Het rechtssysteem in NL
Nationaal
Privaat recht
Publiek recht
Privaat recht
Burgers: natuurlijke personen en rechtspersonen.
Burgers zich tot elkaar verhouden
Het burgerlijk wetboek
Publiekrecht
Rechtsverhoudingen tussen burgers (of rechtspersonen) en de overheid
Materieel recht:
Voorschrijven van bepaalde gedragingen
Verbieden van bepaalden handelingen
Formeel recht:
Procedurevoorschriften
Opkomen tegen besluiten van bestuursorganen
Objectief recht:
Het geheel van rechtsregels die in Nederland gelden
Inclusief jurisprudentie, gewoonterecht
Subjectief recht:
Bevoegdheid om afspraak te maken op het objectief recht
Vragen, vorderen of eisen van een ander
Aanvullend recht:
Geldt als partijen iets zelf niet hebben geregeld
Contractsvrijheid
Dwingend recht:
Beperkt de contractsvrijheid
Regels gelden ook als er andere afspraken zijn gemaakt
Wet -> Gemaakt door staatsorganen, zoals Staten-Generaal en regering, provincie, gemeente,
waterschappen
Jurisprudentie -> Geheel van rechterlijke uitspraken
Gewoonterecht ->
Ongeschreven rechtsbron
Nadelen: rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid
Verdrag ->
Internationale rechtsregels
Overeenskomsten tussen staten
Wetgevende macht:
1
, Regering (staatshoofd en ministers, art 42, eerste lid GW) + Staten-Generaal = Wetten in
formele zin
Andere overheden: gemeente, provincie, waterschappen, etc. = Wetten in materiele zin
2
, Verbintenissenrecht
Verbintenis: 'Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen op
grond waarvan de ene persoon een recht heeft op een prestatie die door de andere persoon
verricht moet worden'.
Recht op prestatie = crediteur/schuldeiser
Verplicht prestatie te leveren = debiteur/schuldenaar
Rechtsbetrekking:
Relatie tussen twee of meer personen met juridische gevolgen
Vermogensrechtelijk:
De rechtsbetrekking moet op geld waardeerbaar zijn
Tussen twee of meer personen:
Twee of meer personen die rechten en plichten tegenover elkaar hebben
3
Nationaal
Privaat recht
Publiek recht
Privaat recht
Burgers: natuurlijke personen en rechtspersonen.
Burgers zich tot elkaar verhouden
Het burgerlijk wetboek
Publiekrecht
Rechtsverhoudingen tussen burgers (of rechtspersonen) en de overheid
Materieel recht:
Voorschrijven van bepaalde gedragingen
Verbieden van bepaalden handelingen
Formeel recht:
Procedurevoorschriften
Opkomen tegen besluiten van bestuursorganen
Objectief recht:
Het geheel van rechtsregels die in Nederland gelden
Inclusief jurisprudentie, gewoonterecht
Subjectief recht:
Bevoegdheid om afspraak te maken op het objectief recht
Vragen, vorderen of eisen van een ander
Aanvullend recht:
Geldt als partijen iets zelf niet hebben geregeld
Contractsvrijheid
Dwingend recht:
Beperkt de contractsvrijheid
Regels gelden ook als er andere afspraken zijn gemaakt
Wet -> Gemaakt door staatsorganen, zoals Staten-Generaal en regering, provincie, gemeente,
waterschappen
Jurisprudentie -> Geheel van rechterlijke uitspraken
Gewoonterecht ->
Ongeschreven rechtsbron
Nadelen: rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid
Verdrag ->
Internationale rechtsregels
Overeenskomsten tussen staten
Wetgevende macht:
1
, Regering (staatshoofd en ministers, art 42, eerste lid GW) + Staten-Generaal = Wetten in
formele zin
Andere overheden: gemeente, provincie, waterschappen, etc. = Wetten in materiele zin
2
, Verbintenissenrecht
Verbintenis: 'Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen op
grond waarvan de ene persoon een recht heeft op een prestatie die door de andere persoon
verricht moet worden'.
Recht op prestatie = crediteur/schuldeiser
Verplicht prestatie te leveren = debiteur/schuldenaar
Rechtsbetrekking:
Relatie tussen twee of meer personen met juridische gevolgen
Vermogensrechtelijk:
De rechtsbetrekking moet op geld waardeerbaar zijn
Tussen twee of meer personen:
Twee of meer personen die rechten en plichten tegenover elkaar hebben
3