Samenvatting lessen PBDP
Bregje van Eldik
1. Introductie
Op het boek van Jesse James Garret zijn de lessen gebaseerd. Jesse James Garret heeft het
boek de elements of user experience gemaakt. Met als key van de user experience: het
aanbieden van content op maat.
Het model bestaat uit 5 lagen (zie blz. Hierna voor meer uitleg):
1. Strategy
2. Scope
3. Structure
4. Skeleton
5. Surface
,1. Strategy
> User needs
> Product objectives
2. Scope
> Functional specification
> Content requirements
,3. Structure
> Interaction design
> Information architecture
4. Skeleton
> Interface design
> Navigation design
> Information design
, 5. Surface
> Visual design
2. Business objectives
Stappen naar UX strategie:
1. Het probleem helder krijgen
2. Je in de materie van het bedrijf verdiepen
3. De hoe, wat en waarom van de dienstverlening achterhalen
4. Vind een balans tussen de gebruikerswensen en bedrijfsdoelstelling.
> Zorg ervoor dat je namens de gebruiker bij de opdracht gever aan tafel zit. En kom ook voor de
gebruiker op.
De 5p’s waarmee je een strategie creëert:
1. Purpose - Waarom doen we dit?
2. Peak - Doelstelling (hoe & wat)
3. Path - Welk pad moeten we volgen? (strakke definitie, opties afwegen)
4. Point - Richting, welke kant wil ik op?
5. Plan - Randvoorwaarden (Wat heb je nodig om bij je doel te komen?)
> Een strategie is nooit klaar omdat er altijd dingen op je pad kunnen komen, waardoor de
strategie aangepast moet worden.
> Omschrijf altijd de waarom vraag - Het antwoordt op de waarom vraag is waarmee je je
onderscheidt.
Design criteria
> Gebaseerd op je verrichte onderzoek
> Doel: je product onderscheiden van anderen. Dit kan door te kijken wat anderen voor je
al hebben gedaan en dit te verbeteren en de lat hoog te leggen.
Nuttige ontwerpcriteria zijn gebaseerd op het onderzoek dat u hebt gedaan voor het project en is
geschreven met het doel van het verschil tussen het product van de andere, het verbeteren van
wat er al is gedaan en het instellen van een hoge bar.
, User centered design canvas:
1. Business
2. Users
3. Problems
4. Motives
5. Fears
6. Solutions
7. Alternatives
8. Competitive advantage (onderscheiding)
9. Unique value proposition (USP)
3. User Needs
> Het product werkt pas als er balans is tussen wat de gebruikers wille een wat het bedrijf wil.
User needs
> Demografisch
Cijfers die vast kan hangen aan de doelgroep
> Psygo
Wat gebeurd er in het hoofd van de gebruiker
> Techno
Wat kan de gebruiker
> Etnisch
Waar komen ze vandaan
> In het User centered design canvas komen de gebruikers op de volgende vakken terug:
2. Users
Alle typen gebruikers defileren
3. Problems
Wat zijn de hypothetische (denkbeeldige) problemen die de gebruiker mogelijk
oplost met het product.
4. Motives
Wat motiveert de gebruiker op emotioneel vlak.
5. Fears
Wat zijn de angsten / onzekerheden van de gebruiker? (Terwijl ze in contact komen
met het bedrijf of de contacten)
> Het gaat niet om wat de gebruikers verwachten, maar om wat ze nodig hebben.
Vraag daarom tijdens een interview niet ‘Wat wil je zelf graag zien?’
> The user isn’t always right, zelf weet de user zelf ook niet wat die eigenlijk nodig heeft.
> Vraag jezelf als designer af: ‘Wat is er nu eigenlijk nodig voor deze doelgroep?’
> Empathie is een vast onderdeel in het design proces. Het komt bij alle onderdelen in het proces
terug. De gebruiker staat centraal.
> Je kan NIET designen voor ‘iedereen’. Pak de overeenkomsten tussen de doelgroepen en
bundel die.
Segementatie
> Waar liggen de overeenkomsten? Kan ik deze indelen in groepen?
> Overeenkomsten binnen groepen indelen in nieuwe groepen.
> http://www.exactitudes.com/index.php?/series/overview/154
Indelen
> Wat kunnen we inzetten om groepen / personen te identificeren?
Bregje van Eldik
1. Introductie
Op het boek van Jesse James Garret zijn de lessen gebaseerd. Jesse James Garret heeft het
boek de elements of user experience gemaakt. Met als key van de user experience: het
aanbieden van content op maat.
Het model bestaat uit 5 lagen (zie blz. Hierna voor meer uitleg):
1. Strategy
2. Scope
3. Structure
4. Skeleton
5. Surface
,1. Strategy
> User needs
> Product objectives
2. Scope
> Functional specification
> Content requirements
,3. Structure
> Interaction design
> Information architecture
4. Skeleton
> Interface design
> Navigation design
> Information design
, 5. Surface
> Visual design
2. Business objectives
Stappen naar UX strategie:
1. Het probleem helder krijgen
2. Je in de materie van het bedrijf verdiepen
3. De hoe, wat en waarom van de dienstverlening achterhalen
4. Vind een balans tussen de gebruikerswensen en bedrijfsdoelstelling.
> Zorg ervoor dat je namens de gebruiker bij de opdracht gever aan tafel zit. En kom ook voor de
gebruiker op.
De 5p’s waarmee je een strategie creëert:
1. Purpose - Waarom doen we dit?
2. Peak - Doelstelling (hoe & wat)
3. Path - Welk pad moeten we volgen? (strakke definitie, opties afwegen)
4. Point - Richting, welke kant wil ik op?
5. Plan - Randvoorwaarden (Wat heb je nodig om bij je doel te komen?)
> Een strategie is nooit klaar omdat er altijd dingen op je pad kunnen komen, waardoor de
strategie aangepast moet worden.
> Omschrijf altijd de waarom vraag - Het antwoordt op de waarom vraag is waarmee je je
onderscheidt.
Design criteria
> Gebaseerd op je verrichte onderzoek
> Doel: je product onderscheiden van anderen. Dit kan door te kijken wat anderen voor je
al hebben gedaan en dit te verbeteren en de lat hoog te leggen.
Nuttige ontwerpcriteria zijn gebaseerd op het onderzoek dat u hebt gedaan voor het project en is
geschreven met het doel van het verschil tussen het product van de andere, het verbeteren van
wat er al is gedaan en het instellen van een hoge bar.
, User centered design canvas:
1. Business
2. Users
3. Problems
4. Motives
5. Fears
6. Solutions
7. Alternatives
8. Competitive advantage (onderscheiding)
9. Unique value proposition (USP)
3. User Needs
> Het product werkt pas als er balans is tussen wat de gebruikers wille een wat het bedrijf wil.
User needs
> Demografisch
Cijfers die vast kan hangen aan de doelgroep
> Psygo
Wat gebeurd er in het hoofd van de gebruiker
> Techno
Wat kan de gebruiker
> Etnisch
Waar komen ze vandaan
> In het User centered design canvas komen de gebruikers op de volgende vakken terug:
2. Users
Alle typen gebruikers defileren
3. Problems
Wat zijn de hypothetische (denkbeeldige) problemen die de gebruiker mogelijk
oplost met het product.
4. Motives
Wat motiveert de gebruiker op emotioneel vlak.
5. Fears
Wat zijn de angsten / onzekerheden van de gebruiker? (Terwijl ze in contact komen
met het bedrijf of de contacten)
> Het gaat niet om wat de gebruikers verwachten, maar om wat ze nodig hebben.
Vraag daarom tijdens een interview niet ‘Wat wil je zelf graag zien?’
> The user isn’t always right, zelf weet de user zelf ook niet wat die eigenlijk nodig heeft.
> Vraag jezelf als designer af: ‘Wat is er nu eigenlijk nodig voor deze doelgroep?’
> Empathie is een vast onderdeel in het design proces. Het komt bij alle onderdelen in het proces
terug. De gebruiker staat centraal.
> Je kan NIET designen voor ‘iedereen’. Pak de overeenkomsten tussen de doelgroepen en
bundel die.
Segementatie
> Waar liggen de overeenkomsten? Kan ik deze indelen in groepen?
> Overeenkomsten binnen groepen indelen in nieuwe groepen.
> http://www.exactitudes.com/index.php?/series/overview/154
Indelen
> Wat kunnen we inzetten om groepen / personen te identificeren?