Lymfestelsel en immuniteit
Introductie:
à Lichaam is bedreigd door diverse ziekteverwekkers die elk op hun eigen manier het
lichaam aanvallen
à Immuunstelsel is functioneel geheel:
- Huid, beenderstelsel, lymfestelsel, cardiovasculair, ademhalings- en
spijsverteringsstelsel
à Lymfestelsel heeft diverse onderdelen:
- Gespecialiseerde cellen: lymfocyten
- Weefsels
- Organen
à Immuniteit: vermogen om ziekte en infectie te weerstaan door een immuunreactie:
- Aangeboren (niet-specifieke) immuniteit
- Adaptieve (specifieke) immuniteit
Bouw van het lymfestelsel: 4 onderdelen
à Vaten:
ð Start met blind eindigende vaten in de weefsels, gaan richting venen voor de afvoer
van lymfevocht
à Vloeistof:
ð Is vloeistof aanwezig in de lymfevaten, afkomstig uit het interstitieel milieu
ð Samenstelling is ongeveer gelijk aan plasma (met uitzondering van het aantal
eiwitten)
à Lymfocyten:
ð Gespecialiseerde witte bloedcellen met specifieke functies in geval van besmetting of
infectie
à Lymfoïde weefsels en organen:
ð Lymfoïde weefsels zijn gegroepeerd in lymfefollikels
o Primaire lymfoïde weefsels: hier worden lymfocyten gevormd en rijpen (rode
beenmerg en thymus)
o Secundaire lymfoïde weefsels: organen waar lymfocyten worden geactiveerd
(appendix, milt, amandelen,..)
ð Lymfoïde organen: complexere structuren waarin lymfevaten aanwezig zijn
o Milt & thymus
, Functie van het lymfestelsel
à Productie, onderhoud en transport van lymfocyten
ð Vorming in het rode beenmerg en de thymus & opgeslagen in lymfoïde weefsels
ð Taak:
o Reageren op binnendringende ziekteverwekkers
o Afwijkende lichaamscellen (geïnfecteerd met virussen)
o Reageren op vreemde eiwitten (gifstoffen)
à Terugkeer van vloeistof uit de perifere weefsels
ð Terugstroom van ongeveer 3,6 liter / dag
à Transport van hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen
ð Vetten afkomstig uit het spijsverteringsstelsel worden opgenomen vanuit de darm
naar de lymfevaten en pas later gestort in de bloedbaan
Lymfevaten
à Lymfecapillairen:
ð Kleinste blind eindigende vaten in de perifere weefsels
ð Bevatten enkel een endotheellaag
o Instroom is capillair mogelijk, géén uitstroom door overlappende
endotheelcellen
ð Verzamelen zich tot grotere lymfevaten die lopen naar de romp
ð Grotere lymfevaten:
o Hebben kleppen om de doorstroom mogelijk te maken
ð Hebben een zeer lage druk, omliggende skeletspieren drukken op de lymfevaten
à Uitmonding in twee grote lymfevaten:
ð Ductus lymphaticus dexter
o Draineert rechter bovengedeelte van het lichaam
o Uitmonding: rechter v. subclavia
ð Ductus thoracicus (borstbuis),
o Draineert het grootste deel van het lichaam
o Uitmonding tussen de linker v. jugularis interna & v. subclavia
Introductie:
à Lichaam is bedreigd door diverse ziekteverwekkers die elk op hun eigen manier het
lichaam aanvallen
à Immuunstelsel is functioneel geheel:
- Huid, beenderstelsel, lymfestelsel, cardiovasculair, ademhalings- en
spijsverteringsstelsel
à Lymfestelsel heeft diverse onderdelen:
- Gespecialiseerde cellen: lymfocyten
- Weefsels
- Organen
à Immuniteit: vermogen om ziekte en infectie te weerstaan door een immuunreactie:
- Aangeboren (niet-specifieke) immuniteit
- Adaptieve (specifieke) immuniteit
Bouw van het lymfestelsel: 4 onderdelen
à Vaten:
ð Start met blind eindigende vaten in de weefsels, gaan richting venen voor de afvoer
van lymfevocht
à Vloeistof:
ð Is vloeistof aanwezig in de lymfevaten, afkomstig uit het interstitieel milieu
ð Samenstelling is ongeveer gelijk aan plasma (met uitzondering van het aantal
eiwitten)
à Lymfocyten:
ð Gespecialiseerde witte bloedcellen met specifieke functies in geval van besmetting of
infectie
à Lymfoïde weefsels en organen:
ð Lymfoïde weefsels zijn gegroepeerd in lymfefollikels
o Primaire lymfoïde weefsels: hier worden lymfocyten gevormd en rijpen (rode
beenmerg en thymus)
o Secundaire lymfoïde weefsels: organen waar lymfocyten worden geactiveerd
(appendix, milt, amandelen,..)
ð Lymfoïde organen: complexere structuren waarin lymfevaten aanwezig zijn
o Milt & thymus
, Functie van het lymfestelsel
à Productie, onderhoud en transport van lymfocyten
ð Vorming in het rode beenmerg en de thymus & opgeslagen in lymfoïde weefsels
ð Taak:
o Reageren op binnendringende ziekteverwekkers
o Afwijkende lichaamscellen (geïnfecteerd met virussen)
o Reageren op vreemde eiwitten (gifstoffen)
à Terugkeer van vloeistof uit de perifere weefsels
ð Terugstroom van ongeveer 3,6 liter / dag
à Transport van hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen
ð Vetten afkomstig uit het spijsverteringsstelsel worden opgenomen vanuit de darm
naar de lymfevaten en pas later gestort in de bloedbaan
Lymfevaten
à Lymfecapillairen:
ð Kleinste blind eindigende vaten in de perifere weefsels
ð Bevatten enkel een endotheellaag
o Instroom is capillair mogelijk, géén uitstroom door overlappende
endotheelcellen
ð Verzamelen zich tot grotere lymfevaten die lopen naar de romp
ð Grotere lymfevaten:
o Hebben kleppen om de doorstroom mogelijk te maken
ð Hebben een zeer lage druk, omliggende skeletspieren drukken op de lymfevaten
à Uitmonding in twee grote lymfevaten:
ð Ductus lymphaticus dexter
o Draineert rechter bovengedeelte van het lichaam
o Uitmonding: rechter v. subclavia
ð Ductus thoracicus (borstbuis),
o Draineert het grootste deel van het lichaam
o Uitmonding tussen de linker v. jugularis interna & v. subclavia