Woordvolgorde:
Woorden van onbepaalde tijd:
Deze geven aan oe vaak iets gebeurt: always/never/sometimes/often/rarely/ useally
Als er 1 ww in de zin staat:
Staat altijd voor het werkwoord
Als er 2 ww in de zin staan:
Staat het na het 1e ww
Als het de to be vorm is:
Staat het achter het ww.
In een vraagzin:
Na het onderwerp.
Woorden van bepaalde tijd:
Yesterday/tomorrow/next week/last month/in 2001
Deze woorden staan hele vooraan of helemaal achteraan.
Woorden van plaats:
Dit geeft aan waar iets gebeurd: in londen/ at a fair
Staat achteraan de zin
Eerst de plaats dan de tijd. Dus als er een plaatsbepaling en een tijdsaanduiding in de zin staat dan is
het plaats voor tijd.
In Londen last month
Present Simpel (tegenwoordige tijd)
I walk
He/she/it walks (hier staat een s achter)
We walk
They walk
You walk
Uitzonderingen:
Als het werkwoord eindigt of een Y dan kan die veranderen (KAN)
He plays
He says
He flies
He tries
Als de letter voor de y een klinker is mag je er een s aan plakken en anders veranderd die in –ies
, Werkwoorden die eindigen op een –o
To go he goes
To do He does
Werkwoorden die eindigen op ss, ch, sh, x
To kiss to kisses
To watch He watches
To teach teaches
Dus dan komt er –es bij
Present Continious (gebruik je als iemand nu bezig is met iets)
Signaalwoorden now, right now, as we speak, presently enz.
I am working
You are working
He/she/it is working
We are working
You are workingd
Bijv.
You are reading a grammer presentation right now (nu bezig)
I am working on the report as we speak (nu bezig)
Ook gebruik je het wanneer je aangeeft wanneer iets tijdelijk gebeurd.
Bijv. Today my colleague is working form home because her children are ill
Ook gebruik je de present continuous om ergernis over iets uit te drukken
Bijv. Be quiet, you are always talking!
Past simpel (verleden tijd)
IETS IS GEBEURT EN IS NU NIET MEER BEZIG. Dus het is afgesloten.
Als het gaat om een handeling of gebeurtenis die voorbij is er zijn tijdsaanduidingen die dit aangeven
dan moet je deze tijd gebruiken
Signaalwoorde, yesterday, two weeks ago, in 2008
Nooit HAVE OF HAS
Regelmatige ww
I worked
He/she/it worked
You worked
They worked
Onregelmatige ww 2e rijtje
I sang
Woorden van onbepaalde tijd:
Deze geven aan oe vaak iets gebeurt: always/never/sometimes/often/rarely/ useally
Als er 1 ww in de zin staat:
Staat altijd voor het werkwoord
Als er 2 ww in de zin staan:
Staat het na het 1e ww
Als het de to be vorm is:
Staat het achter het ww.
In een vraagzin:
Na het onderwerp.
Woorden van bepaalde tijd:
Yesterday/tomorrow/next week/last month/in 2001
Deze woorden staan hele vooraan of helemaal achteraan.
Woorden van plaats:
Dit geeft aan waar iets gebeurd: in londen/ at a fair
Staat achteraan de zin
Eerst de plaats dan de tijd. Dus als er een plaatsbepaling en een tijdsaanduiding in de zin staat dan is
het plaats voor tijd.
In Londen last month
Present Simpel (tegenwoordige tijd)
I walk
He/she/it walks (hier staat een s achter)
We walk
They walk
You walk
Uitzonderingen:
Als het werkwoord eindigt of een Y dan kan die veranderen (KAN)
He plays
He says
He flies
He tries
Als de letter voor de y een klinker is mag je er een s aan plakken en anders veranderd die in –ies
, Werkwoorden die eindigen op een –o
To go he goes
To do He does
Werkwoorden die eindigen op ss, ch, sh, x
To kiss to kisses
To watch He watches
To teach teaches
Dus dan komt er –es bij
Present Continious (gebruik je als iemand nu bezig is met iets)
Signaalwoorden now, right now, as we speak, presently enz.
I am working
You are working
He/she/it is working
We are working
You are workingd
Bijv.
You are reading a grammer presentation right now (nu bezig)
I am working on the report as we speak (nu bezig)
Ook gebruik je het wanneer je aangeeft wanneer iets tijdelijk gebeurd.
Bijv. Today my colleague is working form home because her children are ill
Ook gebruik je de present continuous om ergernis over iets uit te drukken
Bijv. Be quiet, you are always talking!
Past simpel (verleden tijd)
IETS IS GEBEURT EN IS NU NIET MEER BEZIG. Dus het is afgesloten.
Als het gaat om een handeling of gebeurtenis die voorbij is er zijn tijdsaanduidingen die dit aangeven
dan moet je deze tijd gebruiken
Signaalwoorde, yesterday, two weeks ago, in 2008
Nooit HAVE OF HAS
Regelmatige ww
I worked
He/she/it worked
You worked
They worked
Onregelmatige ww 2e rijtje
I sang