn van een psychische stoornis.
1. persoonlijk lijden
Bij veel psychische stoornissen lijdt de persoon onder zijn problemen. Het is echter geen voldoende
voorwaarde om van pathologie te spreken. Andersom hoeft een psychische stoornis niet gepaard te
gaan met persoonlijk lijden.
2. de (dis)functionaliteit van het gedrag
De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het welbevinden van het individu ondermijnt,
bepaalt in sterke mate de beoordeling van (ab)normaliteit. Het gaat vooral om de vraag of iemand in
staat is beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te onderhouden. Het
, Normaliteit vanuit psychiatrisch en psychologisch perspectief College 1 Week 45
kan ook disfunctioneel zijn omdat het het welbevinden van anderen verstoort. Hoeft alsnog geen
symptoom van psychische stoornis te betekenen: bijv. inbreker, doet anderen lijden aan maar hoeft
niet stoornis te hebben. Is alleen normoverschrijdend gedrag.
3. irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin kunnen ontdekken zijn zij geneigd die
ander als abnormaal te bezien. Bijv. iemand met boulimia die eerst veel eet en dan braakt zal voor
veel mensen zinloos en onbegrijpelijk zijn.
4. onvoorspelbaarheid en controleverlies
Mensen hebben de behoefte aan beheersing. Dat kan alleen als gedrag van anderen voorspelbaar is.
In een onvoorspelbare omgeving zullen mensen zich kwetsbaar en bedreigd voelen. Met name als
onvoorspelbaar gedrag gevolg lijkt van controleverlies. Of degenen in de omgeving dit gedrag als
abnormaal zullen beoordelen hangt mede af van de situatie waarin het gedrag zich voordoet.
Seligman et al. onderscheiden 2 typen situaties waarin gedrag dikwijls als controleverlies of verlies
aan zelfbeheersing zal worden geïnterpreteerd:
1. situaties waarin de regels die gewoonlijk het gedrag van een persoon sturen plotseling niet meer
werkzaam zijn. Voorbeeld: als handelingen zo erg in strijd zijn met gangbare gedrag dat het oordeel
‘abnormaal’ snel geveld is.
2. situaties waarin de oorzaak of aanleiding van het gedrag dat hij waarneemt, niet kent en op dat
moment niet kan achterhalen. Voorbeeld: je ziet iemand rennen door de straat scheldend.
Onvoorspelbaarheid en controleverlies zijn op zich geen voldoende redenen om een psychische
stoornis te veronderstellen.
5. opvallend en onconventioneel gedrag
Bij beoordelen van gedrag van anderen gebruiken mensen hun eigen gedrag als maatstaf. Of gedrag
opvalt is in belangrijke mate afhankelijk van hoe vaak dat gedrag voorkomt. Opvallend of
onconventioneel gedrag mag dan afwijkend of zeldzaam zijn, het hoeft niet als ‘gestoord’ te worden
beoordeeld.
6. gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
Als iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur worden
overschreden, kan dat bij anderen een gevoel van ongemak (observer discomfort) teweegbrengen.
Het gaat hierbij om impliciete sociale verwachtingen, men wordt zich vaak pas bewust van deze
regels als ze overschreden worden. Voorbeeld: oogcontact maken tijdens gesprek, bepaalde fysieke
afstand tijdens gesprek. Het ongemakkelijke gevoel dat kan ontstaan door dergelijke overtredingen
van impliciete regels voor ‘gepast’ gedrag vergroot de kans dat de toeschouwer deze gedragingen
‘abnormaal’ vindt.
7. het overtreden van morele normen
Mensen beoordelen niet alleen of het gedrag van anderen gangbaar of passend is in een specifieke
situatie maar vellen ook vaak een moreel oordeel over dat gedrag. Naarmate gedrag van een ander
minder overeenkomt met hun eigen ideeën over optimaal functioneren, neemt de kans toe dat zij het
desbetreffende gedrag ‘abnormaal’ vinden.
Psychische stoornis – een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante
symptomen op het gebied van cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van een persoon,
dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die
ten grondslag liggen aan het psychische functioneren. Psychische stoornissen gaan gewoonlijk
gepaard met significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op sociaal of beroepsmatig
gebied.
Om te voorkomen dat definitie van mentale stoornissen als instrument wordt gebruikt voor sociale
repressie 3 uitsluitende omstandigheden:
1. de definitie sluit daardoor de ‘te verwachten en cultureel aanvaarde reacties’ uit van mentale
stoornissen. Bijv. reactie op overlijden van dierbare.
Samenvatting: Over klinische psychologie en
‘abnormaal’ gedrag
Psychologie kan opgedeeld worden in 5 basisdisciplines:
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociale psychologie Onderwijspsychologie
Persoonlijkheidspsychologie
Methodenleer
Klinische psychologie is lastig te definiëren, sommige omschrijvingen zijn zeer breed, andere
beperkter. 2 voorbeelden:
- het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-aangepast en abnormaal
menselijk gedrag. Onder de grote paraplu van klinische praktijken vallen diagnose, classificatie,
behandeling, preventie en onderzoek.
- klinische psychologie is een breed wetenschapsgebied waarin het gedrag van de mens in relatie tot
zijn ervaren gezondheid empirisch wordt onderzocht, waarin wordt gediagnosticeerd en waarin
interventies worden ontwikkeld, onderzocht en toegepast. Interventies die op professionele wijze
worden uitgevoerd en die erop zijn gericht emotionele, motivationele en/of cognitieve blokkades op
te heffen en het persoonlijk en maatschappelijk functioneren van mensen te verbeteren.
Vakgebied klinische psychologie houdt zich vooral bezig met gedrag dat afwijkt van bepaalde norm,
het gaat om afwijkingen die lastig zijn voor persoon zelf of zijn omgeving. Afwijkingen in gunstige zin
houden klinisch psychologen zich niet mee bezig, wel als deze problemen met zich meebrengen (denk
aan hoog intelligent kind dat gepest wordt raakt in sociaal isolement).
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van menselijk
functioneren:
Kan gaan om aspecten van
- individuele persoon: afwijkend gedrag, afwijkende gedachten, afwijkende belevingen
Afwijken van de norm in
- relaties met andere mensen: deze afwijkingen van wat ‘normaal’ is binnen sociale relaties, hebben
vaak weer invloed op het gedrag, gedachten en belevingen binnen het individu.
Kennis van de normale processen en psychologische functies is nodig als klinisch psycholoog om de
afwijkingen van de norm te kunnen vaststellen en begrijpen.
Scheiding tussen ‘abnormaal’ en ‘normaal’ gedrag is echter onduidelijk en lastig.
Seligman, Walker en Rosenhan: 7 factoren die bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch
wordt beschouwd. Voor abnormaliteit: minimaal 1 van de 7 factoren, als gedraging als abnormaal
wordt beschouwd hoeft er geen sprake te zijn van een psychische stoornis.
1. persoonlijk lijden
Bij veel psychische stoornissen lijdt de persoon onder zijn problemen. Het is echter geen voldoende
voorwaarde om van pathologie te spreken. Andersom hoeft een psychische stoornis niet gepaard te
gaan met persoonlijk lijden.
2. de (dis)functionaliteit van het gedrag
De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het welbevinden van het individu ondermijnt,
bepaalt in sterke mate de beoordeling van (ab)normaliteit. Het gaat vooral om de vraag of iemand in
staat is beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te onderhouden. Het
, Normaliteit vanuit psychiatrisch en psychologisch perspectief College 1 Week 45
kan ook disfunctioneel zijn omdat het het welbevinden van anderen verstoort. Hoeft alsnog geen
symptoom van psychische stoornis te betekenen: bijv. inbreker, doet anderen lijden aan maar hoeft
niet stoornis te hebben. Is alleen normoverschrijdend gedrag.
3. irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin kunnen ontdekken zijn zij geneigd die
ander als abnormaal te bezien. Bijv. iemand met boulimia die eerst veel eet en dan braakt zal voor
veel mensen zinloos en onbegrijpelijk zijn.
4. onvoorspelbaarheid en controleverlies
Mensen hebben de behoefte aan beheersing. Dat kan alleen als gedrag van anderen voorspelbaar is.
In een onvoorspelbare omgeving zullen mensen zich kwetsbaar en bedreigd voelen. Met name als
onvoorspelbaar gedrag gevolg lijkt van controleverlies. Of degenen in de omgeving dit gedrag als
abnormaal zullen beoordelen hangt mede af van de situatie waarin het gedrag zich voordoet.
Seligman et al. onderscheiden 2 typen situaties waarin gedrag dikwijls als controleverlies of verlies
aan zelfbeheersing zal worden geïnterpreteerd:
1. situaties waarin de regels die gewoonlijk het gedrag van een persoon sturen plotseling niet meer
werkzaam zijn. Voorbeeld: als handelingen zo erg in strijd zijn met gangbare gedrag dat het oordeel
‘abnormaal’ snel geveld is.
2. situaties waarin de oorzaak of aanleiding van het gedrag dat hij waarneemt, niet kent en op dat
moment niet kan achterhalen. Voorbeeld: je ziet iemand rennen door de straat scheldend.
Onvoorspelbaarheid en controleverlies zijn op zich geen voldoende redenen om een psychische
stoornis te veronderstellen.
5. opvallend en onconventioneel gedrag
Bij beoordelen van gedrag van anderen gebruiken mensen hun eigen gedrag als maatstaf. Of gedrag
opvalt is in belangrijke mate afhankelijk van hoe vaak dat gedrag voorkomt. Opvallend of
onconventioneel gedrag mag dan afwijkend of zeldzaam zijn, het hoeft niet als ‘gestoord’ te worden
beoordeeld.
6. gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
Als iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur worden
overschreden, kan dat bij anderen een gevoel van ongemak (observer discomfort) teweegbrengen.
Het gaat hierbij om impliciete sociale verwachtingen, men wordt zich vaak pas bewust van deze
regels als ze overschreden worden. Voorbeeld: oogcontact maken tijdens gesprek, bepaalde fysieke
afstand tijdens gesprek. Het ongemakkelijke gevoel dat kan ontstaan door dergelijke overtredingen
van impliciete regels voor ‘gepast’ gedrag vergroot de kans dat de toeschouwer deze gedragingen
‘abnormaal’ vindt.
7. het overtreden van morele normen
Mensen beoordelen niet alleen of het gedrag van anderen gangbaar of passend is in een specifieke
situatie maar vellen ook vaak een moreel oordeel over dat gedrag. Naarmate gedrag van een ander
minder overeenkomt met hun eigen ideeën over optimaal functioneren, neemt de kans toe dat zij het
desbetreffende gedrag ‘abnormaal’ vinden.
Psychische stoornis – een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante
symptomen op het gebied van cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van een persoon,
dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die
ten grondslag liggen aan het psychische functioneren. Psychische stoornissen gaan gewoonlijk
gepaard met significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op sociaal of beroepsmatig
gebied.
Om te voorkomen dat definitie van mentale stoornissen als instrument wordt gebruikt voor sociale
repressie 3 uitsluitende omstandigheden:
1. de definitie sluit daardoor de ‘te verwachten en cultureel aanvaarde reacties’ uit van mentale
stoornissen. Bijv. reactie op overlijden van dierbare.