ILEREC20 –
Handelsrecht
1
,ILEREC20 STvanLE
Inhoudsopgave
1. Overeenkomst sluiten ................................................................................................ 3
2. Algemene voorwaarden ............................................................................................. 6
3. Wanprestatie ............................................................................................................. 8
4. Onrechtmatige daad .................................................................................................. 9
5. Verzekering .............................................................................................................. 10
6. Incoterms................................................................................................................. 13
7. Documentair incasso ................................................................................................ 16
8. Documentair krediet ................................................................................................ 18
11. Weens koopverdrag .............................................................................................. 20
12. Internationaal privaatrecht (EU) ............................................................................ 21
2
, ILEREC20 STvanLE
1. Overeenkomst sluiten
Eerst is het belangrijk om te weten dat er sprake is van 2 soorten recht, namelijk:
• Bij publiekrecht is de overheid altijd een partij. Die wordt vertegenwoordigd door het openbaar
ministerie.
• Bij privaatrecht kan de overheid een partij zijn, maar dat is niet vanzelfsprekend. Het gaat
namelijk over een koopovereenkomst.
Voorwaarden voor overeenkomst
REGEL 1: Bij het sluiten van een overeenkomst moet er sprake zijn van aanbod en aanvaarding op
grond van artikel 6:217 BW.
• Iemand zet een product te koop voor een bepaald bedrag. Een koper aanvaard het aanbod.
• Nu is er sprake van een overeenkomst tussen beide partijen.
REGEL 2: Er moet sprake zijn van wil en verklaring, deze moeten overeenstemmen op grond van
artikel 3:33 BW.
• Iemand moet het product zelf willen aanbieden/aanvaarden, dan is er sprake van vrije wil.
• Dit moet dan overeenstemmen met je verklaring.
• Als er sprake is van vrije wil en verklaring, is de overeenkomst rechtsgeldig.
o Ontbreekt één van beide argumenten, dan is de verkoopovereenkomst niet rechtsgeldig.
o Dit moeten beide partijen wel kunnen bewijzen
o Als je redelijkerwijs niet mocht geloven dat het aanbod echt was, kun je ervan uit gaan
dat geen sprake is van vrije wil. Het aanbod is dan ongeldig op grond van artikel 3:35 BW
REGEL 3: Een tegenaanbod geldt als een nieuw aanbod op grond van artikel 6:225 BW.
Aanbod vervalt/aanbod intrekken
Een aanbod kan vervallen op grond van artikel 6:221 BW. Het vervalt als:
• Het mondelinge aanbod niet onmiddellijk wordt aanvaard
• Het schriftelijke aanbod niet binnen redelijke termijn wordt aanvaard
Ook is het mogelijk om een aanbod in te trekken (aanbod herroepen), maar kan NIET als:
• Er een termijn is voor de aanvaarding op grond van artikel 6:219 lid 1 BW
o Er moet hierbij een datum in de overeenkomst staan, tot wanneer die geldig is
• Als de onherroepelijkheid van het aanbod uit het aanbod volgt o.g.v. artikel 6:219 lid 1 BW
o Dit moet blijken uit de overeenkomst
• Het aanbod nog niet aanvaard is, op grond van artikel 6:219 lid 2 BW
Dingen die niet gelden als aanbod:
• Uitnodiging tot het doen van een aanbod
• Uitnodiging om in onderhandeling te treden
Wilsgebrek (->nietig)
Wilsgebrek is als een van beide partijen het aanbod of de aanvaarding niet had willen doen. Dit staat
in artikel 3:40 BW. Het is een rechtshandeling die in strijd is met de goede zeden of openbare orde.
• Goede zeden: of het algemeen geaccepteerd wordt door de gemeenschap:
o Vergissing
o Verspreking
o Verschrijving
o Misverstand
• Gevolg: de overeenkomst wordt nietig verklaard
o Nietig = het heeft juridisch nooit bestaan, het heeft geen enkel juridisch gevolg
3